01 Jun 2022

Artikel: Dwingt oorlog Europa tot fundamentele omslag in energiebeleid?

0 Comment

De ernst van de inflatiecrisis in Europa is nog toegenomen sinds Poetin zijn invasie is gestart. Los van de oorlog, zijn gelddrukkende centrale banken en bevoorradingsketens die nog steeds onder druk staan als gevolg van de pandemie, de oorzaken van de snel stijgende prijzen. Ook een andere belangrijke factor mag niet over het hoofd worden gezien: Europa’s energietransitiebeleid.

(Dit artikel van Libera!-bestuurder Pieter Cleppe, hoofdredacteur van BrusselsReport, verscheen oorspronkelijk op 1 juni 2022 op de website Doorbraak.)

Dat beleid heeft geleid tot massale investeringen – met bijhorende subsidies – in hernieuwbare energie, met name wind- en zonne-energie. Al die miljoenen hebben echter nog niets veranderd aan het feit dat hernieuwbare energie niet betrouwbaar genoeg is om de belangrijke rol binnen de energievoorziening op te nemen die politici wensen.

Bindende streefcijfers

Los daarvan heeft de Europese Unie (EU) ook bindende streefcijfers voor hernieuwbare energie opgelegd van minstens 32% in 2030. Het is één ding om de CO2-uitstoot te willen verminderen. Het is iets heel anders om op microniveau te regelen hoe dat moet gebeuren. De meest voor de hand liggende methode om de CO2-uitstoot te verminderen, is gebruik te maken van kernenergie. Lange tijd was dit niet de voorkeur van de Unie of haar lidstaten, tot voor kort. Dat vooral door lobbywerk van groene groepen, die vaak hun wortels hebben in anti-nucleair activisme.

Dit veranderde in 2021, toen Nederland, net als Frankrijk, als gevolg van de sterk gestegen energieprijzen een positievere houding aannam ten aanzien van kernenergie. Verscheidene Europese landen, waaronder het Verenigd Koninkrijk, hebben sindsdien dit voorbeeld gevolgd.

Op het niveau van de Europese Unie zijn Frankrijk en de landen van Midden- en Oost-Europa erin geslaagd de Europese Commissie ervan te overtuigen te erkennen dat kernenergie kan bijdragen tot het koolstofvrij maken van de Europese economie in het kader van de zogenaamde ’taxonomie-verordeningen’ van de EU, waarbij investeringen worden geclassificeerd volgens hun milieuvriendelijkheid. Dit ondanks het verzet van Duitsland. Al slaagde Duitsland er wel in de Commissie zover te krijgen dat ook aardgas werd opgenomen, tot woede van milieuactivisten.

Afhankelijk van Rusland

Wat de energieplanners van de Unie (althans tot voor kort) niet graag vermelden, is dat de grotere afhankelijkheid van onbetrouwbare wind- en zonne-energie in werkelijkheid ook heeft geleid tot een grotere afhankelijkheid van aardgas, vaak uit Rusland. Vooral wanneer dat samenviel met een beleid om kerncentrales uit te schakelen. Onbetrouwbare energiebronnen hebben nu eenmaal een betrouwbare back-up nodig.

Europese beleidsmakers beweren dat nog meer investeringen in wind- en zonne-energie de Unie onafhankelijker zullen maken van Russisch gas. De realiteit is echter dat deze energiebronnen, ondanks jarenlange subsidies voor wind- en zonne-energie, slechts goed zijn voor ongeveer 10 procent van de wereldwijde energieproductie. En dat is in Europa maar net iets hoger.

Kiezen is verliezen

Opdat wind- of zonne-energie een belangrijke bron van energievoorziening in de Europese Unie kunnen worden, is een betrouwbare reserve-energiebron nodig. Minstens totdat veel betere opslagtechnologie is ontwikkeld. Tot die tijd zullen zowel zonne- als windenergie worden gehinderd door het onveranderlijke feit dat de wind niet altijd waait en de zon niet altijd schijnt. De opties om in die back-up te voorzien komen in essentie neer op of kernenergie, gas, of kolen. Eén van die drie.

Duitsland en de Unie hebben een restrictief beleid gevoerd ten opzichte van kernenergie en steenkool, wat betekent dat ze daarmee indirect gas – Russisch gas – hebben bevoordeeld. De Europese Unie heeft eigenlijk de taak heeft om kernenergie te bevorderen, als gevolg van het Euratom-Verdrag. Met veel enthousiasme heeft de ze dit echter niet gedaan, want de supranationale organisatie discrimineert zelfs kernenergie wanneer het op staatssteun aankomt. Daarnaast is Duitsland in de praktijk gewoon doorgegaan met steenkool.

Grote investeringen

Er is op zich niets mis met grotere investeringen in wind- en zonne-energie (mits het back-up-probleem goed wordt aangepakt) – zelfs ondanks de aanzienlijke nadelen voor het milieu – zolang dat maar zonder overheidssubsidies gebeurt. En dat is op dit moment nauwelijks het geval.

Kernenergie is de minst gesubsidieerde energiebron ter wereld. Energiemarkten zijn overal zwaar verstoord door overheidsbemoeienis, subsidies en politieke onzekerheid, maar het aanhoudende belang van kernenergie voor de energiemix van verschillende Europese landen, ondanks het feit dat het de minst gesubsidieerde energiebron is, doet vermoeden dat kernenergie, als er een echt vrije energiemarkt zou zijn, waarschijnlijk zeer succesvol zou zijn.

Taboe op kernenergie

Dat Duitsland zo afhankelijk is geworden van Russische energie-import, is voor een groot deel te danken aan het onverantwoorde besluit van Angela Merkel om de sluiting van Duitse kerncentrales te hervatten en zelfs te versnellen. Dat samen met een weinig doordachte stormloop op hernieuwbare energiebronnen.

Meer bewijs van het taboe op kernenergie komt uit Nederland, waar de regering in 2018 besloot de exploitatie van de aardgasreserve in Groningen – het grootste gasveld in Europa – te beëindigen. Dat terwijl zij echter pas eind 2021 het besluit nam nieuwe kerncentrales te bouwen.

Ook in Polen – dat zich al zo lang hard opstelt tegen Rusland en tegenstander was van het Nord Stream 2-project – werd pas in 2021 besloten twee kerncentrales te bouwen en minder energie-afhankelijk te worden van Rusland. Nochtans is dat vrij evident. Als Europa de energie-onafhankelijkheid van Rusland wil herwinnen en minder CO2 wil uitstoten, dan is kernenergie (gezien de stand van de huidige energietechnologie) de enige praktische optie.

Schaliegas

De Europese landen zouden ook serieus moeten onderzoeken of schaliegas werkelijk zo slecht voor het milieu is als nu zo vaak wordt beweerd. In de nasleep van de Russische invasie in Oekraïne zal Europa veel Amerikaans schaliegas importeren – freedom gas, zoals Donald Trump het noemde – om minder afhankelijk van Poetin te worden. Onder deze omstandigheden lijkt het verbod op schalie of fracking in Europa zinloos en hypocriet. De minister-president van Beieren, Markus Söder, heeft al opgeroepen tot een heroverweging van dit verbod.

Biobrandstoffen

In navolging van de Verenigde Staten zou ook de invoer van Russische olie verboden worden via het meest recente Europese sanctiepakket. Dit zou wel eens kunnen betekenen dat binnenkort meer taboes moeten worden opgegeven. Neem bijvoorbeeld biobrandstoffen.

Zoals de zaken er nu voor staan, is de EU van plan die geleidelijk te verbieden. De redenering hierachter is dat ze vaak worden gemaakt van palmolie, iets wat zou bijdragen aan ontbossing. In werkelijkheid hangt dit echter sterk af van waar de palmolie in kwestie vandaan komt. 84 procent van de palmolie die in biobrandstoffen wordt gebruikt, is afkomstig uit Maleisië en Indonesië.

Ontbossing

Volgens de FAO, de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties, is ontbossing in Azië niet zo problematisch als in Afrika en Zuid-Amerika. De organisatie merkt op dat ‘Azië in 2010-2020 de grootste nettotoename van bosgebied had’. Volgens het World Resources Institute, een onafhankelijke denktank, gaan in Latijns-Amerikaanse landen zoals Bolivia, Colombia en Peru ‘veel bossen verloren’, waarbij Maleisië en Indonesië specifiek worden genoemd als “lichtpuntjes voor de bossen’, aangezien ‘het verlies aan primaire bossen (…) in Maleisië voor het vierde jaar op rij is gedaald’.

Onlangs heeft Indonesië besloten de export van palmolie te beperken, hoewel Maleisië doorgaat met zijn export. Hierachter schuilt een groeiende bezorgdheid over voedseltekorten, omdat palmolie wordt gebruikt voor voedsel (bakolie, maar nog veel meer). Dat is iets waar groene NGO’s ook al jaren campagne tegen voeren. De realiteit haalt dit nu in. Na de Russische inval in Oekraïne zijn de prijzen van zonnebloemolie, een belangrijk alternatief voor palmolie, de hoogte in geschoten, omdat Rusland en Oekraïne de belangrijkste producenten hiervan zijn.

Vervangen door palmolie

Die prijsstijgingen hebben ertoe geleid dat producenten zonnebloemolie zijn gaan vervangen door palmolie. Het heeft met name ook de Britse supermarktketen Iceland ertoe doen besluiten het verbod op palmolie als ingrediënt voor zaken als diepvriesfrieten of gepaneerde vis op te heffen.

De keten zal alleen gecertificeerde duurzame palmolie gebruiken, wat niet moeilijk zal zijn aangezien het certificeringssysteem al goed ingeburgerd is in deze sector en ook wordt gesteund door organisaties als het Wereld Natuur Fonds (WWF), dat hierover verklaarde: ‘Het beste wat we kunnen doen is duurzame palmolie steunen en boycots vermijden, want we weten dat substitutie door andere plantaardige oliën kan leiden tot nog meer schade aan het milieu en de samenleving’.

De speeltijd is voorbij

Als gevolg van de oorlog in Oekraïne, te midden van mogelijke dieseltekorten, is het game over voor allerlei ongefundeerde en vaak protectionistisch geïnspireerde beperkingen die weinig rekening houden met reële milieuschade. Bedenkelijk en experimenteel beleid krijgt door de oorlog dus te maken met een reality check.

Dat geldt zeker ook voor het Europese energiebeleid, hoewel het tijd zal kosten om de puinhopen op te ruimen van het experimentele beleid van de laatste twintig jaar. Een grote omslag in het energiebeleid kan niet van vandaag op morgen gebeuren, maar kan wel tien jaar duren. Nadat Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Nederland en België hun visie op kernenergie hebben bijgesteld, zijn alle ogen nu gericht op wat Duitsland zal doen.

Duitsland

Drie Duitse kerncentrales zijn nog actief. Het is de bedoeling dat die tegen het einde van het jaar worden gesloten. Zelfs indien wordt besloten hun levensduur te verlengen, zullen zij om technische redenen een tijdlang moeten sluiten. Voorlopig verzetten de meeregerende Duitse Groenen zich sterk tegen een verlenging van de levensduur van deze centrales, terwijl zij ook wanhopig zoeken naar alternatieven, zoals de invoer van waterstof of zelfs de heropening van kolencentrales.

Ondertussen wil Europees ‘klimaat-commissaris’ Frans Timmermans, verantwoordelijk voor peperdure isolatie-eisen en steeds onrealistischer klimaatdoelstellingen, zoals het betrekken van een onrealistisch hoog percentage energie uit onbetrouwbare hernieuwbare energiebronnen, steeds verder gaan met de uitbreiding van Europese Emissiehandelssysteem (EU ETS) – in feite een EU-klimaatbelasting op energie – naar allerlei nieuwe sectoren. Niet bepaald iets wat consumenten die onder inflatie gebukt gaan op prijs zullen stellen. Zeker niet in ons land, waar die nu al tot 9 procent oploopt in vergelijking met een jaar geleden.

Uiteindelijk is er wel zoiets als ‘politieke zwaartekracht’. Wat echt niet werkt en totaal niet aansluit bij de realiteit, zal uiteindelijk moeten veranderen. De groene beweging in Europa zal deze ongemakkelijke waarheid uiteindelijk toch moeten aanvaarden.

[top]