Artikel: Huishoudboekje nieuwe regering kleurt bloedrood
Zo bekend mijn grootmoeders waren met het huishoudboekje om nauwgezet alle inkomsten en uitgaven bij te houden, zo onbekend is deze regering met het adagium ‘nooit meer geld uitgeven dan er binnenkomt’. Dat zal ons nog zuur opbreken.
(Artikel door Peter De Keyzer, hoofdeconoom van Growth Inc. en laureaat van de Prijs voor de Vrijheid 2014, zoals gepubliceerd in De Tijd van 9 oktober 2020.)
De bomma van Conner Rousseau zal blij zijn. Haar pensioen wordt binnenkort verhoogd naar 1.500 euro. Volgens de voorzitter van de sp.a/Vooruit maakt het zijn bomma niet uit waar het geld vandaan komt, zolang haar pensioen maar stijgt.
Ik had ook twee grootmoeders: oma en moeke. Spijtig genoeg zijn ze er al een tijdje niet meer. Zij waren allebei van eenvoudige komaf en hebben me toch veel geleerd.
Een van die dingen is het huishoudboekje. Dat was een schriftje waarin mijn grootmoeders opschreven hoeveel geld binnenkwam in het gezin en hoeveel vervolgens opnieuw buiten ging. Ze hadden een groot gezin en ze hadden het niet altijd even breed. Daarom was het van het grootste belang dat uitgaven en inkomsten nauwgezet werden bijgehouden. ‘Nooit meer geld uitgeven dan er binnenkomt’ was de hoeksteen van een gezond budget.
De nieuwe regering heeft nog nooit van een huishoudboekje gehoord. Er worden volop nieuwe uitgaven gepland: hogere pensioenen, hogere uitkeringen en sociale uitgaven die veel sneller groeien dan de economie. Waar de inkomsten vandaan moeten komen of hoe we meer mensen laten bijdragen, daar is bijna niets over te vinden. Zo duidelijk het regeerakkoord is over de nieuwe uitgaven, zo vaag of ontbrekend zijn de geplande inkomsten om dat te betalen.
Het Belgische huishoudboekje was al onevenwichtig voor Covid-19: te veel uitgaven, te weinig inkomsten en structurele tekorten. De regeringsplannen zullen die tendens nog uitvergroten. Wie meer uitgeeft zonder dat er extra geld binnenkomt, stevent af op het bankroet. Dat weet elk gezinshoofd en elke bedrijfsleider. Dat wisten oma en moeke ook.
Zelfs voor Covid-19 waren onze pensioenen al onbetaalbaar. Te weinig mensen aan de slag. Te korte carrières. Te veel jaren waarin niet gewerkt wordt maar die toch meetellen voor de pensioenberekening. In België gelooft alleen de Vergrijzingscommissie nog dat de pensioenen betaalbaar zijn. Daarvoor tovert ze in haar voorspellingen een spectaculaire versnelling van de productiviteit uit haar hoed. De afgelopen tien jaar steeg de Belgische productiviteit jaarlijks met gemiddeld 0,3 procent, veel te weinig om de toekomstige pensioenen te betalen. Toch veronderstelt de Vergrijzingscommissie dat de productiviteitsgroei op een of andere manier opnieuw stijgt naar 1,5 procent.
Goudader
Dat is even geloofwaardig als veronderstellen dat we in de Kempen een goudader zullen ontdekken waarmee we onze pensioenen zullen betalen. Voor alle duidelijkheid: een pensioen van 1.500 euro maakt de pensioenfactuur nog onbetaalbaarder dan ze al was.
Zelfs voor Covid-19 sputterde onze economische motor al. Niet alleen hinkt onze productiviteitsgroei achterop, er zijn veel te weinig mensen aan de slag, vooral in Brussel en Wallonië. Daar moeten dringend meer mensen aan het werk: inactiviteit, vervroegd pensioen of werkloosheid moeten er veel minder aantrekkelijk worden.
Het perverse is dat de aangekondigde sociale maatregelen – hogere pensioenen en hogere uitkeringen – precies het tegenovergestelde zullen bereiken. Door de pensioenen te verhogen, wordt brugpensioen opnieuw aantrekkelijker. Een bedrag waarvoor je vroeger een hele carrière moest werken, zal je nu al kunnen bereiken met een nog kortere carrière. Hogere uitkeringen zullen hetzelfde effect hebben. De laagste lonen in België zijn nauwelijks hoger dan vergelijkbare uitkeringen. Dat is de werkloosheidsval. Het verschil tussen uitkeringen en de laagste lonen moet groter worden om mensen naar de arbeidsmarkt te krijgen. Niet opnieuw kleiner, zoals nu beslist is.
Brexit
Ten slotte raken Covid-19 en de brexit de Belgische – en vooral de Vlaamse – economie midscheeps. We moeten er rekening mee houden dat onze economische groei nog vele jaren achterop zal hinken en dat van een echt herstel geen sprake zal zijn. De verdiencapaciteit van onze economie zal nog lang veel te laag blijven. Het opdrijven van die groei door productieve investeringen en meer mensen aan de slag zou de absolute prioriteit moeten zijn.
Het huishoudboekje van de nieuwe regering kleurt bloedrood. Hogere pensioenen, hogere uitkeringen en hogere sociale uitgaven aan de uitgavenkant. Een lage productiviteitsgroei en te weinig mensen aan de slag aan de inkomstenkant. En Covid-19 en de brexit die de inkomsten blijven drukken.
De sociale uitgaven verhogen terwijl onze verdiencapaciteit daalt, is een recept voor steeds hoger oplopende begrotingstekorten. De enige manier om die weg te werken, zijn fors hogere belastingen. Ook die komen niet aan bod in het regeringsplan. Daar zal de komende jaren de echte strijd worden uitgevochten, tijdens de begrotingsrondes en -controles. Benieuwd wie daar de bovenhand zal halen: de bomma van Conner of mijn moeke.

