Artikel: Erfenissen onteigenen is onrechtvaardig
Gelijkheid opleggen zal ons collectief niet vooruithelpen. Het verschil willen maken des te meer.
(Artikel door Peter De Keyzer, hoofdeconoom van Growth Inc. en laureaat van de Prijs voor de Vrijheid 2014, zoals gepubliceerd in De Tijd van 2 maart 2018.)
Wat is het verband tussen de erfenisbelasting en de wachtrijen aan scholen? In beide gevallen gaat het over ouders die het beste voorhebben met hun nageslacht en dat iets extra willen meegeven. Meer kansen en een betere toekomst.
Volgens sommigen is dat idee verwerpelijk – wie het verschil wil maken voor zijn nageslacht vergroot de ongelijkheid en moet daar dringend mee stoppen. Onder meer professor Paul De Grauwe en Andreas Tirez vinden erfenissen daarom onrechtvaardig. Echte vrijheid veronderstelt volgens hen dat iedereen gelijk aan de start verschijnt en het vervolgens op eigen kracht maakt. Erfenissen vertekenen die levensloop. Wie van rijke komaf is, start bij wijze van spreken enkele kilometers voor de rest van het peloton. Volgens hen wordt op die manier je afkomst en niet je werklust bepalend voor je succes in het leven. Daarom moeten erfenissen zwaarder belast worden.
Die redenering rammelt en is inconsequent.
Eerst en vooral is elke erfenis al een leven lang belast. Elke euro die zich in een vermogen bevindt, is wat er is overgebleven na aftrek van winstbelasting, roerende voorheffing, socialezekerheidsbijdragen, inkomstenbelasting, belasting op toegevoegde waarde, meerwaardebelasting, kadastraal inkomen en zoveel meer. Je zou denken dat het na de doortocht van al die belastingen stilaan welletjes is. Dat al voldoende belastingen zijn betaald om ongelijkheid te reduceren, onderwijs te betalen of welk ander doel ook te dienen. Maar nog belangrijker: dat het na al die belastingen aan de eigenaar toekomt te bepalen wat met zijn resterend vermogen mag gebeuren.
Dat is niet de mening van sommigen. Als de eigenaar van het vermogen sterft, vinden ze dat de overheid mag overgaan tot (gedeeltelijke) onteigening. De voorstanders van hogere erfbelastingen vinden hun ideaal van afgedwongen en opgelegde gelijkheid belangrijker dan het eigendomsrecht van elk individu. Gedwongen onteigening als een manier om gelijkheid te forceren.
Wie gelijkheid echt belangrijker vindt dan eigendomsrecht moet echter consequent zijn en moet ook durven pleiten voor een volledige onteigening. Wie een erfenis ontvangt van 10 miljoen euro heeft bij de start van zijn leven altijd een voorsprong. Zelfs na toepassing van een erfbelasting van 50, 60 of zelfs 90 procent. Wie echt de verschillen tussen mensen wil reduceren tot nul moet consequent zijn en pleiten voor een confiscatie van alle vermogens na overlijden.
Dan brengt ons bij de ruimere context. In naam van de gelijkheid eisen sommigen nog hogere belastingen op erfenissen – want die vergroten de ongelijkheid. Maar wat is een erfenis? We hebben het vooral over geld, gebouwen of ander materieel vermogen, maar je kan het begrip ‘erfenis’ net zo goed opvatten als ‘alles wat ouders hun kinderen meegeven om hen meer kansen te geven’. Dat is nu eenmaal wat ouders doen. En ja, door hun kinderen meer kansen te geven, vergroten die ouders de ongelijkheid in de maatschappij. Weg ermee dan maar?
Sommige ouders stimuleren hun kinderen boeken te lezen, wijzen hen op het belang van sport en gezonde voeding, kamperen aan scholen voor de beste plaatsen, stimuleren hen in hun passies, moedigen discipline of creativiteit aan, sluiten ze aan bij een sportclub, laten ze studeren in het buitenland, laten ze een extra diploma halen … Allemaal om het verschil te maken. Hun kinderen vooruit te helpen. Alles wat we een ‘goede opvoeding’ zouden noemen kan je klasseren onder de noemer ‘erfenis’. Al die zaken vergroten stuk voor stuk de ongelijkheid. Moeten we ze dan ook maar ineens verbieden, beperken, afremmen of belasten? Ouders proberen op alle mogelijke manieren het verschil te maken – zeker als het over hun kinderen gaat. Wie kan ze dat kwalijk nemen?
Voorstanders van hogere erfbelastingen moeten beseffen dat mensen altijd manieren zullen zoeken om hun kinderen toch meer kansen te geven. Ze geven tijdens (of na) hun leven geld, kansen, opleiding, opvoeding, jobs of mogelijkheden door aan de volgende generatie. Daar is niets mis mee. Gelijkheid opleggen zal ons collectief niet vooruithelpen. Het verschil willen maken des te meer.

