17 Jan 2018

Artikel: Hogere netto-inkomens zijn broodnodig

0 Comment

Boudewijn BouckaertHogere netto-inkomens zijn noodzakelijk bij een verdere afslanking van de sociale welvaartstaat. De discussie over erfbelastingen mag voor deze moeilijke opdracht geen bliksemafleider zijn.

(Artikel door Boudewijn Bouckaert, voorzitter van Libera!, zoals oorspronkelijk gepubliceerd in Het Laatste Nieuws van 17 januari 2018. Eerder gaf hij over dit thema ook al een interview aan het weekblad Knack.)

Open VLD heeft het gemunt op de erfbelastingen. De aanslagvoeten voor de vererving tussen familieleden moeten fors omlaag. Zelfs tot nul bij vererving tussen partners. Ook de extreem hoge aanslagvoeten bij vererving naar derden moeten omlaag. Open VLD heeft hier zeker een punt. In vergelijking met buurlanden is het toegevoegde fiscale leed bij het overlijden van onze dierbaren vrij hoog.

Moeten we echter streven naar een nulbelasting op vererving? Deze vraag kan men niet fatsoenlijk beantwoorden zonder de vergelijking te maken met andere belastingen, zoals de belasting op arbeid en de belasting op winst. Het essentiële verschil tussen deze twee laatste belastingen en de erfbelasting is dat in het eerste geval de belastingen geheven wordt op een inkomen dat de belaste persoon zelf heeft opgebracht. Dat is bij de erfbelasting niet het geval. De werknemer draagt via zijn arbeid, vaardigheden en kennis bij tot het product van zijn bedrijf. Een behoorlijk deel ervan verdwijnt stilletjes, via de bedrijfsvoorheffing, in de kas van de overheid. De ondernemer steekt zijn nek uit door kapitaal en kennis te stoppen in risicovolle projecten die zowel op winst of verlies kunnen uitdraaien. Haar winst wordt voor een stuk afgeroomd via vennootschapsbelastingen en de belasting op roerende inkomsten. Bij erfenissen verwerft de erfgenaam een vermogen dat niet door hemzelf, maar door ouders, familieleden of derden werd opgebouwd. Vanuit individualistisch en meritocratisch standpunt, toch liberale invalshoeken, zouden erfbelastingen als minder erg moeten beschouwd worden dan belastingen op arbeid en bedrijfswinsten.

Bron van vreugde

Bij erfenissen zijn er echter twee partijen, de erflaters en de erfgenamen. Voor de erflaters (voornamelijk ouders, grootouders) is het vooruitzicht dat hun kinderen van een stuk welvaart, die zij hebben opgebouwd, zullen kunnen genieten, een bron van vreugde. Indien men erfenissen zwaar gaat belasten, neemt men die bron van vreugde weg. Bovendien valt het te verwachten dat dan het fameuze Laffer-effect zijn tanden toont. Als men erfenissen zwaar belast dan zullen er eenvoudigweg geen erfenissen meer zijn en souperen potentiële erflaters hun vermogen volledig op of schenken ze het, via allerlei omwegen, bij leven aan hun kinderen of kleinkinderen. Een afschaffing van het erfrecht en de staat tot enige erfgenaam benoemen, zoals Bert Anciaux ooit nog voorstelde, is dus ook uit den boze.

Een liberaal geïnspireerd fiscaal beleid moet dus zowel deze ethische als economische bekommernissen meenemen. Ethisch gezien is een verlaging van belastingen op arbeid en ondernemingswinst zeker prioritair. Het onbelast 500 Euro per maand kunnen bijverdienen is in dat opzicht zeker een goed begin. Evenzeer om ethische redenen mag men de erfgenamen niet pluimen met hoge aanslagvoeten want men moet rekening houden met het subjectieve welvaartsgevoel van de erflaters.

Zoethoudertje

Op economisch vlak moet men rekening houden met de perverse impact van belastingen zowel op tewerkstelling, ondernemingszin als op de te vererven massa. De Laffer-curve is van toepassing op deze drie belastingen. Dit bleek overduidelijk toen een verlaging van de successierechten door de Vlaamse overheid leidde tot gestegen inkomsten. Ook een verdere drastische verlaging van de belastingen op arbeid en ondernemingen moet leiden tot een hogere activiteitsgraad van onze beroepsbevolking en een toename van private ondernemingsinitiatieven. Gelet op het bredere plaatje van fiscaal beleid, mag de verlaging van de erfbelasting zeker geen zoethoudertje worden om de rest van ons belastingsysteem ongemoeid te laten. In een globale competitieve wereld heeft de sociale welvaartstaat in zijn huidige vorm geen overlevingskansen bij een overheidsbeslag van vijftig procent en meer. Hogere netto-inkomens uit arbeid zijn noodzakelijk, zodat mensen niet alleen meer kunnen consumeren, maar ook meer kunnen sparen om zich te voorzien op de onafwendbare afslanking van de sociale welvaartstaat. De discussie over de erfbelastingen mag voor deze moeilijke opdracht geen bliksemafleider zijn.

[top]