Artikel: Maakt beveiliging ons veiliger?
Mijn oud-professor economie aan de Universiteit Antwerpen had een geweldig voorbeeld om het concept van ‘moral hazard’ te duiden.
(Artikel door Peter De Keyzer, hoofdeconoom van BNP Paribas Fortis en laureaat van de Prijs voor de Vrijheid 2014, zoals gepubliceerd in De Tijd van 27 november 2015.)
Voor de niet-economen: moral hazard is de vaststelling dat mensen die verzekerd zijn tegen een bepaald risico meer geneigd zullen zijn om net dat risico te lopen. Wie bvb. een diefstalverzekering heeft, zal de achterdeur vaker onbewust open laten.
De professor gaf ons twee opties om het autoverkeer veiliger te maken. Ofwel het verplichten van autogordels. Ofwel het verplichten van een vlijmscherpe stalen piek op elk autostuur. Welk van de twee opties zou zorgen voor de grootste verkeersveiligheid? De veiligheidsgordel leidt tot een grotere persoonlijke veiligheid. Uitgerekend daardoor zullen bestuurders grotere risico’s nemen, wat de verkeersveiligheid niet ten goede komt. De stalen piek zou dan weer leiden tot een veel grotere verkeersveiligheid, omdat iedereen met klamme handen zou rondrijden.
In zijn boek ‘Foolproof’ stelt Greg Ip – hoofdcommentator economie bij The Wall Street Journal – zich exact die vraag. Wat als al onze pogingen om onze samenleving veiliger te maken precies het omgekeerde effect sorteren?
Neem het gebruik van helmen in American football. De afgelopen decennia nam gelijktijdig met het toenemende gebruik van beschermende kledij en helmen ook de ernst van de blessures toe. Tot en met de recent gedocumenteerde epidemie van hersenschade bij ex-spelers. Naarmate de sporters zich dankzij hun helm veiliger waanden, namen ze grotere risico’s en werd de impact groter.
Of neem de ziekenhuisbacterie. Onze ijver om elk individu te genezen met antibiotica bleek een reusachtig kweekprogramma voor resistente bacteriën. Van winterbanden tot de invoering van de euro: wat ons beschermt tegen het ene risico, brengt andere risico’s met zich mee.
De voordelen van ingrijpen zien we onmiddellijk. De echte gevolgen zijn echter voor de langere termijn en meer dan waarschijnlijk voor de hele maatschappij of een andere bevolkingsgroep.
Dat brengt ons naadloos bij de discussie over veiligheid versus vrijheid. Hoeveel zou onze veiligheid ons mogen kosten? Zowel financieel als in termen van vrijheid? En zal een verzekering tegen onveiligheid ons op langere termijn meer veiligheid opleveren?
Na de terreuraanslagen van 9/11 bijvoorbeeld werden de veiligheidsmaatregelen in de luchtvaart en het screenen van passagiers sterk opgedreven. Voor de Verenigde Staten alleen al in 2005 een bijkomende factuur van 25 miljard dollar. Een andere studie berekende de kostprijs van de veiligheidsmaatregelen op 180 miljoen dollar per gered mensenleven.
Stel even dat er een medicijn beschikbaar zou zijn dat jaarlijks het leven van 1 persoon redt. Zou de maatschappij bereid zijn daarvoor 180 miljoen dollar te betalen?
Meer nog, stel dat we de interventies in het Midden-Oosten na 9/11 beschouwen als een verzekeringspolis voor meer veiligheid en minder terrorisme. Dan is het een bijzonder dure polis geweest – zowat 2.000 miljard dollar en veel doden – terwijl de ingrepen allicht mee tot een ander soort instabiliteit en andere risico’s heeft geleid.
Uiteraard is dit een puur utilitaire overweging. Uiteraard moet een overheid haar burgers op alle mogelijke manieren beschermen. Uiteraard zal het jouw geliefde maar zijn die de dood vindt door blinde terreur. Uiteraard zijn mensen geen rationele robotten die continu berekenend door het leven gaan en voor elke beslissing een kosten-batenanalyse maken.
Maar het is misschien wel goed om af en toe stil te staan bij de afweging tussen risico en stabiliteit. Tussen volkomen vrijheid en volkomen veiligheid. Of het nu gaat om bacteriën, maatschappijen of geopolitiek, het zijn stuk voor stuk complexe ecosystemen met communicerende vaten en feedback loops. Oplossingen die nu lijken te werken, veroorzaken misschien de crisis van over een paar jaar.

