De nieuwste documentaire “The Great Eurocrash” van de Britse reportagemaker Robert Peston werd op 17 mei 2012 in première op BBC uitgezonden. Harry De Paepe bekeek de documentaire over de crisis van de Eurozone en blikte er op zijn blog “Mijmeringen uit Chartwell” op terug. Het integrale verslag kan u hier in PDF lezen.
“De Euro wordt de meest riskante economische onderneming in de moderne geschiedenis genoemd. Wanneer je verneemt dat er al zeker 500 miljard in Griekenland werd gepompt, dat de Europeanen verarmen of dat een gerespecteerd econoom als Willem Buiter stelt dat ‘de Euro leidde tot ongeziene en gevaarlijk hoge overheidstekorten in vredestijd’ mag je wel van riskant spreken. (…) Een centrale en politieke eenheid zou de Euro kunnen redden en de Duitse macht inperken. Die Duitse macht is iets wat Mitterand met zijn streven naar één munt ironisch genoeg wilde voorkomen. Maar de crisis toont pijnlijk aan dat Europa uiteendrijft op politiek als economisch vlak.”
De voorbije weken kon je overal het pleidooi voor een gedeeltelijke of zelfs totale kwijtschelding van de Griekse staatsschuld lezen en horen. De professoren Koen Schoors en Paul De Grauwe waren daar pleitbezorger van. Dat het ook anders kan, en moet, blijkt uit een andere column die op 18 mei in “De Morgen” verscheen. Hierin verdedigde de Griekse journalist Kostas Karkagiannis de besparingsplannen en brak hij een lans voor de afbouw van de cliëntelistische staat in Griekenland.
“Griekenland (moet) zijn begrotingstekort afbouw(en) door strenge besparingsmaatregelen uit te voeren, de reusachtige openbare sector drastisch te hervormen, af te slanken en te moderniseren, en door de producten- en dienstenmarkt te liberaliseren en de gesloten beroepen open te stellen. (…) Op die manier (moet dat) leiden tot een inkrimping en uiteindelijk tot de vernietiging van de cliëntelistische staat. Dat is een parasitair systeem gebaseerd op politiek dienstbetoon en vriendendiensten dat resulteert in een reusachtige openbare sector, wijdverspreide corruptie en uiteindelijk ook in grote en onhoudbare tekorten en openbare schuld. (…) Zolang de cliëntelistische staat echter intact blijft, maakt de Griekse economie absoluut geen kans om de crisis te boven te komen en opnieuw competitief en levensvatbaar te worden.”

