08 Jun 2015

Artikel: Tax-shift vereist debat-shift

0 Comment

Peter De KeyzerEen groep Belgische vrienden gaat elke week op restaurant. Het eten is dat van een betere brasserie maar de eindafrekening is vergelijkbaar met die van een driesterrenrestaurant. Via allerhande coupons, getrouwheidspremies, acties en combinatiemenu’s is het bovendien bijzonder onduidelijk wie nu hoeveel betaalt en waarvoor. Tot overmaat van ramp ontaardt sinds kort elk tafelgesprek in de vraag of de rijkste van het gezelschap een groter deel van de rekening moet betalen…

(Artikel door Peter De Keyzer, hoofdeconoom van BNP Paribas Fortis en laureaat van de Prijs voor de Vrijheid 2014, zoals gepubliceerd op zijn blog op 28 januari 2015).

De afgelopen weken en maanden worden we in België om de oren geslagen met de oproep om een taxshift. Het goede nieuws is dat iedereen beseft dat de zware lasten op arbeid welvaart vernietigen – en dat we belastingen nodig hebben die het creëren van welvaart veel minder in de weg staan. Het slechte nieuws is dat sommigen erin geslaagd zijn om het begrip tax shift te vernauwen tot een debat voor of tegen vermogensbelasting.

Een rechtstreeks gevolg van deze eenzijdige benadering is dat een nuttig en dringend debat over welvaart, groei, ondernemerschap, fiscale hervorming en de rol van de overheid helemaal ondergesneeuwd raakt. Het enige waarover nog wordt gepraat, is hoe we belastingen gaan ophalen en wie hoeveel moet bijdragen. We hebben een debat-shift nodig. Naast de vraag wat een tax-shift nu precies inhoudt, moeten we het effectief hebben over hoe we belastinggeld uitgeven, waarom en op welke manier dat best gebeurt.

Eerst en vooral de effectiviteit van de overheidsuitgaven in vraag stellen. Vandaag betalen we in België hoge belastingen maar krijgen we daar geen afdoende dienstverlening voor in ruil. De jaarlijkse Waar voor uw geld-index van VOKA maakt dat duidelijk. Van alle welvaart die in België wordt verdiend, wordt zowat 54% door de overheid uitgegeven. Daarmee staan we in Europa op de vierde plaats. Wat we voor dat grote overheidsbeslag kopen is veel, maar is zeker niet in verhouding. Op vergelijking van prijs met kwaliteit bevinden we ons dan ook maar op plaats nummer 20 – na ons in de rangschikking staan alleen nog maar Frankrijk, Italië, Hongarije en Griekenland.

Ten tweede is het niet alsof een lager overheidsbeslag gelijk staat aan sociale afbraak. Een laag of een hoog overheidsbeslag is een maatschappelijke keuze over wie geld het best besteedt: burgers of de overheid. Het Belgische overheidsbeslag is 54%, het Zwitserse nauwelijks 35%. Het is niet alsof Zwitserland geen politie zou hebben, geen cultuur, geen creches of geen gezondheidszorg. Het betekent gewoon dat burgers daar zelf voor veel meer uitgaven verantwoordelijk zijn die de overheid niet (meer) doet. Het gaat dan ook niet op te zeggen dat een verhoging van de tarieven van creches of De Lijn door “de burger” betaald worden. Diezelfde burger betaalde ook al voor die diensten toen ze nog zogezegd gratis of goedkoop waren – via de betaalde belastingen. Een klein overheidsbeslag legt beslissingsmacht voor uitgaven bij de burger, een groot overheidsbeslag bij de overheid.

Een derde belangrijk debat gaat over de efficiëntie van de fiscaliteit. Of met andere woorden: hoe raken we af van onze koterijfiscaliteit. Heel veel burgers en bedrijven willen een kleinere overheid, minder overheidsuitgaven en lagere belastingen. Tegelijk zijn ze de eersten om te eisen dat hun verlaagde BTW-tarief, hun subsidie of hun fiscaal gunstregime behouden blijft. Of zoals Milton Friedman ooit zei: “Alle kapitalisten zijn voor de vrije markt, tot het over hun eigen sector gaat.” De Europese Commissie berekende recent nog dat België bijna tien miljard euro misloopt in de BTW omwille van allerhande uitzonderingsmaatregelen. Iedereen verzet zich met hand en tand tegen het verlies van de eigen individuele gunstmaatregelen maar heeft geen oog voor wat we collectief te winnen hebben bij een eenvoudiger en transparanter fiscaliteit. Een eenvoudiger fiscaliteit die vooral geld ophaalt in plaats van het gedrag van mensen en bedrijven te willen sturen doorheen een labyrint van belastingen.

Laat ons het dus inderdaad hebben over wie welk deel van de rekening betaalt. Maar laat ons meteen werk maken van een eenvoudiger en beperkter menukaart, doorzichtige prijzen en een veel betere verhouding tussen prijs en kwaliteit.

[top]