Artikel: Sloop die belastingkoterijen!
In ‘De helaasheid der dingen’ stelt auteur Dimitri Verhulst dat er geen voertuig is dat je een eerlijker indruk geeft van een land dan de trein. In tegenstelling tot een auto rijdt de trein langs de achterkant van de huizen.
(Artikel door Peter De Keyzer, hoofdeconoom van Growth Inc. en laureaat van de Prijs voor de Vrijheid 2014, zoals gepubliceerd in De Tijd van 2 september 2016.)
In België krijg je zo een kijk op onze veranda’s, tuinkabouters, gemetselde barbecues, tuintjes, duiventillen en koterijen. Iedereen god in het diepst van zijn eigen verkaveling. Spijtig genoeg hebben we niet alleen koterijen van golfplaten, cement en timmerhout.
Ook onze fiscaliteit is opgetrokken uit gunstregimes, tegemoetkomingen of uitzonderingsmaatregelen. Een hoog tarief voor iedereen, tenzij voor wie kan lobbyen voor een gunstmaatregel of uitzondering.
Vorige week nog kregen we een minder fraaie blik op die koterijen aan de achterkant van ons belastingsysteem. Toen stelde minister van Financiën Johan Van Overtveldt voor om de vennootschapsbelasting te verlagen naar 20 procent. In ruil zouden een hele hoop aftrekposten en gunstmaatregelen verdwijnen.
Meteen stonden enkele belangengroeperingen op hun achterste poten. Het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) vond een ‘verlaging van de vennootschapsbelasting naar 24 procent al meer dan goed genoeg’. Met andere woorden: liever een hoger belastingtarief voor iedereen dan te moeten snoeien in de eigen gunstmaatregelen.
Laat dat nu uitgerekend het grote probleem zijn in België. Wie zijn weg vindt in de fiscaliteit of goed kan lobbyen voor uitzonderingsmaatregelen, hoeft niet te veel belastingen te betalen. Dat maakt ondernemen niet alleen nodeloos complex, het ondergraaft ook de legitimiteit van het belastingstelsel. Wie te klein is om te lobbyen voelt zich bekocht als anderen veel minder belastingen betalen.
Het voorstel van minister Van Overtveldt komt dan ook geen minuut te vroeg. Het nominale tarief van de vennootschapsbelasting in België is zowat het hoogste in de Europese Unie. Maar het werkelijk betaalde tarief ligt aanzienlijk lager.
Het grote verschil tussen het nominale en het werkelijke tarief is te wijten aan de ontelbare gunstregimes en uitzonderingsmaatregelen. De kloof illustreert dan ook de fiscaliteit à la carte. De notionele intrestaftrek is een perfect voorbeeld daarvan. Voor een aantal bedrijven verlaagt die de belastingfactuur substantieel terwijl de rest het volle pond betaalt.
Een kleine metafoor. Wat zou je ervan vinden als een ticket voor de bioscoop 25 euro zou kosten? Vrij duur toch? Geen nood: wie de juiste mensen kent of het juiste telefoontje kan plegen, mag binnen voor maar 10 euro. De officiële prijs is 25 euro, de gemiddelde prijs misschien maar 20 euro. Sommigen betalen 25 euro, anderen slechts 10.
Dat is niet alleen oneerlijk, het ondergraaft het imago en de aantrekkelijkheid van de bioscoop. Stel dat de bioscoopuitbater de geafficheerde ticketprijs verlaagt naar 20 euro en stopt met het uitdelen van uitzonderingen en gunsttarieven. Twee keer raden wie er in dat geval zou protesteren?
De verlaging en de vereenvoudiging van de vennootschapsbelasting zijn dringend nodig. Ze vereisen dan ook de afbraak van de fiscale koterijen. Ook in de btw valt nog een hoop te vereenvoudigen. Van begrafenisondernemers tot restaurateurs, van de renovatiesector tot kranten: iedereen heeft in de loop der tijden zijn uitzonderingstarief kunnen bedingen.
Volgens de Europese Commissie kan alleen al de afschaffing van die btw-uitzonderingen jaarlijks 8 miljard euro extra inkomsten opleveren, ruim voldoende om het volledige gat in de begroting gevuld te krijgen. Maar wie zich daaraan waagt, jaagt meteen elke belangengroep, vakfederatie, associatie of lobbygroep tegen zich in het harnas.
Toch is er geen alternatief. Wie de hopeloos complexe lobbyfiscaliteit blijft verdedigen, is niet geïnteresseerd in vooruitgang, maar strijdt voor het status quo. Wie oprecht geïnteresseerd is in duurzame groei, ondernemerschap en vooruitgang zet dan ook dringend de sloophamer in de fiscale koterijen. Beste Van Overtveldt, waar wacht u nog op?

