Artikel: Handelspartners bruuskeren brengt Europa weinig bij
Onlangs reageerde China positief op een voorstel van de Eerste Minister van Maleisië, Anwar Ibrahim, om een Aziatisch Monetair Fonds op te richten, als alternatief voor het Internationaal Monetair Fonds (IMF), om zo de afhankelijkheid van de Amerikaanse dollar te verminderen. Het idee is al tientallen jaren oud, maar voor degenen die beweren dat de dagen van de Amerikaanse dollar als mondiale reservemunt geteld zijn, geldt dit als extra bewijs.
(Dit artikel van Libera!-bestuurder Pieter Cleppe, hoofdredacteur van BrusselsReport, verscheen oorspronkelijk op 12 april 2023 op de website Doorbraak.)
Omdat de Amerikaanse dollar zo internationaal aanvaard is, kan de Amerikaanse regering wegkomen met veel meer spilzucht dan gelijk welke andere regering, aangezien de Amerikaanse centrale bank, de Federal Reserve, veel verder kan gaan in het «monetariseren» van de Amerikaanse schuld – in feite het drukken van geld – dan enige andere centrale bank. Al 50 jaar wordt beweerd dat de Verenigde Staten dit zogenaamde «exorbitante voorrecht» zouden kunnen verliezen, maar tot op heden is dat niet gebeurd.
Argumenten en verklaringen waarom dit zo is variëren van de belofte van de VS om de Saoedische heersende klasse militair te beschermen – de “Petrodollar”-theorie – over de Amerikaanse status als energieonafhankelijk tot het feit dat de V.S. toonaangevend blijven op vlak van innovatie en technologie. Getuige daarvan bijvoorbeeld het feit dat het in 2022 drie keer zoveel nieuwe bedrijven gespecialiseerd in artificiële intelligentie telde als China.
Toch zullen zelfs degenen met de meest rooskleurige kijk op de Amerikaanse dollar moeten toegeven dat de zaken aan het veranderen zijn.
Een aantal recente veranderingen zijn illustratief. Dit jaar kwamen Brazilië en China overeen om alle toekomstige handelstransacties in de eigen valuta uit te voeren, Indiase klanten betalen sinds kort voor de meeste aankopen van Russische olie in andere valuta dan de dollar, en ook Saoedi-Arabië haalde de banden met China aan door een “dialoogpartner” te worden in de door China gecontroleerde “Shanghai Cooperation Organization”. Daarbovenop neemt het ook deel aan een grootschalig investeringsproject in chemicaliën en grondstoffen in China. Bovendien speelde China natuurlijk ook een sleutelrol bij het recente herstel van de diplomatieke banden tussen Saudi-Arabië en Iran.
Dit alles gaat verder dan de “BRICS”. Eind maart kondigde de Franse oliegigant Total Energies aan dat het zijn eerste aankoop van vloeibaar aardgas (LNG) van de Chinese oliemaatschappij CNOOC had afgerond, waarbij de Chinese Yuan als valuta werd gebruikt.
In een nieuw boek, met als titel “Backfire”, bespreekt Agathe Demarais, een analiste bij de Economist Intelligence Unit, hoe het beleidsinstrument van de sancties gepaard gaat met een hele reeks onbedoelde neveneffecten die uiteindelijk de invloed van de V.S. kunnen verminderen. Dit terwijl de getroffen regimes allerlei innovatieve technieken gebruiken om dergelijke sancties te omzeilen, waardoor die dus vaak hun doel missen.
De Spanningen tussen Europa en Zuidoost-Azië nemen toe
Voor het Westen is het bijzonder verontrustend dat net Maleisië de de drijvende kracht is achter zo’n Aziatisch Monetair Fonds. In het tijdperk van “decoupling”, waarbij westerse landen en hun bondgenoten proberen een al te grote afhankelijkheid van China en Rusland te vermijden als het gaat om “strategische” zaken – iets dat moeilijk te definiëren is en vatbaar voor misbruik – zou meer handel met Zuidoost-Azië, een regio met enorme groeivooruitzichten, een eventuele verminderde handel met China en Rusland kunnen compenseren.
Echter lijken de spanningen tussen met name Zuidoost-Azië en de Europese Unie juist toe te nemen. Centraal staat een geschil over palmolie, een belangrijk exportproduct voor economieën als Maleisië en Indonesië. Steeds strengere EU-regulering, vaak vanuit een bezorgdheid over ontbossing, maken de Zuidoost-Aziatische exportlanden steeds kwader op de EU, wat ertoe leidde dat de Indonesische president Jokowi de EU vorig jaar op de EU-ASEAN-top openlijk waarschuwde dat zij haar normen niet moet proberen op te leggen aan ASEAN, het regionale handelsblok. Een bijzondere frustratie in Maleisië en Indonesië is dat de EU de onmiskenbare vooruitgang die daar is geboekt bij het terugdringen van de ontbossing bij de palmolieproductie botweg negeert en in plaats daarvan steeds meer bureaucratie oplegt aan de export van palmolie. Naar verluidt gaat het hier eigenlijk om de bescherming van alternatieve oliehoudende zaden die veelal in Europa worden gecultiveerd, ook al zijn deze alternatieven in feite een grotere belasting voor het milieu dan palmolie, aangezien er meer landgebruik voor nodig is.
Territoriale geschillen met een Europese link
Toch bepaalt een spraakmakend juridisch geschil van 14,9 miljard dollar momenteel de vooruitzichten voor de betrekkingen tussen Maleisië en Europa. Het feit dat het relatief weinig media-aandacht kreeg in de EU zegt waarschijnlijk iets over de mate waarin Europese beleidsmakers zich hier veel van aantrekken, ondanks het feit dat het juridisch getouwtrek zich grotendeels binnen Europa afspeelt.
In februari 2022 veroordeelde een Franse rechtbank Maleisië namelijk tot betaling van 14,9 miljard dollar aan de erfgenamen van de laatste sultan van Sulu, die deel uitmaakt van de grondstofrijke Maleisische provincie Sabah. De basis hiervoor is een overeenkomst uit het koloniale tijdperk, waarbij een Britse handelsmaatschappij ermee instemde een compensatie te betalen aan de sultan van Sulu, die toen als soeverein over het gebied werd beschouwd. Na de onafhankelijkheid van Maleisië kwam de nieuw gevormde staat steeds de beloften van de Britten na en betaalde het de erfgenamen een jaarlijkse toelage van 5.300 dollar, tot in 2013, na een gewapende inval vanuit de Filipijnen door een groep die beweerde de erfgenamen te zijn.
Het feit dat politici op de Filippijnen historische aanspraken op Sabah blijven maken, maakt het allemaal nog gevoeliger. Nu een groep die beweert de erfgenamen te vertegenwoordigen rechtszaken aanspant om hun zin te krijgen, zijn Europese rechtbanken gedwongen uitspraken te doen over de kwestie. Na het Franse arbitragebesluit waren Maleisische politici geschokt door pogingen om beslag te leggen op bankrekeningen in Luxemburg van twee dochterondernemingen van de Maleisische staatsoliemaatschappij Petronas. Een Franse rechtbank schorste de tenuitvoerlegging van de uitspraak op tot het beroep is afgerond, maar de poging tot beslaglegging geeft aan hoe hoog de inzet is.
Het hele geschil is met veel vraagtekens omgeven. Allereerst is er de vraag of de eisers wel de echte erfgenamen zijn van de sultan van Sulu. Verder is het niet erg duidelijk wie de juridische campagne financiert. De Financial Times citeert “meerdere personen dicht bij de zaak” dat de Londense investeerder Therium de vermeende erfgenamen, die op de Filippijnen wonen en niet rijk zijn, zou financieren.
Dan is er nog het feit dat het hooggerechtshof van Madrid een procedure nietig verklaarde die werd voorgezeten door de arbiter in de zaak, Gonzalo Stampa, die de zaak vervolgens verplaatste naar Parijs, waar een uitspraak werd gedaan die tegen Maleisië gericht was. Arbitragezaken kunnen worden verplaatst, maar alleen wanneer zij “te moeilijk” worden. Tekenend voor de manier waarop alles verloopt, is dat de Maleisische regering nu een strafrechtelijke procedure tegen Stampa is begonnen. Om het allemaal nog ingewikkelder te maken, zijn er historische documenten waaruit blijkt dat het land nooit aan de Sultan van Sulu heeft toebehoord, maar aan de sultan van Brunei.
Kortom, het is waarschijnlijk niet overdreven om te spreken van een wespennest. Het draagt alleszins bij tot de spanningen tussen Maleisië en West-Europa, wat nauwere handelsbanden tussen de EU en het handelsblok ASEAN niet bepaald dichterbij brengt, terwijl de EU dit nu net beoogt. Het is natuurlijk allemaal erg complex, maar de Europese regeringen negeren de bezorgdheid in de regio over dit soort zaken beter niet. In het tijdperk van “decoupling” is het beter om bevriende handelspartners niet van zich te vervreemden.

