Artikel: Stimuleer groeivermogen in plaats van groei zelf
De vraag aanzwengelen met allerhande fiscale maatregelen leidt tijdelijk zeker tot meer groei, maar verandert helemaal niets aan ons groeipotentieel. Daar zijn andere, grote hefbomen voor nodig.
(Artikel door Peter De Keyzer, hoofdeconoom van BNP Paribas Fortis en laureaat van de Prijs voor de Vrijheid 2014, zoals gepubliceerd in De Tijd van 29 april 2016.)
Volgens Andreas Tirez kan het stimuleren van de binnenlandse vraag de potentiële economische groei aanzwengelen (De Tijd, 21 april). Kort gezegd: druk geld, deel het aan iedereen uit en ons groeipotentieel zal prompt stijgen. Ik deel zijn bezorgdheid over de lage groei-omgeving volkomen, maar ik ben het niet eens met zijn recepten. Ons economisch groeipotentieel bepaalt de koopkracht van de samenleving als geheel. Niet omgekeerd.
De gemiddelde economische groei in Europa – en bij uitbreiding in de hele wereld – ligt vandaag opvallend lager dan voor de financiële crisis. Een deel van de verklaring is cyclisch. Heel wat van de verschroeiende groei van voor de crisis werd aangewakkerd door schuldcreatie. Die schuldgefinancierde groei wekte slechts een tijdelijke illusie van welvaart. Sterker nog: in zijn geheel heeft hij allicht welvaart vernietigd. Kijk maar naar de huizenbonanza’s van weleer in de VS, Ierland of Spanje en de financieel-economische krater achteraf.
Wat baat snelle groei als hij niet duurzaam is en uitsluitend gefinancierd wordt met schulden? Het Westen lijkt ondertussen zijn les te hebben geleerd. De groei is vandaag minder snel. Hij is duurzamer. We moeten geen heimwee hebben naar een tijdperk van hoge, maar schuldgedreven groei.
De tweede verklaring voor de huidige zwakke groei is structureel. Op de langere termijn is het groeipotentieel van een economie gelijk aan de som van de bevolkingsgroei en de productiviteitsgroei. Beide staan al een tijd onder druk. In meer dan vijftig landen krimpt de bevolking vandaag. Er prijken 19 Europese landen in de top-20 van de tegen 2050 sterkst krimpende bevolkingen. In die omgeving is forse economische groei in Europa een fata morgana. Zorgwekkender is dat ook de productiviteitsgroei al een tijdlang ontstellend zwak is. Hij kalft af in groeimarkten en draait rond het nulpunt in het Westen.
De vraag aanzwengelen met allerhande fiscale maatregelen leidt tijdelijk zeker tot meer groei, maar verandert helemaal niets aan ons groeipotentieel. Een kleine gezinswagen die je van een helling duwt, kan ook behoorlijke snelheden halen. Die snelheid zegt helemaal niets over het vermogen van de wagen om over langere afstanden voldoende passagiers en bagage mee te nemen. Alleen een stevigere chassis, een gereviseerde motor en minder ballast kunnen de prestaties op de langere termijn opdrijven.
Hoe zorgen we dan wél voor structureel hogere groei in Europa? Ik zie drie grote hefbomen. Eerst en vooral veel meer mensen aan de slag. Verschillende bevolkingsgroepen (migranten, vrouwen en ouderen) blijven ondervertegenwoordigd op de Europese arbeidsmarkt. Een doelgericht beleid kan de participatiegraad opkrikken en een grotere werkende bevolking garanderen, met meer welvaart als gevolg.
Een tweede hefboom zijn overheidsinvesteringen. Op voorwaarde dat het productieve investeringen zijn met een hefboom op de potentiële groei. Scheepsliften of bruggen naar nergens leveren geen extra groeivermogen op langere termijn. Als de investeringen alleen maar dienen om de persoonlijke ambities van bepaalde politieke drukkingsgroepen te realiseren zijn er op lange termijn enkel verliezers. De basis voor een grotere groeicapaciteit is inzetten op innovatie, gesteund door een moderne infrastructuur.
Ten slotte is er nog onderzoek en ontwikkeling. De wetenschappelijke doorbraken van vandaag zijn de innovaties en het ondernemerschap van morgen en de groei van overmorgen. Ook daar kan de overheid een rol spelen. Bijvoorbeeld door steun toe te spitsen op nieuwe bedrijven eerder dan zomaar op kleine bedrijven. De overheid kan ook veel meer inzetten op onderwijs en vorming, opdat de ondernemers en werknemers van morgen in topvorm aan hun groei kunnen werken.
We hebben dus niet zomaar tijdelijk meer groei nodig op korte termijn. We hebben een groter groeipotentieel nodig voor de langere termijn.

