14 Feb 2023

Gastbijdrage: Zijn er nog liberale politici?

0 Comment

In “De Afspraak op Vrijdag” bracht politicoloog Stefaan Walgrave een ontluisterend beeld van een zorgwekkende internationale trend. De mensen hebben het gevoel dat de politiek niet naar hen luistert.

(Artikel ingezonden door advocaat Michael Verstraeten.)

Dat is zo in Vlaanderen ten aanzien van de Vlaamse regering en dat is zo in de meeste democratische landen. Barbara Pas (Vlaams Belang) gooide op tafel dat het zou volstaan om Vlaanderen onafhankelijk te verklaren en extreemrechts in de regering te hebben. Niet dus, dixit Walgrave, want in Vlaanderen en het buitenland zien we dat de onafhankelijkheid van een land, de taaleenheid van een land, noch extreemrechts in de regering enig verschil blijken te maken. Pas had het daarmee niet onder de markt, en begon snel over iets anders. De kern van het actuele begoot van het Vlaams Belang is gewoon een luchtbel.

Walgrave preciseerde dat de politici eigenlijk heel hard naar de mensen luisteren. Zo hard zelfs dat ze geen beslissingen durven te nemen om de mensen niet voor het hoofd te stoten. Dat resulteert immers in afhakende kiezers. De nachtmerrie van menig politicus. Dus blijven ze geparalyseerd in hun parlementszetels zitten. Het probleem zit daarin dat ze niets doen. Geen actie ondernemen. Ze verdrinken in de onderhandelingspolitiek die het leiderschap heeft vervangen. Iedere partij zit daar om de eigen achterban te plezieren. De Croo zegt het overigens zelf: hij wil helemaal geen sterke leiders. Hij kiest resoluut voor de onderhandelingspolitiek. Met hemzelf als de ultieme “dweil” die de emmer zeepsop moet samenhouden. De mensen zien niets gebeuren, en hebben het gevoel dat er niet naar hen wordt geluisterd. Een behoorlijke paradox.

Drie trends luiden een tijdperk in dat het Walhalla zou moeten zijn voor de partijen die vrijheid hoog in het vaandel dragen. Maar de traditionele liberale partijen overal ter wereld, zijn niet in staat om die trends mee te nemen. Dat komt omdat ze gewoon fundamenteel zijn vergroeid met het tegenovergestelde van wat ze zouden moeten verdedigen.

De falende staat

Tegenover het gebrek aan daadkracht van de huidige politieke generatie, staat hun discours over de almachtige overheid die alles kan controleren en besturen. Het klimaat, de economie, virussen, migratie, de stikstof, de voeding van de mensen, de drugtrafiek, hoeveel plastiek er in de zee terechtkomt, de meningen van de mensen, de media, de energievoorziening, de werkloosheid, het vieren van Kerst onder de dampkap… De harde realiteit is dat de politici maar marginaal in staat zijn om iets in beweging te zetten. Zij hangen af van een toenemende complexiteit in de wereld en in de mensheid. Die complexiteit zorgt voor een grotere onzekerheid, meer risico en een gebrek aan analyseerbaarheid. De moeilijkheid alle factoren te capteren die op een bepaald fenomeen een impact hebben. Het gevolg daarvan is dat maatregelen in de wereld worden gezet die gedoemd zijn om te mislukken. Vaak wordt zo’n politiek uitgerold over een heel land, of zelfs over de hele wereld. Waardoor de mislukking juist door het optreden van de overheid nog veel groter wordt.

Professor Mattias Desmet noemt dat het “mechanistisch wereldbeeld”. Managementtechnieken overgewaaid uit de privé en de neiging de wereld te zien in wiskundige modellen, overgewaaid uit de exacte wetenschappen, verengen het wereldbeeld van politici. Het doet hen geloven in hun almacht vanuit een gigantische zelfoverschatting die de reële complexiteit aanpakt door grote oogkleppen op te zetten. In een complexe wereld waar een gebrek aan analyseerbaarheid heerst, is de foutmarge op beslissingen gewoon onbekend. De hovaardige politici die denken dat zij bijvoorbeeld een virus of het klimaat beheersen, komen van een kale reis terug. Die “failing state” noopt er ons toe het ingrijpen van de staat gewoon drastisch terug te schroeven. De staat vergroot immers de risico’s door de massale uitrol die de vrije samenleving in normale omstandigheden niet realiseert dan na trial and error op een meer beperkte schaal. Behalve als er een eenheid is van adviesverlening, zoals bij de bankencrisis. Dan wordt aberrant gedrag over de hele wereld verspreid door een paar gezaghebbende consultants die er krek naast slaan. Monopolistisch kuddegedrag leidt tot rampen. Precies wat we willen vermijden door de macht en de impact van de elkaar afschrijvende politici, drastisch terug te dringen.

We zijn de mens vergeten

In die mechanistische wereld raakt de mens en het menszijn verloren. Dat is wat Mattias Desmet aanklaagt in zijn boek “De psychologie van totalitarisme”. Hij wijt die trend aan de verlichting die de neiging heeft de ratio af te scheiden van de rest van het lichaam. Terwijl de mens veel meer is dan alleen maar ratio. Als psycholoog kan Desmet dat weten natuurlijk. De mens is in wezen vooral een irrationeel wezen dat ook behoorlijk wat fouten maakt. Een wezen dat in die fouten zelfs plezier weet te vinden. Wie graag rookt weet dat hij zich dood rookt. Zeer rationeel is dat niet, maar het kan bijzonder leutig zijn. In de huidige maatschappelijke context mag de mens geen fouten meer maken. Woke geeft iedereen op zijn donder die houdt van luide motoren, vet vlees, vrouwen met lange benen, gokken, roken, vloeken, en aangebrande moppen tappen. Die ruimte voor de foute mens, de zondaar van weleer, maar dan nog extremer, wordt ook door de technologie beperkt. De mens wordt “voorspelbaar”, om het met Elchardus te zeggen. In die illusie van voorspelbaarheid ook controleerbaar natuurlijk. De computers helpen ons daar gigantisch bij. Wat leidt tot een nieuwe politieke breuklijn tussen zij die de kans geroken hebben om met een sterke staat alles en iedereen te controleren en de individualisten. Het hoeft geen verwondering te wekken dat vanuit de woke-hoeken dat individualisme gelijk staat met de duivelse hel. Terwijl juist het geluk van de individuele mens, met al zijn gebreken, het doel zou moeten zijn van de overheid en de politici.

Is dat de schuld van de verlichting, zoals aan Desmet wordt toegedicht? Neen. Het is een uitwas van de suprematie van het rationaliteitsdenken dat een onderdeel is van die verlichting. Inderdaad behoeft het humanisme in de 21ste eeuw een addendum. Een hoofdstuk waarbij de mens met al zijn beperkingen en gebreken centraal komt te staan. Naast de perfectibiliteit van de mens is er ook de imperfectibiliteit die hem nog meer tot mens maakt. Mensen mogen nooit robotten worden. Daarom is de bescherming van het individualisme een bij uitstek zeer sociaalvoelend gebeuren. Wie vrijheid en individualisme hoog in het vaandel draagt, toont in de huidige maatschappelijke context meer sociale gevoeligheden dan de socialisten die voor een sterke staat pleiten.

Een besmettelijke pandemie: regulitis

De mechanistische staat gelooft in de sterke overheid die zich realiseert in een waterval van regels. Alles kan en moet worden geregeld tot in de kleinste details. De Westerse kapitalistische systemen hebben het communisme al jaren geleden ingehaald. We hebben vandaag een samenleving die meer is geregeld dan die van de Sovjets. Die regels werken intussen zo verstikkend dat er geen beleidsruimte meer is. De “democratische structuren” die zijn opgezet, zijn geen democratieën meer, maar diplomatieën die een niet aflatende stroom compromisregels braken. Een ecosysteem waarin lobbying zeer goed kan gedijen. Alles zit vast. Europa moet met 27 een consensus vinden of er beweegt niets. Vlaanderen verwijst naar Federaal, dat verwijst naar Europa en Wallonië, waar wordt verwezen naar Vlaanderen. Voor elk voorstel is er wel een regel die dat voorstel keldert. Voor elk bedrijf dat wil investeren zijn er tientallen juridische redenen waarom er vooral niet moet worden geïnvesteerd.

De politiek van de sterke overheid heeft een draak gecreëerd die geen vuur kan spuwen. Op alle echelons wordt administratieve vereenvoudiging aangekondigd. De beperking van de regels in Europa. Maar daar komt niets van in huis. Onze wetten en wetboeken worden gewoon nog complexer. Met nieuwe nummeringen om nog meer alle aspecten van ons leven zodanig te regelen dat niets meer kan. Hoe meer onmondig politici zijn, hoe meer regeltjes ze maken in de marge om allerlei groepen een plezier te doen. Van die praktijk profiteren hele sectoren die monopolies creëren omdat de sector door de regulitis gewoon ondoordringbaar is geworden. De bankensector is daarvan een voorbeeld. Maar ook het openbaar vervoer. We investeren miljarden in trams die gemiddeld 13 km. per uur rijden. De eerste de beste kleuter met een elektrische trotinette verplaatst zich sneller dan dat. We weten al decennialang dat treinen, trams en bussen niet de vervoersmodi zijn van de toekomst. Maar we blijven doorgaan in monopolies die vastzitten in een hele gereguleerde structuur. Doorweven van allerlei belangen die zich moeten realiseren en zo de boel nog meer vastrijden.

En waar zitten de liberalen?

Die werken gewoon mee aan het débacle. Zo simpel is dat. Ze durven haast niet meer uitkomen voor het individualisme uit schrik om de woke verketteringen op hun dak te krijgen. Ze werken mee aan de sterke overheid omdat ze al lang vanuit hun machtsposities zelf die sterke overheid gebruiken om hun belangen te dienen. Ze werken mee de regulitis in de hand omdat ze zelf ook om de haverklap voor politiek ingrijpen pleiten om hun kiezers te pleasen.

Het wordt tijd voor een politiek die zich geen fluit aantrekt van al die regels, mechanismen en wokegedreven stilstand. Een politiek die aan de kiezers de weg wijst die een oplossing brengt voor hun problemen, en die oplossing nog realiseert ook. Een politiek van vrijheid. Want daarin ligt de daadwerkelijke oplossing: neem deze generatie politici hun macht uit handen en geef die terug aan de mensen. Daarvoor hebben we politici nodig die eens ze verkozen zijn, bereid zijn om hun eigen macht stevig te kortwieken.

[top]