28 Nov 2014

Artikel: Ja, we kunnen nog groeien!

0 Comment

Peter De Keyzer“The one thing modern democracy will not bear without cracking is the substantial lowering of the standards of living in peacetime or even prolonged stationariness of its economic conditions.” – Friedrich Hayek

(Artikel door Peter De Keyzer, hoofdeconoom van BNP Paribas Fortis en laureaat van de Prijs voor de Vrijheid 2014, zoals gepubliceerd in De Tijd van 28 november 2014).

Het gebrek aan economische groei op het Europese Continent zorgt vandaag in veel landen voor een toenemende maatschappelijke polarisering. In een economie die groeit, gaan politieke of debatten vooral over de verdeling van “wat er bijkomt”. In een economie zonder groei komen we terecht in een zero-sum game met winnaars en verliezers: wat de ene groep extra krijgt, is daar altijd iets wat de andere groep heeft moeten opgeven.

Het huidige debat over de vermogensbelasting illustreert dat perfect. Los van het feit of en hoe die belasting er zou moeten komen, het is geen toeval dat het debat uitgerekend nu losbarst – na jarenlange quasi-stagnatie van de groei. Groei en vooruitgang maakt dingen mogelijk, maakt mensen gelukkiger en zorgt voor meer politieke en sociale stabiliteit. Spijtig genoeg valt die groei niet zomaar tevoorschijn te toveren, ondanks wat sommigen ons willen doen geloven. Meer nog: het laten groeien van de welvaart wordt de volgende jaren structureel moelijker dan in het verleden.

Vier grote elementen gaven de welvaartsgroei de afgelopen decennia vleugels: een sterke bevolkingsgroei, een sterke productiviteitsgroei, oplopende schulden en dalende rentes. Die vier bronnen van economische groei zijn vandaag niet langer beschikbaar. De krimp van de actieve bevolking en de afkalvende productiviteitsgroei zetten een domper op onze potentiële groei: het aantal mensen dat rijkdom kan creëren neemt af net als de snelheid waarmee ze extra welvaart kunnen creëren. We hebben de hoge productiviteitsgroei en bevolkingsgroei van de afgelopen decennia als een axioma beschouwd en er een sociaal model, maatschappelijke verwachtingen en groot overheidsbeslag bovenop gebouwd. Allemaal in de veronderstelling dat de groei wel permanent hoog zou blijven. Niet dus.

We zullen dus hoe dan ook de sociale tering naar de economische nering moeten zetten. Ofwel bouwen we ons sociaal model af, ofwel proberen we de groei op te krikken. Waar kunnen we dan wel groei vinden? Werkelijke groei en vooruitgang komen niet van de opbouw van schulden of het laag houden van de rente. Ze komen van ons vermogen om met nieuwe ideeën te innoveren, te ondernemen en welvaart te creëren. Twee pistes lijken daarvoor nodig.

Eerst en vooral moeten we zorgen voor beter en meer onderwijs, onderzoek en ontwikkeling en inovatie. Daar hebben we nog heel wat ruimte voor verbetering. In Europa tellen we ongeveer 110 patentaanvragen per miljoen inwoners, tegenover meer dan 400 in de Verenigde Staten. Onze schaarse topregio’s wat betreft innovatie en onderzoek zijn onder meer Baden-Württemberg, de regio’s rond Parijs, London en Stockholm. Daar halen we meer dan 250 patenten per miljoen inwoners. In de VS zit zowat driekwart van alle staten boven dat niveau.

Een tweede prioriteit is het afbouwen van regulitis. De nog steeds wijd verspreide artificiële bescherming van bepaalde sectoren tegen concurrentie (taxi’s, openbaar vervoer, supermarkten, advocaten, apothekers, nationale vervoersmaatschappijen, hotels, telecom, etc…) remt de groei van de welvaart af. Neem de Italiaanse economie: het feit dat die al vijftien jaar lang niet groeit, heeft niets te maken met te hoge rentes die ze moet betalen – integendeel – maar alles met een volkomen verstarde en corporatistische economie waar alle concurrentie en bijgevolg innovatie in de kiem wordt gesmoord.

Het laaghangend groeifruit hebben we de afgelopen decennia volop geconsumeerd: bevolkingsgroei, productiviteitsgroei, stijgende schulden en dalende rentes. Hoewel het vandaag moeilijker wordt om nog groei te vinden, is het zeker niet onmogelijk. Het vereist wel dat we uit een ander vaatje beginnen tappen: een veel grotere focus op concurrentie, innovatie, efficiëntie, minder starre regelgeving en een effectieve overheid.

[top]