Artikel: Verkeer vlot trekken in drie stappen
Decennia aanmodderen met mobiliteit heeft geen zoden aan de dijk gezet. Het is tijd voor drie dringende ingrepen.
(Artikel door Peter De Keyzer, hoofdeconoom van Growth Inc. en laureaat van de Prijs voor de Vrijheid 2014, zoals gepubliceerd in De Tijd van 17 augustus 2018.)
De zomer is altijd een unieke periode. Reistijden tussen Vlaamse steden zijn zowat de helft van die tijdens het jaar. Files zijn maar half zo lang als normaal. De wegeninfrastructuur en het openbaar vervoer in het buitenland zijn wereldklasse in vergelijking met die in België. Buitenlandse treinen rijden op tijd.
Binnenkort is de zomervakantie gedaan. Dan breekt opnieuw het seizoen aan van de monsterfiles, nog grotere treinvertragingen en de stakingen in het openbaar vervoer. De volgende jaren worden vervoer en mobiliteit de thema’s op economisch en politiek vlak. Decennia aanmodderen heeft geen zoden aan de dijk gezet. Het is tijd voor drie dringende ingrepen.
1. Schaf monopolies af
Wat is het verschil tussen een monopolist en een overheidsmonopolist? Een monopolist levert slechte diensten en vraagt daar een veel te hoge prijs voor. Een overheidsmonopolist krijgt daar nog eens een vergunning van de overheid voor. Zowel De Lijn als de NMBS heeft de facto een monopolie op de markt voor het openbaar vervoer. Dat is volkomen voorbijgestreefd.
Dat staatsmonopolisten niet in staat zijn goede diensten te bieden voor een juiste prijs, weten we ondertussen. Dat zagen we ook bij de RTT, de Posterijen of Sabena. Het grote probleem is dat de monopolisten op geen enkele manier geprikkeld worden om betere diensten te leveren. Neem klanttevredenheid: hoe meten De Lijn of de NMBS hoeveel passagiers ze vervoeren? Ze worden handmatig geteld in periodieke steekproeven. Lees de vorige zin even opnieuw, met uw smartphone in de hand.
Facebook en Google weten beter waar pendelaars zich bevinden dan de NMBS. Wie stapt waar op? Waar stapt hij af? Neemt hij een fiets of een bus? Waarom gaat hij op vrijdag te voet en op maandag met de auto? Geen hond die het weet bij de monopolisten van het openbaar vervoer. Wat is trouwens het ‘openbaar’ vervoer? Vervoer van iedereen? Vervoer voor iedereen? Vervoer georganiseerd door de overheid?
Er zijn veel nieuwe spelers op de mobiliteitsmarkt die moeten opboksen tegen de monopolisten van het vervoer. Breek het monopolie van de NMBS eindelijk open en bedenk manieren om haar infrastructuur beter te laten renderen. Betonneer een deel van de spoorverbindingen van de NMBS en maak er snelwegen voor vrachtvervoer van. Zo blijft het vrachtvervoer uit de dorpskernen, ontlast je de grote verkeersassen en kan België echt een logistiek knooppunt worden.
2. Weg met parkeerplaatsen
We hebben dringend nood aan wegeninfrastructuur van de 21ste eeuw. We kunnen dromen van zelfrijdende elektrische auto’s en een geautomatiseerd vlot verkeer, maar met onze verouderde infrastructuur gaan we er niet komen. De verkeersinfrastructuur is gebouwd voor de jaren 50. Alles is gericht op menselijke bestuurders en een privaat bezit van auto’s met verbrandingsmotoren. Te veel parkeerplaatsen, te weinig laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen, ondoordachte knooppunten: daarmee gaan we het niet redden.
Neem de luchthaven van Zaventem. Die staat vol met parkeerplaatsen voor auto’s die daar enkele dagen of weken blijven staan. Al die auto’s zijn dood kapitaal, alleen de eigenaar van de parkeergarages wordt er steenrijk van.
In een tijdperk van zelfrijdende auto’s kan je die parkings voor 90 procent afbreken. Dan wordt iedereen afgezet aan de luchthaven of het station door een zelfrijdende auto die vervolgens weer vertrekt. Je kan die parkeerplaatsen afbreken om er nuttigere dingen mee te doen.
Zelfs zonder zelfrijdende auto’s verliezen parkeerplaatsen en -garages snel hun nut. Stel dat ik een deelwagen neem in Antwerpen en die op de luchthaven achterlaat als ik vertrek, dan kan die onmiddellijk gebruikt worden door een passagier die terugkeert. Stop dus met parkeerplaatsen bouwen en zet op die manier een stap naar de mobiliteit van de 21ste eeuw.
3. Voer rekeningrijden in
Daarover bestaat intussen ruime consensus. Niemand betaalt in België voor het gebruik van de openbare wegeninfrastructuur. Sommigen zullen het daar niet mee eens zijn. ‘We betalen toch verkeersbelasting en accijnzen op brandstoffen?’, zullen ze opwerpen. Maar dat is niet ‘betalen’ voor het gebruik. Wie om middernacht een kilometer over een verlaten Antwerpse Ring rijdt, betaalt evenveel als wie diezelfde kilometer in volle spits aflegt. Dat is een domme heffing. Een slimme heffing verzekert dat je meer betaalt als je meer hinder veroorzaakt. Als het drukker is, betaal je meer. Voor een weekje Spanje betaal je nu ook eenmaal meer in het hoogseizoen dan in hartje winter. Laat mensen dus betalen in functie van het tijdstip en de plaats.
Laat de markt bepalen hoe hoog de heffing moet zijn. Er is maar een beperkte capaciteit op de snelwegen en ringwegen: het aanbod aan openbare weg ligt vast. Je kan de hoogte van de heffing variëren tot de vraag perfect gelijk is aan het aanbod. In de spits bij regenweer kost een verplaatsing over de Antwerpse Ring misschien 13 euro. ’s Nachts en in de zomer is dat misschien 5 cent. Technisch is de oplossing makkelijk te implementeren: met nummerplaatherkenning of een lokalisatie via de smartphone.
We hebben in België alles in huis om het verkeer vlot te trekken: geld, goeie ideeën en technologische oplossingen. Slechts een klein detail ontbreekt: vijf minuten politieke moed. Alleen op die manier zullen we vooruitgaan.

