Gastbijdrage: Gevaarlijke libertairen?
Na de dood van Yannick Verdyck eind 2022 tijdens een inval van de politie dook het woord “libertair” op in de media. De Antwerpse goudhandelaar zou via deze ideologie in contact zijn gekomen met gevaarlijke mensen en netwerken. Of het hier ging om overmatig politiegeweld dan wel om een reële dreiging is op dit moment trouwens nog altijd niet duidelijk, maar dit hier geheel terzijde.
(Artikel van Thomas Panis, arts-specialist en auteur van anti-woke kinderboek “Fet doet een Belofte”, zoals oorspronkelijk op 11 februari 2023 gepubliceerd op Doorbraak.be.)
Het woord “libertair” werd hierna in verband gebracht met een hoop moderne politieke scheldwoorden: “extreemrechts”, “preppers”, “gewelddadig”, “complotdenkers” enzovoort. Ik wil in dit artikel een algemeen overzicht geven van de belangrijkste libertaire principes als antwoord op sommige van deze beschuldigingen.
Liberaal of libertair?
“Liberaal” in de originele betekenis van verdediger van het eigendomsrecht wordt tegenwoordig vaak “klassiek liberaal” of “libertair” genoemd. Ik gebruik hieronder de term “libertair” om verwarring te vermijden.
Extreemrechts?
Zijn libertairen extreemrechts? Tijdens de Franse Revolutie stond “rechts” voor behoudsgezind en “links” voor revolutionair. Tegenwoordig definiëren linkse journalisten en sociologen nogal gauw alles als “rechts” wat niet in hun kraam past. Een liberaal, een conservatieve monarchist, een nationalistisch republikein, een religieuze fanaticus: allemaal zijn ze “rechts”. Deze term is hierdoor niet echt nuttig om een ideologie te beschrijven.
Tegen de democratie?
Democratie is via het onderwijs en de media uitgeroepen tot het hoogste goed van onze beschaving. Libertairen zijn het hier niet altijd mee eens: als een meerderheid stemt om een minderheid uit te buiten is dit bijvoorbeeld niet ethisch verantwoord gewoon omdat ze met meer zijn. Vergelijk het met drie wolven en twee schapen die samen stemmen over wat er op tafel komt. Democratie is enkel aanvaardbaar wanneer de staat niet te machtig is en niet teveel invloed kan uitoefenen op het privéleven van de burgers.
Staatsvijand?
Een libertair kant zich per definitie tegen een overmatige inmenging van de staat in het privéleven (totalitarisme), democratisch gelegitimeerd of niet, en is in dat opzicht inderdaad “staatsvijand”. Ook een democratie kan totalitair worden, en wordt soms “tirannie van de meerderheid” genoemd. In de reactie op de Coronapandemie konden we bijvoorbeeld zien hoe snel sommige vrijheden op de vuilnisbelt kunnen belanden als het de regering niet goed uitkomt. Enkel een overheid die haar beleid baseert op vrijwillige medewerking van de burgers wordt als ethisch verantwoord beschouwd.
Fascisten?
Fascisme betekende op economisch vlak de invoering van “corporatisme”: bedrijven werden niet volledig genationaliseerd zoals in het communisme, maar werden via regulering en intimidatie onder druk gezet om te dansen naar de pijpen van de staat. Voor een libertair is dit even verwerpelijk, aangezien het individuele economische keuzes en effectief privébezit onmogelijk maakt. Een libertair “fascist” noemen is dus een teken van grote intellectuele verwarring.
Kapitalisten?
Als voorstanders van privébezit van de productiefactoren zijn libertairen per definitie voor de vrije markt. De meeste libertairen vinden dat wij in Europa niet in een “vrije kapitalistische” economie leven. Door de immense overheidsregulering en belastingdruk ontstaan namelijk foute marktsignalen en daardoor leunt ons systeem voor libertairen meer aan bij het communisme of het fascisme dan bij een echte liberale economie. Een gemengde economie met veel staatsinterventie glijdt volgens hen vanzelf langzaam af
richting socialisme.
Een ereplek in de gedachten van elke libertair krijgen de centrale banken zoals de ECB en de Amerikaanse “Fed”: door het eindeloze drukken van nieuw geld creëren zij instabiliteit in de economie en verstoren daardoor de vrije markt. Economische recessies worden volgens de libertaire “Oostenrijkse economische school” veroorzaakt door de centrale bank en door overheidsinterventies, en hebben niets te maken met het vaak geopperde “uit de hand gelopen, teugelloze kapitalisme”. “End the Fed” (“Weg met de centrale bank”) is een van de grote libertaire leuzen.
Asociaal?
Het standaard argument van socialisten is dat libertairen harteloos zijn en geen rekening houden met de zwakkeren in de samenleving. Libertairen zijn dan weer van mening dat de dure overheidsprogramma’s om armoede en discriminatie uit te roeien meestal hun doel missen en de zaken nog erger maken. Er zijn echter ook meer fundamentele argumenten tegen sociale herverdeling: onder dwang geld nemen van persoon A (stelen dus) om persoon B gelukkig te maken wordt door libertairen als ethisch onverantwoord beschouwd, ook al is het met goede bedoelingen.
Nationalisten?
Als voorstanders van individuele vrijheid steunen libertairen het afsplitsen van groepen mensen indien dat in hun interesse is. In deze context past het onafhankelijkheidsstreven van bijvoorbeeld het Vlaams-nationalisme binnen de libertaire traditie. Een doorsnee libertair kant zich dan weer principieel tegen nationalisme als dit gepaard gaat met het van bovenaf opleggen van een ideologie of met andere vormen van staatsdwang.
Gewelddadig?
De libertaire ideologie wordt soms gecondenseerd tot het “Non-Aggression-Principle” (NAP): het uitoefenen van eender welke vorm van agressie wordt afgekeurd, tenzij als verdediging van eigen lijf en goed. Vrijwillige samenwerking is het ordewoord. Het recht op zelfverdediging wordt in het algemeen wel als fundamenteel beschouwd, alsook het recht van de burger om zich te bewapenen ter verdediging tegen een tirannieke overheid.
Preppers?
Preppers zijn mensen die zich voorbereiden op een catastrofe door het leren van overlevingstechnieken en in sommige gevallen door zich te bewapenen. De libertaire ideeën over zelfzorg en eigen verantwoordelijkheid vallen natuurlijk goed in de smaak bij deze mensen, maar ze blijven een randfenomeen binnen de libertaire wereld.
Complotdenkers?
Libertairen geloven dat de overheid via het maken van schulden en het overmatig drukken van geld de economie ontwricht en economische depressies veroorzaakt die de komende generaties zullen opzadelen met de puinhopen van een kapotte economie. De meeste libertairen wijten dit foute beleid echter niet aan een groot complot maar aan de gebrekkige economische kennis van burgers en de onkunde of corruptie van politici.
Conclusie
Ik hoop dat de bovenstaande paragrafen interessant zijn voor mensen die zich al een tijd afvragen waar ze die term “libertair” moeten klasseren en wat het allemaal betekent. Voor meer informatie raad ik als zachte introductie de klassieke werken “The Road to Serfdom” aan van F.A. Hayek en het zeer korte en bevattelijke “Anatomy of the State” van Murray Rothbard, die makkelijk online gratis te vinden en te lezen zijn.

