Artikel: Nee-dag in Griekenland
De allerlaatste strohalm is een snel politiek akkoord tussen Griekenland en zijn schuldeisers. De kansen daarop lijken vrij klein.
(Artikel door Peter De Keyzer, hoofdeconoom van BNP Paribas Fortis en laureaat van de Prijs voor de Vrijheid 2014, zoals gepubliceerd in De Tijd van 6 juli 2015).
28 oktober is ‘nee’-dag in Griekenland. Daarmee herdenken de Grieken hoe ze in 1940 een Italiaans ultimatum weigerden en op die manier betrokken raakten in de Tweede Wereldoorlog. Het ziet ernaar uit dat 5 juli een tweede historische ‘nee’-dag wordt voor Griekenland. De ‘nee’ aan het ultimatum in 1940 betekende voor hen het begin van de Tweede Wereldoorlog. De ‘nee’ van gisteren is een ‘nee’ aan Europa’s zes decennia oude antwoord op diezelfde Tweede Wereldoorlog.
De vreugde bij de Griekse regering om de overweldigende ‘nee’ in het referendum was bijzonder groot. De initiële vreugde dreigt wel eens snel om te slaan in paniek en woede wanneer blijkt dat de binnenlandse economie volkomen implodeert omwille van geldgebrek. De volgende dagen zal de druk op het Griekse financiële systeem immers heel snel onhoudbaar worden.
Er is momenteel namelijk geen steunpakket (ondermeer vanwege gisteren afgewezen in het referendum) en dus geen geld. De Griekse beelden van de afgelopen week gaven alvast een voorsmaakje van wat nog komen gaat: een overheid op zwart zaad. Geen belastingontvangsten om uitgaven mee te betalen en geen financiers waarvan ze kunnen lenen. Geen invoer van medicijnen of voeding vanwege te weinig uitvoer-euro’s verdiend om die invoer te kunnen betalen – en opnieuw geen financiers om het gat dicht te rijden.
Omdat de cash euro’s ondertussen opraken, worden bovendien ook electronische betalingen binnenkort quasi onmogelijk. Wie wilt er nog een storting of overschrijving aanvaarden wanneer de kans bestaat dat dat geld zelfs nooit meer in euro kan worden omgezet? Ook de berichten dat een deel van de deposito’s misschien moeten worden ingehouden (zoals in Cyprus) om een bancaire implosie te vermijden, geeft het vertrouwen van de spaarder-burger een stevige deuk. Vertrouwen komt te voet maar wanneer het vertrekt, is het te paard. Alle vreugdekreten ten spijt: Tsipras en zijn referendum hebben het vertrouwenspaard gisteren een stevige zweepslag gegeven.
De ECB kan in theorie soelaas bieden en verse euro’s bijdrukken en richting Griekenland sturen. Maar of ze dat zal doen, is maar de vraag. In de eerste plaats mag de ECB alleen maar geld lenen aan kredietwaardige en solvabele instellingen. Dat is op zijn minst discutabel in het geval van Griekenland. In de tweede plaats zou extra ECB-geld een mogelijk politiek onderhandeld akkoord verder vertragen. Ten slotte heeft de Griekse bevolking klaar en duidelijk uitgesproken tegen de voorwaarden die nodig zijn om deel uit te maken van een monetaire unie. Het wordt moeilijk om in die omstandigheden verse euro’s richting Griekenland te sturen.
De allerlaatste strohalm is dan ook een snel politiek akkoord tussen Griekenland en zijn schuldeisers. De kansen daarop lijken vrij klein. We zullen allicht nog verzoenende taal horen maar de posities aan beide kanten van de onderhandelingstafel zijn wel degelijk verhard. Tsipras scoort een onverhoopt sterk resultaat en zal zich nog onverzettelijker opstellen. De financiers van Griekenland (alle andere Europese landen dus) voelen zich gechanteerd door het referendum en zullen onmogelijk aan hùn eigen kiezers uitgelegd krijgen hoe de Grieken wel “ja” zeggen tegen meer Europees geld maar tegelijk ‘nee’ riepen aan de hervormingen en verantwoordelijkheid die daarbij horen.
Zes maanden na de verkiezing van Syriza zitten we dus met een patstelling aan de onderhandelingstafel tegen de achtergrond van een tikkende bancaire, humanitaire en financiële tijdbom in Griekenland. De gevolgen hiervan voor Griekenland, de andere Europese landen, het Europese project en de Europese politiek zullen groot zijn en zullen nog heel lang gevoeld worden. 5 juli wordt allicht dan ook een historische ‘nee’-dag. Spijtig genoeg niet alleen voor Griekenland maar voor de hele Europese Unie.

