Artikel: Blijft dit een land voor sterke schouders?
Op het moment dat ik in het midden van de jaren zeventig werd geboren, bedroeg de Belgische overheidsschuld 56% van het Bruto Binnenlands Product. De jaarlijkse productiviteitsgroei – ons collectief vermogen om per gewerkt uur steeds meer welvaart te creëren – bedroeg ongeveer 5 procent. We hadden nauwelijks schulden en we creëerden rijkdom alsof het kinderspel was.
(Artikel door Peter De Keyzer, hoofdeconoom van BNP Paribas Fortis en laureaat van de Prijs voor de Vrijheid 2014, zoals gepubliceerd in De Tijd van 24 oktober 2014).
Vandaag is onze overheidsschuld meer dan 100% van het BBP -ondanks zowat de hoogste belastingdruk ter wereld. Ons vermogen om per gewerkt uur steeds meer welvaart te creëren – de productiviteitsgroei – is gedaald tot om en bij het nulpunt. Het vermogen om die steeds moeilijker bevochten welvaart te herverdelen is daarentegen wél ononderbroken blijven stijgen. Van elke 100€ rijkdom die burgers en bedrijven creëren, herverdeelt de overheid er 54.
Het is bovendien een illusie te denken dat de belastingdruk of het overheidsbeslag structureel zullen kunnen dalen. Tussen 2010 en 2060 zal de overheid jaarlijks 8 procentpunten BBP per jaar méér uitgeven omwille van de kosten van de vergrijzing. Of met andere woorden: als we niets zouden ondernemen, loopt het overheidsbeslag tegen 2060 op tot maar liefst 62% van het BBP. Wie het huidige hoge overheidsbeslag zelfs nog maar ongewijzigd wil laten, mag op zoek naar besparingen ter waarde van 8% van het BBP? Zelfs het afschaffen van de federale overheid, politie, leger en het schrappen van de rentebetalingen aan onze schuldeisers zouden hiervoor niet volstaan.
Sinds de jaren zeventig is de overheidsschuld per saldo dan ook niet gedaald. Sterker nog: sinds het midden van de jaren zeventig is ze zo goed als verdubbeld. De voorstanders van het huidige status-quo verdedigen het hoge overheidsbeslag en de grote belastingdruk door te verwijzen naar onze sociale welvaartsstaat. Daar hebben ze gelijk in: ons herverdelingsmechanisme werkt bijzonder goed. Volgens de OESO heeft België dankzij haar herverdeling zowat de meest gelijke inkomensverdeling van alle OESO-landen. De prijs die we daarvoor betalen is echter bijzonder zwaar: de activiteitsgraad op de arbeidsmarkt is zowat nergens anders lager. Of met andere woorden: nergens subsidieert een dermate kleine groep actieven een dermate grote groep inactieven. Bovendien wordt de groep die de subsidies ophoest onder de vorm van belastingen electoraal ook steeds meer gemarginaliseerd. Samen met de gepensioneerden zijn de babyboomers vandaag de grootste groep binnen het kieskorps. De vergrijzing en ontgroening van de maatschappij zal deze tendens alleen nog maar verder versterken.
Al deze feiten zijn ondertussen bekend, waarom herhalen we ze hier dan nog eens? Omdat we in alle analyses over de betaalbaarheid van de vergrijzing altijd één cruciaal element over het hoofd zien: de talentvolle jongeren van vandaag zijn de grote belastingbetalers van morgen. Zullen zij bereid zijn om hun deel van dit sociale contract na te leven?
De Belgische jongeren van vandaag zijn de hoogst opgeleide generatie ooit. Dankzij onder meer Erasmus, internet en globalisering zijn ze de meest mobiele generatie ooit. Ze zijn ook de generatie die de volgende jaren aankijkt tegen de zwakste groei ooit en een bijzonder grote schuldenberg. Electoraal boksen ze bovendien onder hun economische gewicht. Hoe ga je hen er van overtuigen om tot hun zeventigste hier belastingen te betalen om de put van het vorige sociale model te dempen? Als de meest getalenteerde, meest ambitieuze en meest productieve jongeren vertrekken, wordt de fiscale druk op de actieven die achterblijven nog veel zwaarder en dreigt een snelle neerwaartse spiraal.
Sommige lezers zullen hier afhaken en zeggen dat wat ik hierboven schets niets meer is dan een fictief doembeeld. Toch zijn er vandaag al voorbeelden. De duizenden hoogopgeleide Spaanse jongeren die vandaag richting Duitsland of Latijns-Amerika trekken. De duizenden Ierse jongeren die naar de VS of Australië verhuizen op de vlucht voor hoge overheidsschuld en gebrek aan groei. Die diaspora van hoogopgeleide Fransen die ervoor heeft gezorgd dat Londen vandaag de derde Franse stad is na Parijs en Lyon. Ook in mijn persoonlijke kennissenkring zijn er een aantal die de stap al hebben gezet en verontrustend veel ondernemers fluisteren me toe dat ze hun kinderen aanmoedigen om hun geluk te gaan zoeken in dynamischer oorden. Allemaal mensen die een bovengemiddelde bijdrage hadden kunnen leveren tot het betalen van de vergrijzingsfactuur en toch ervoor kiezen de toekomst van een ander land mee vorm te gaan geven.
Voor iedereen in een collectieve depressie vervalt: een donkere toekomst voor dit land en deze regio hoeft niet onafwendbaar te zijn. Alleen moeten we daarvoor wel dringend actie ondernemen: we hebben veel meer sterke schouders nodig. We moeten dan ook de ambitie hebben een land te zijn waar sterke schouders graag willen blijven wonen en werken. Meer nog: waar bij uitstek de meest getalenteerde en meest ambitieuze mensen uit de rest van de wereld graag naartoe willen komen. Onze toekomst staat of valt dan ook met de aanwezigheid van zelfstandige, ambitieuze, getalenteerde en ondernemende jongeren. Want zij zijn de grote belastingbetalers van morgen. Van hen zal het afhangen of we hier binnen twintig jaar nog welvaart hebben en hoe veel. Hen zullen we vooral hier kunnen houden met een maatschappij waar de nadruk ligt op ondernemerschap, ambitie, vooruitgang, risico, eigen verantwoordelijkheid, excellentie en de wil om te winnen. Alleen zo kunnen we vermijden dat onze meest getalenteerde jongeren hun schouders ophalen en het Avondland de rug toekeren.

