08 Nov 2021

Essay: Hoe Brussel de broedplaats voor het islamo-fascisme werd

0 Comment

Lakse houding van de Belgische autoriteiten.

(Dit essay van Libera!-bestuurder Pieter Cleppe, hoofdredacteur van BrusselsReport, verscheen oorspronkelijk in twee delen op 7 en 8 november 2021 bij OpinieZ.)

In september begon het proces tegen twintig mannen die beschuldigd worden van het plannen, helpen en uitvoeren van de terroristische aanslagen van november 2015 in Parijs. Daarbij vielen islamitische terroristen het Stade de France, bars, restaurants en de concertzaal Bataclan aan met honderden slachtoffers tot gevolg. De organisator van de aanslag kwam uit Brussel, waar het islamo-fascisme gedijde. Naar aanleiding van een nieuw verschenen studie beschrijft Pieter Cleppe hoe het zover heeft kunnen komen. Deel 1 van een tweeluik.

Het brein achter de aanslagen was de Belg Oussama Atar. Het is de moeite waard om zijn leven eens nader te bekijken, want het verklaart nogal wat van hoe het allemaal zo ver heeft kunnen komen. Naast de aanslagen in Parijs van november 2015 was Atar ook het brein achter de terreuraanslagen in Brussel van maart 2016. Die waren gericht op de nationale luchthaven van Brussel en een metrostation.

Aanvankelijk werd vermoed dat een andere Brusselaar, Abdelhamid Abaaoud, het brein was, tot Belgische onderzoekers na enkele maanden beseften dat het Atar was, die in Raqqa (Syrië) verbleef, toen de hoofdstad van de zogenaamde “Islamitische Staat” (ISIS). Hij zou ook een terroristische aanslag hebben gepland op Schiphol, maar om onbekende redenen werd dit plan opgegeven.

Atar was geen willekeurig ISIS-lid. Als vertrouweling van Abu Mohammad al-Adnani, een Syrisch staatsburger en nummer twee van de terreurgroep, was hij opgeklommen tot de nummer drie van ISIS. Atar sprak Irakees, Arabisch en Frans, waardoor hij het bevel kon voeren over de voorbereiding van terreuraanslagen in Europa binnen de External Operations Unit van ISIS, “Copex” genaamd. Dit alles is gedocumenteerd in een nieuw boek over Atar, geschreven door de voormalige Belgische politicus Georges Dallemagne en journalist Christophe Lamfalussy. Het boek is bijzonder onthullend over de nauwe banden tussen ISIS en actieve terroristen in Europa.

Problematische integratie

De jeugd van Atar werpt licht op de problematische integratie van minderheden in België, een factor die bijdroeg tot het pad van islamitische radicalisering dat door een zeer kleine minderheid van Belgische moslims werd gevolgd. Vergelijkbare patronen zijn zichtbaar in heel Noord-Europa, maar het valt moeilijk te ontkennen dat de situatie in Brussel, waar veel van de terroristen van de aanslag in Parijs van november 2015 vandaan kwamen, bijzonder verontrustend is.

In dit verband is het belangrijk te wijzen op de rol van de Belgische verzorgingsstaat, die wemelt van de zogenaamde “werkloosheidsvallen“, uitkeringen die zo genereus zijn dat het aantrekkelijker is om werkloos te blijven dan een baan te vinden: dit is vaak het geval voor vrouwen met kinderen. Als gevolg daarvan heeft het Brussels Gewest zo ongeveer de laagste werkgelegenheidsgraad in de EU: slechts 37,6% van de niet-EU-buitenlanders van beroepsactieve leeftijd is momenteel ook economisch actief. Het is duidelijk dat dit een groot obstakel vormt voor integratie in de samenleving.

Marokkaanse immigranten

Atar komt uit een familie van Marokkaanse immigranten. Veel Marokkaanse immigranten zijn zeer goed geïntegreerd in de samenleving, maar een minderheid is dat niet. Uit een enquête uit 2015 bleek dat 15,7% van de Marokkaanse Belgen zich meer Marokkaan dan Belg voelde; voor Turkse Belgen lag dit percentage op 21,3%. Ongeveer 80% van de Marokkaanse Belgen in Brussel trouwt met iemand uit de eigen gemeenschap; voor Turkse Belgen is dat 90%. Ook Nederland verwelkomde een vergelijkbaar aantal immigranten uit Marokko, vooral vanaf de jaren zestig.

Uit een onderzoek van de Nederlandse regering uit 2006 bleek echter dat mensen van Marokkaanse afkomst beter geïntegreerd zijn in de samenleving dan mensen van Turkse afkomst, wat overeenkomt met het Belgische onderzoek uit 2015. De criteria om “integratie” te beoordelen waren werksituatie, prestaties op school en sociale uitkeringen. Niet criminaliteit, wat de resultaten kan hebben beïnvloed, gezien het feit dat de criminaliteitscijfers onder jonge Nederlanders van Marokkaanse afkomst ongeveer drie keer zo hoog zijn als onder vergelijkbare Nederlanders van Turkse afkomst.

Syriëgangers

Ongeveer 83% van de Belgisch Syriëgangers is echter van Marokkaanse afkomst, en slechts een handvol is van Turkse afkomst. In 2016 verklaarde de Belgische academicus Fouad Gandoul, zelf van Marokkaanse afkomst, dit door op te merken dat de Turkse staat – in het bijzonder de Diyanet, het Directoraat voor Religieuze Zaken – een sterke invloed heeft op de Belgische moskeeën die door de Turkse minderheid worden bezocht: “Ankara bepaalt de marsrichting. Bijgevolg is er slechts een zeer zéér kleine strekking die aanleunt bij het salafisme van Saoedi-Arabië.” Universitair onderzoeker Ilke Adam voegt daaraan toe: “Moskeeën waar Marokkanen naartoe gaan worden amper erkend door België. Veel moskeeën krijgen daardoor hun financiering vanuit Saoedi-Arabië.”

Ze merkt verder op dat in België mensen van Marokkaanse afkomst “hogere diploma’s” hebben dan mensen van Turkse afkomst, terwijl er ook meer echtscheidingen zijn in de Marokkaanse gemeenschap van België dan in de Turkse gemeenschap. Rachid Madrane, een Brussels socialistisch politicus van Marokkaanse afkomst, benadrukt dat “het Turkse nationalisme veel sterke figuren kent, die doen denken aan een vaderfiguur, zoals president Erdogan. Marokkaanse gezinnen worden vaker uit elkaar gerukt, waardoor jongeren de radicale islam in worden gedreven.”

Het gebrek aan integratie was een noodzakelijke factor om mensen te overtuigen tot interpretaties van de islam die het best kunnen worden omschreven als ‘islamo-fascisme‘, aangezien er bijna geen ‘autochtone’ Belgen waren die deze ideologie gingen aanhangen – maar het was geen voldoende factor, zoals blijkt uit het lage aantal Turkse Belgen dat radicaliseerde. In zekere zin kan de betere integratie van Marokkanen, die een meer hybride identiteit hebben dan Turkse Belgen, hen dus zelfs kwetsbaarder hebben gemaakt.

De rol van criminaliteit

Het CBS verklaart: “Met name mannen van Marokkaanse herkomst tussen de 18 en 25 worden vaak van misdrijven verdacht. 20,3 procent van hen werd in 2012 van een of meer misdrijven verdacht. Dat is meer dan vier keer zo veel als bij autochtone mannen van dezelfde leeftijd (4,5 procent).” Ook in België zijn mannen van Marokkaanse afkomst onevenredig vertegenwoordigd in de criminaliteitsstatistieken. Atar was tijdens zijn jeugd nooit betrokken bij criminaliteit. Veel van de Brusselse terroristen waren echter kleine criminelen die zich in de gevangenis hadden bekeerd tot de fascistische variant van de islam.

De auteurs van de biografie van Atar vermelden dat hij opgroeide aan het Willemsplein in Laken, een Brusselse deelgemeente waar “(…) de drugshandel welig (tierde). Veel jongeren zaten in de criminaliteit, zoals de broers Khalid en Ibrahim El Bakraoui, die we nu kennen als twee van de zelfmoordterroristen van 22 maart 2016. Zij waren neven van Oussama Atar en toen al zware jongens die gewelddadig uit de hoek kwamen tegen goedbedoelende straathoekwerkers.” Later, toen hij bij ISIS in Syrië zat, rekruteerde Atar hen voor het “Copex”-team, samen met een aantal andere jeugdvrienden, zoals Najim Laachraoui en Sammy Djedou, die hij kende van zijn jeugd in Laken.

Molenbeek

De gebroeders El Bakraoui waren al eerder in het nieuws geweest. In 2010 deden de burgemeesters van Brussel-Stad en Molenbeek – een Brusselse gemeente die berucht is om haar islamofascisme – een incident waarbij een van de broers El Bakraoui met een AK47 op de lokale politie schoot na een mislukte inbraak op klaarlichte dag, af als een onbeduidende gebeurtenis. Het incident leidde tot een politiestaking en hoewel Bakraoui werd gearresteerd en veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf, werd hij in 2014 alweer voorwaardelijk vrijgelaten. In de gevangenis kreeg hij regelmatig bezoek van Atar.

Broedplaatsen

Het verhaal van Atar onthult veel kwalen van het Belgische strafrechtsysteem: gevangenissen waar het islamofascisme welig tiert, lage veroordelingspercentages en lichte straffen voor zowel zware als minder zware misdrijven, waarbij criminelen al te vaak van minder naar zwaardere misdrijven overgaan. In 2019 legde deskundige Tamara Makarenko in een getuigenis voor de VN-Veiligheidsraad uit dat kleinere terroristische cellen zich concentreerden op het rekruteren van criminelen in gevangenissen, die echte “broedplaatsen van islamofascisme” zijn geworden en een plaats voor de uitwisseling van expertise. Dit is zeer zeker ook voor België het geval.

Belgisch lobbywerk voor Atar

In hun boek vertellen Dallemagne en Lamfalussy: “Veteranen van Al Qaeda kwamen al in het begin van de jaren 2000 terug uit Afghanistan, Syrië en Irak, hingen rond op het Willemsplein en vertelden de jongeren sterke verhalen over de Heilige Oorlog.” Ze herinneren zich hoe Oussama Atar vaak de videotheek van zijn buurman bezocht, “een notoire islamist” die ook een collectie islamo-fascistische video’s in de aanbieding had: “Op zijn zeventiende vertrok hij op vakantie naar Syrië met één van de meest extremistische imams van Molenbeek, sjeik Bassam Ayachi. In september 2003 keerde hij terug naar Damascus, dit keer voor een periode van twee jaar, naar eigen zeggen om Arabisch te studeren – maar dan wel in een Koranschool waar de jihad openlijk werd gepromoot.”

In februari 2005 werd hij in Irak gearresteerd door Amerikaanse troepen, waarbij hij eerst beweerde een “soldaat van het islamitische leger” te zijn, waarna hij zijn verhaal veranderde en zei om humanitaire redenen naar Irak te zijn gekomen. Atar werd vastgehouden in de beruchte Abu Ghraib-gevangenis en pas na acht maanden brachten de VS de Belgische Staatsveiligheid ervan op de hoogte dat hij werd vastgehouden.

Informant

Na een bezoek besloot de Staatsveiligheid te proberen hem als informant in te schakelen, met als gevolg dat de Belgische regering hard begon te lobbyen voor zijn vrijlating: in 2008 werd een formeel verzoek om zijn vrijlating aan Irak gestuurd. Dit werd ook aangemoedigd door de familie van Atar en een aantal lokale politici in Brussel.

Volgens de auteurs van Atars biografie waren dat niet alleen de gebruikelijke socialistische usual suspects, die zich hebben gespecialiseerd in het op een nogal tribale manier verkrijgen van de electorale steun van minderheden, maar ook de liberale Europarlementariër Louis Michel, een voormalige Belgische minister van Buitenlandse Zaken.

De Belgische regering heeft hiervoor gelobbyd ondanks de waarschuwingen van zowel de Amerikaanse als de Franse geheime dienst, die Atar als uiterst radicaal beschouwden, en ondanks een evaluatie van het eigen Coördinatieorgaan voor de Analyse van de Dreiging (OCAD) van de Belgische staat dat eveneens had gewaarschuwd dat hij zeer gevaarlijk was. Ondertussen werd Atar overgebracht naar Camp Bucca, omschreven als “the US prison that became the birthplace of ISIS“, waar hij de persoon ontmoette die later de nummer twee van ISIS zou worden.

ISIS

Ondanks dit alles bleef de Belgische regering vragen om zijn repatriëring, en in 2010 werd de campagne om hem vrij te krijgen opgevoerd. In september 2012 werd Atar gerepatrieerd naar België, en hoewel hij formeel beschuldigd werd van lidmaatschap van een terreurgroep, werd hij vrijgelaten onder de voorwaarde dat hij gevolgd zou worden door de geheime dienst. Dit weerhield hem er niet van zijn El Bakraoui-neven in de gevangenis minstens twintig keer te bezoeken en de jihad te propageren. Eind 2013 vloog hij naar Tunesië, maar hij werd teruggestuurd naar België door de Tunesische politie, die geweten moet hebben dat hij niets goeds in de zin had. Desondanks ondernamen de Belgische autoriteiten geen actie en kon hij naar Turkije en vervolgens naar Syrië reizen om zich bij ISIS aan te sluiten.

Het mag zijn dat de Belgische veiligheidsdiensten hun handen vol hadden en met een gebrek aan middelen kampten, en achteraf is het allicht makkelijk praten, maar voor hen, alsook voor de Belgische politiek, is dit toch allemaal bijzonder gênant.

Salafisme in het centrum van Brussel

Niet alleen in de straten van Brussel komen jongeren met een immigratieachtergrond in aanraking met autoritaire interpretaties van de islam: ook de mainstream islam in België wordt er al jaren door geplaagd.

In 2018 kreeg de Belgische regering opnieuw de controle over de Grote Moskee van Brussel, gelegen in het Jubelpark in de buurt van het hoofdkwartier van de Europese Commissie, door de 99-jarige huurvrije huurovereenkomst met Saoedi-Arabië van het gebouw met onmiddellijke ingang te beëindigen vanwege het vermoeden dat er radicalisme werd gepredikt. Deze concessie was in 1969 verleend en gaf door Saoedi-Arabië gesteunde imams toegang tot de groeiende moslimgemeenschap in België in ruil voor goedkopere olie voor de Belgische industrie.

Saoedische invloed

Terwijl de Turkse autoriteiten moskeeën en imams ter beschikking stelden van de Turkse minderheid in België, werd de Marokkaanse minderheid aan haar lot overgelaten, en de Saoedi’s grepen die kans met beide handen aan om hen bloot te stellen aan de eigen fanatieke-autoritaire vorm van islam, die werkelijk vreemd is aan de meer tolerante soort islam die in Marokko heerst. Het zou te simplistisch zijn om enkel deze ontwikkeling als de oorzaak te duiden van de radicalisering van sommige Belgische Marokkanen, maar het speelde wel een rol.

Vóór de aanslagen in Brussel was de door Saoedi-Arabië gecontroleerde moskee al onder vuur komen te liggen wegens het promoten van het salafisme, bijvoorbeeld door het Vlaamse socialistische parlementslid Yamila Idrissi, ook van Marokkaanse afkomst. Maar het was pas na de aanslagen dat de Belgische regering uiteindelijk besloot actie te ondernemen en de huurovereenkomst beëindigde, verrassend genoeg zonder veel ophef van de Saoedische regering.

Spionage

De spanningen zijn echter gebleven. Eerder dit jaar dreigde de Belgische regering de erkenning van de moskee, die gepaard gaat met subsidies, niet te verlengen nadat de Belgische inlichtingendiensten bewijzen hadden gevonden dat het vertrek van de Saoedi’s de weg had vrijgemaakt voor de Marokkaanse regering om er haar eigen vertegenwoordigers te installeren, wat gepaard ging met beschuldigingen van spionage.

Dit gebeurde nadat de Belgische regering de Moslimexecutieve – de grootste organisatie die de moslims in België vertegenwoordigt – had opgeroepen zich te zuiveren van vertegenwoordigers van de Marokkaanse regering. Nieuwe Vlaamse wetgeving voorziet nu in een verbod op bepaalde vormen van buitenlandse financiering voor die religieuze gemeenschappen die subsidies willen ontvangen.

Radicalisering

Het is moeilijk om te voorkomen dat giftige buitenlandse religieuze ideologieën doordringen tot de immigrantengemeenschappen in België, die een (letterlijk) strijdtoneel vormen voor buitenlandse religieuze strijd. In 1989 werd de Saoedische imam van de Grote Moskee zelfs vermoord in het kantoor van de moskee, blijkbaar door een Libanese terreurgroep die hem niet radicaal genoeg vond. Tegenwoordig is het vanzelfsprekend dat online predikers gewoon onbeperkt hun gang kunnen gaan, dus sommige goedbedoelde maatregelen zullen maar een beperkt effect hebben zonder begeleidende maatregelen tegen online radicalisering.

Westerse waarden bedreigd

Uiteindelijk kan de staat slechts beperkt invloed uitoefenen op hoe mensen denken, en dat is maar goed ook. De enige duurzame weg om te voorkomen dat mensen vallen voor gewelddadige en autoritaire denkbeelden is, dat de westerse maatschappij de superioriteit hoog in het vaandel draagt van de waarden die in het Westen meer dan elders dominant zijn en daarom ‘westerse waarden’ worden genoemd.

Het is waar dat ‘westerse waarden’ niet altijd gemakkelijk te definiëren zijn, maar hoe gespannen de ideologische strijd in de westerse samenleving ook is geweest tussen religieuzen en niet-religieuzen, of tussen katholieken en protestanten, er was altijd een gemeenschappelijke kern van individualisme, eigendomsrechten, vrije meningsuiting en gelijkheid voor de wet. Het mag duidelijk zijn dat deze westerse waarden in de loop van de geschiedenis ook in westerse samenlevingen vele malen zijn geschonden, maar toch bleven ze sterker aanwezig dan in welke niet-westerse samenleving ook.

Derde Wereld

Vandaag de dag worden deze waarden in twijfel getrokken. Denk maar aan de steun voor het strafbaar stellen van ‘haatzaaien’ – een arbitrair en subjectief concept. Of aan de diepe scepsis onder socialisten van allerlei pluimage ten aanzien van het systeem van eigendomsrechten. Denk ook aan de steun voor het idee van een sterke leider of voor autoritaire bestuurssystemen. Al deze overtuigingen zijn diep verankerd in wat men vroeger de ‘Derde Wereld’ noemde en zij zijn uiteindelijk verantwoordelijk voor het feit dat velen ervoor kozen om van daaruit te emigreren.

De ‘Derde Wereld’ heeft intussen wel veel van die westerse waarden overgenomen, vooral als het gaat om eigendomsrechten en het terugdringen van autoritair bestuur. Vele immigranten die uit deze landen afkomstig zijn, omarmen de westerse waarden, maar degenen die dat niet doen, kan men misschien vergeven, aangezien zovelen in het Westen zelf deze waarden niet steunen. Net zoals sommige Marokkaanse Belgen, die in verwarring verkeren over hun identiteit, kwetsbaar zijn voor de lokroep van het islamofascisme, zullen veel immigranten niet goed in de westerse samenleving integreren zolang deze waarden er in twijfel worden getrokken.

[top]