Gastbijdrage: De opkomst en val van UKIP
Sinds de brexit lijkt er één partij de grote verliezer te worden. Niet de EU, maar de UK Independence Party (UKIP) van Nigel Farage.
(Artikelreeks ingestuurd door Harry De Paepe, redacteur van Doorbraak.)
Een volksleger van fruitcakes?
Eind juni gaf Nigel Farage triomfantelijk de leden van het Europarlement lik op stuk. Het was zijn beurt om hen te bespotten na 20 jaar van kritiek op zijn partij en zijn eurosceptische retoriek. Sinds dat optreden is de topman van UKIP verdwenen uit de aandacht. Tenzij die aandacht zich in het Verenigd Koninkrijk op Donald Trump richt, waar Farage nu te pas en te onpas als zelfverklaarde raadgever van de presidentskandidaat optreedt. Of tenzij de opvolger van Farage na achttien dagen als voorzitter terugtreedt en zo de man verplicht de partij nog wat langer te leiden tot er een vervanger is.
De geboorte van een liberale professorenbeweging
De partij bereikte zijn belangrijkste doel: het Verenigd Koninkrijk besliste via een referendum om geen deel meer uit te maken van de Europese Unie. Het is de bestaansreden van UKIP sinds 1991. Toen richtte de historicus en professor aan de London School of Economics Alan Skedd de ‘Anti-Federalist League’ op. De beweging was een reactie tegen het Verdrag van Maastricht en jaar na de invoering van het verdrag doopte de groepering zich om in de UK Independence Party. Onder meer de dissidente politicus en intellectueel Enoch Powell sprak zijn steun uit voor de nieuwe partij, zonder er ooit lid van te worden. Skedd leidde de partij vier jaar lang, maar trad terug en nam afstand van zijn eigen geesteskind. Een ‘monster van Frankenstein’ was volgens hem geïnfiltreerd door extreemrechtse figuren – onder meer een zekere Nigel Farage – en sindsdien werd Alan Skedd een van de belangrijkste critici.
Een rechtse puinhoop
Begin jaren 2000 won de partij aan bekendheid dankzij de steun van talkshowpresentator en vroeger Labourparlementslid Robert Kilroy-Silk. In 2004 kon UKIP, met de bekendheid van Silk, sterk scoren in de Europese parlementsverkiezingen en won het 12 zetels. Een jaar later was Silk – intussen ook europarlementslid – al weg om zijn eigen partij op te richten – Veritas – die hijzelf daarna zou verlaten. UKIP belandde opnieuw in een diepe crisis. De extreemrechtse British National Party overvleugelde de eurosceptici in de nationale verkiezingen. In die puinhoop werd Nigel Farage verkozen tot nieuwe partijleider in 2006.
De komst van Farage
Farage gooide het over een andere boeg dan zijn voorgangers. De partij zou het voortaan over meer dan alleen ‘Europe’ hebben. UKIP nam een duidelijk anti-immigratiestandpunt in, pleitte voor de terugkeer van de meritocratische ‘Grammar Schools’, kantte zich tegen het rookverbod, stelde de opwarming van de aarde in vraag en dat allemaal in de vlotte, volkse stijl van Farage. Hij stak met zijn pint en saffie af tegen de klassieke gladde Westminster politici. De eurosceptische partij verwoordde de frustratie van de modale Brit over de corruptieschandalen waarin het parlement verzeilde, over de financiële crisis die vooral de lagere klassen in het VK raakte. Belangrijke geldschieters van onder meer van de Conservatives stopten de jonge partij geld toe. Verschillende eurosceptische Tory’s maakten de overstap naar UKIP, zoals de tiende graaf van Dartmouth. David Cameron noemde de groeiende dreiging die UKIP vormde een van ‘fruitcakes, loonies, and closet racists’.
UKIP bepaalt politieke agenda
Maar in 2009 eindigden de eurosceptici als tweede grootste partij, na Camerons Tory’s, in de euroverkiezingen. De BNP was helemaal van de kaart geveegd, Labour werd vernederd derde en de conservatieven waren in paniek. Nigel Farage en zijn ‘people’s army’ werden een factor van belang in de Britse politiek. In 2014 boekte UKIP zijn grootste electorale succes. De partij behaalde 27 procent van de stemmen in de Europese verkiezingen, en het werd daarmee de grootste groep die vanuit het Verenigd Koninkrijk naar Brussel en Straatsburg werd gestuurd.
In Downing Street 10 was het alle hens aan dek. Die ‘gekken’ werden levensbedreigend voor de Tory’s. Voor de nationale verkiezingen van 2010 maakte David Cameron de opmerkelijke belofte om een referendum te houden over de toekomst van zijn land in de Europese Unie. De toen nog jonge oppositieleider wilde de wind uit de eurosceptische zeilen halen. Hij bleek succesvol aangezien die verkiezingen een regelrechte flop werden voor UKIP. De afstandelijke partijleider, Lord Pearson, hield het voor bekeken en Farage keerde terug als voorzitter. Hij verlegde de electorale focus naar de ‘heartlands’ van Labour. Zijn verzet tegen de conservatief-liberale coalitieregering werd gebaseerd op stoere taal over de migratie en over de door de regerende elite vergeten arbeiders. Nigel Farage was niet meer weg te slaan uit de media. In de lokale verkiezingen groeide de partij enorm snel naar 23 procent van de kiezers. Men sprak van het sterkst groeiende succes uit de Britse politieke geschiedenis.
Bedreigend voor Labour
Opgejaagd door deze winst en de grote Europese overwinning van 2014, besloot David Cameron om formeel een referendum over de EU te beloven in de aanloop naar de nationale verkiezingen van 2015. Ook de eurofiele Liberal Democrats beloofden een volksraadpleging, alleen als er belangrijke verdragswijzigingen zouden plaatsvinden, en de intern over de EU verdeelde sociaaldemocraten van Labour schreven eveneens in hun verkiezingsprogramma dat er een referendum zou plaatsvinden als er een overdracht van bevoegdheden vanuit Londen naar Brussel kwam.
Camerons onverwachte verkiezingszege werd mogelijk door het aantrekken van liberale kiezers naar zijn eigen partij. En Labour scoorde zwak in de traditioneel linkse kiesdistricten. UKIP – hoewel het uiteindelijk maar één zetel behaalde in Westminster – leek de klassieke socialistische achterban te bekoren. Net geen vier miljoen Britten stemden voor de partij van Nigel Farage, waardoor het de derde grootste partij van het land werd. De crisis waar Labour vandaag mee kampt, is mee in gang gestoken door dat succes.
Farage, Farage en nog eens Farage
Farage geraakte ondanks het welslagen opgebrand. Hij overleefde wonderlijk een vliegtuigcrash – op de verkiezingsdag van 2010 – maar was fysiek sindsdien niet meer dezelfde. Ook werd hij het slachtoffer van bedreigingen tegen zijn persoon en zijn gezin. Dat hij in 2015 zelf geen parlementszetel veroverde – en dus in het Europees Parlement moest blijven – was een persoonlijke nederlaag. Daarop besloot Farage – zoals vooraf beloofd – zijn ontslag in te dienen als partijleider. De chaos die daardoor ontstond binnen UKIP, legde meteen ook de grote zwakte bloot. Niemand anders dan Nigel Farage leek in staat de partij van eurosceptische linksen, vrije markt-liberalen en antimigratiekiezers te leiden. Drie dagen na zijn aankondiging trok hij onder druk van het partijbestuur zijn ontslag in.
Brexit: glorie en ondergang
David Cameron verklaarde in de eerste dagen van zijn tweede premierschap dat het beloofde referendum plaats zou vinden ‘ten laatste in 2017’. Farage stond klaar om het vuur brandende te houden. In de vroegste uren van de morgen van 24 juni 2016 claimde Nigel Farage als eerste de overwinning van het referendum. De onafhankelijkheid van het Verenigd Koninkrijk was volgens hem aangebroken. 23 juni werd ‘Independence Day’.
Voortdurende ruzie
Nigel Farage voerde nochtans niet het hoge woord in de campagne naar het referendum. ‘Big beasts’ als Boris Johnson en Michael Gove hadden zich ingezet om de kiezer van een ‘leave’-stem te overtuigen. De campagne van Farage werd niet eens erkend door de officiële ‘Vote Leave’-groep. Na de trieste moord op het Labourparlementslid Jo Cox was UKIP helemaal een politieke paria. De steeds hardere toon die de partij aansloeg ten overstaan van migranten werd als medeoorzaak van de moord gezien. Dat de dag voor de steekpartij Farage een poster met de titel ‘Breaking Point’ lanceerde waarbij een lange rij vluchtelingen werd afgebeeld, werd door Michael Gove ‘sickening’ genoemd. Intern binnen UKIP rommelde het ook stevig. Douglas Carswell, het enige Lagerhuislid van de partij en voorheen Conservative, lag voortdurend in de clinch met zijn voorzitter. Net als Neil Hamilton, ook een oud-Tory, die als hoofd van de Welshe afdeling zowat een eigen koers voer.
De brexit-boomerang
23 juni was een feestdag voor UKIP, maar nu Goliath door de UKIP-David was neergeslingerd, lag ook de belangrijkste bestaansreden van de partij dood op de grond. Wat hield deze mensen van allerlei slag al deze jaren samen: hun afkeer van de EU. Op 4 juli kondigde Farage zijn ontslag aan met de boodschap dat hij in zijn hoofdopdracht was geslaagd.
Theresa May werd kort daarna op het Toryschild geheven als premier. Meteen richtte ze zich op de achterban van UKIP met een immigratiekritische houding, een pleidooi voor Britse waarden en de belofte de zwakkere groepen te beschermen.’Brexit means Brexit’, flirte ze met de eurosceptische kiezer. UKIPs electorale basis vertoonde meteen barsten.
Even leek het Europarlementslid Diane James het UKIP-antwoord op Theresa May. Maar na achttien dagen voorzitterschap hield ze het al voor bekeken. Toen trad haar collega Steven Woolfe naar voren als mogelijke opvolger van Farage, ook al had hij kort na de brexit gedreigd naar de Conservatives over te lopen. Maar Woolfe kwam in oktober in een handgemeen met parlementslid en partijgenoot Mike Hookem terecht in het EU-parlement in Straatsburg. De foto’s van een plat op de buik gevelde voorzittersfavoriet gingen de Britse media rond. Steven Woolfe verliet de partij.
Wie volgt Farage op?
Intussen duikt Farage op in de Verenigde Staten als ‘adviseur’ van presidentskandidaat Donald Trump. Hij sprak er al op bijeenkomsten voor Trump en Trump rekent – hoopt – op een electoraal ‘brexit-succes’. Farage is intussen met lange tanden nog even interim-partijleider. De kandidaten om hem vooralsnog op te volgen zijn onder meer Raheem Kasam. Hij voert campagne als een Britse versie van Trump met de slogan ‘Make Ukip great again’. Kasam is de hoofdredacteur voor Breitbart News en deed dienst als spindokter van Farage. Hoewel hij islamitisch werd opgevoed, keerde hij zich hiervan af, en pleit voor hij een strenge aanpak van de immigratie. Kassam heeft een duidelijk rechts profiel. Hij staat tegenover onder meer Suzanne Evans, die zowat zijn tegenpool is. Zij wil UKIP meer naar het centrum leiden en de middenklasse aanspreken. Maar Evans werd al eens geschorst door de partij en zij en Farage kunnen elkaar niet luchten. Paul Nuttall lijkt de grote favoriet. Hij staat voor ‘law and order’, maar evenzeer voor een sterke sociale zekerheid. Met dat profiel hoopt hij de teleurgestelde Labourkiezers aan zich te kunnen te binden.
Geldput
De partij kampt met een financiële chaos. Ondernemer en miljonair Arron Banks, de belangrijkste geldschieter van UKIP, dreigt ermee de partij de rug toe te keren. Alleen indien het voorzitterschap naar Raheem Kasam gaat, wil hij van gedachten veranderen. Banks vertrek zou een regelrechte ramp betekenen aangezien UKIP bijna een miljoen pond in het rood staat. Maar een voorzitterschap van Kasam kan dan weer een exit van verschillende Tory-gezinde partijtoppers die veroorzaken. Zij willen geen Trump-versie van hun partij.
‘Wie wil deze partij nog leiden?’, klinkt het bij menig commentator. Wie het ook wordt, groot lijkt UKIP niet te zullen blijven. Enerzijds laat het Britse kiessysteem dat niet toe, en anderzijds is hun hoofdopdracht volbracht. Vele kiezers – en prominente leden – schijnen terug te keren naar de grote partijen. De meest recente peilingen tonen een halvering van het aandeel UKIP stemmen – van 12% naar 6% – aan. De Conservatives lijken de eurosceptische partij op te eten. Een mogelijke reddingsboei voor UKIP is het zelf oppeuzelen van de ontstemde Labourkiezers in het noorden van Engeland. Zij lusten de ‘posh’ Tory’s niet.

