{"id":2488,"date":"2015-04-03T00:01:22","date_gmt":"2015-04-03T00:01:22","guid":{"rendered":"http:\/\/www.liberavzw.be\/?p=2488"},"modified":"2015-03-31T06:20:03","modified_gmt":"2015-03-31T06:20:03","slug":"essay-gustave-de-molinari-en-private-vei","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.liberavzw.be\/?p=2488","title":{"rendered":"Essay: Gustave de Molinari en private veiligheid"},"content":{"rendered":"<p><a href=\"http:\/\/www.liberavzw.be\/wp-content\/uploads\/2011\/11\/Marc-Cools1.jpg\"><img loading=\"lazy\" decoding=\"async\" class=\"alignright  wp-image-535\" alt=\"Marc Cools\" src=\"http:\/\/www.liberavzw.be\/wp-content\/uploads\/2011\/11\/Marc-Cools1-253x300.jpg\" width=\"177\" height=\"210\" \/><\/a><strong>Het is voor ons een eer en een genoegen een korte bijdrage te kunnen leveren in het <em>Liber Amicorum<\/em> voor collega Boudewijn Bouckaert. In het kader van een dergelijke bijdrage past het om even terug te kijken naar de persoonlijke relatie die we met de gevierde hadden en hebben.<\/strong><\/p>\n<p><em>(Essay &#8211;\u00a0<em><a href=\"http:\/\/www.liberavzw.be\/wp-content\/uploads\/2015\/03\/GUSTAVE-DE-MOLINARI-EN-DE-PRIVATE-VEILIGHEIDSZORG.pdf\" target=\"_blank\">PDF hier<\/a>\u00a0&#8211;<\/em>\u00a0door Marc Cools, professor criminologie aan de VUB en UGent, zoals gepubliceerd in het <a href=\"http:\/\/www.liberavzw.be\/?p=1682\" target=\"_blank\">Liber Amicorum<\/a> van Boudewijn Bouckaert.)<\/em><\/p>\n<p>Toen we in het academiejaar 1980-1981 aan de toenmalige Rijksuniversiteit Gent onze eerste kandidatuur rechten aanvatte, zou niets hebben doen vermoeden dat we nu voor deze markante docent in de pen zouden mogen kruipen. De cursus Algemene Rechtsleer, van wijlen Willy Calewaert, werd toen uitsluitend gedoceerd door zijn assistent B. Bouckaert. Hij wist ons met zijn aangename stem, welsprekendheid, kennis en toch wat flamboyante gentleman verschijning onmiddellijk te boeien. Daar we na onze kandidaturen rechten de Rijksuniversiteit Gent verlaten hebben en een oversteek hebben gemaakt naar de licenties criminologische wetenschappen aan de Vrije Universiteit Brussel duurde het een tijd vooraleer we terug in contact kwamen met hem. In aanloop naar de verkiezingen van 13 juni 1999 voerde B. Bouckaert campagne voor de Vlaamse Liberalen en Democraten en wist ons op een partijbijeenkomst te Antwerpen prompt zijn \u2018Kompas op vele golven. Vlaams-liberale reflecties in het fin de si\u00e8cle\u2019 te schenken. Tevens wenste hij ons van harte welkom aan de Gentse rechtsfaculteit waar we op voorstel van collega Patrick Hebberecht de vakgroep strafrecht en criminologie hebben vervoegd teneinde de toen nieuwe vakken Private Politiestudies en Private Policing and Security in Europe te verzorgen. Het spreekt voor zich, daar we met B. Bouckaert quasi een zelfde mens- en maatschappijbeeld delen, dat we elkaar ook buiten de faculteit vaak hebben ontmoet. In die optiek denken we aan onze activiteiten binnen de klassiek liberale think tanks Nova Civitas en Libera ! Ook konden we op uitnodiging van B. Bouckaert in 2002 deelnemen aan een bijeenkomst van de Mont P\u00e9lerin Society te Londen. Menig liberaal denkt op deze liberale Internationale aan de illustere oprichters, in 1947 verzameld in het statige Zwitserse Hotel du Parc te Mont P\u00e9lerin, zoals daar ondermeer waren: Milton Friedman, Karl Popper, Friedrich von Hayek en Ludwig von Mises.<\/p>\n<p>In die context leek het ons voor B. Bouckaert aangenaam om stil te staan bij de Belgisch-Franse radicaal liberale econoom Gustave de Molinari (1819-1912) en ons criminologisch vakgebied van de private veiligheidszorg. Er wordt doorgaans voorbijgegaan aan het economisch wetenschappelijk en journalistiek werk van de jonge G. de Molinari die een toch wel merkwaardige stempel heeft gedrukt op de allereerste wetenschappelijke idee\u00ebn over de private veiligheidszorg. Daar het in 2012 honderd jaar geleden zal zijn dat G. de Molinari overleed en het gegeven dat Libera!, nu in opvolging van Nova Civitas, de jaarlijkse \u2018Molinari-lezing\u2019 organiseert, leek dit ons eens te meer een reden om kort bij zijn leven en werk stil te staan zonder echter de wetenschappelijke pretentie te beogen nieuwe of andere inzichten en interpretaties aan zijn werk toe te voegen.<\/p>\n<p><strong>De criminologie en de private veiligheidszorg<\/strong><\/p>\n<p>De evolutie en de criminologische studie van de private veiligheidszorg; die we zelf ruim omschrijven als het geheel van activiteiten bestaande uit: preventie, ordehandhaving, opsporing, informatie-inwinning en adviesverlening inzake criminaliteit, overlast en onveiligheidsgevoelens die op een vrije markt complementair en concurrentieel door private (rechts)personen tegen betaling worden aangeboden aan private en publieke (rechts)personen, werden en worden vaak geplaatst binnen de hedendaagse laatmoderniteit en het neoliberalisme van eind jaren \u201970 en begin jaren \u201980 van de vorige eeuw. Deze stelling maakt naar onze mening geen opgeld daar de private veiligheidszorg van alle tijden was en is. Zo bestond de private veiligheidszorg in bijvoorbeeld Engeland al in de 16de, in de Verenigde Staten van Amerika al in de 18de en in Frankrijk al in de 19de eeuw.<\/p>\n<p>De private veiligheidszorg kan vandaag wel op de nodige belangstelling vanuit de criminologie rekenen. In het kader van deze bijdrage is het echter niet opportuun alle ter zake gepubliceerde wetenschappelijke werken de revue te laten passeren. Wel kunnen we vaststellen dat de Nederlandse criminologie enigszins inhoudelijk en zeer zeker chronologisch, voorliep op de Belgische criminologie. Zo hebben we in een vroegere overzichtspublicatie deze Nederlandse criminologische interesse kunnen plaatsen ten overstaan van een aantal aanwezige en dominante discours. De eerste periode van criminologische belangstelling had vooral oog voor de negatieve aspecten van de oude weerkorpsen tijdens het interbellum. Ook de latere en louter commerci\u00eble particuliere beveiligingsorganisaties werden niet zo positief bejegend. Vervolgens deden de zogenaamde forensische studies hun intrede die er wel een positievere benadering op nahielden om op hun beurt weer plaats te maken voor een meer neutrale rechtseconomische benadering. Ook in Belgi\u00eb bestaat er momenteel een goed overzicht van de criminologische inzichten met betrekking tot de private veiligheidszorg. Zo was deze aanvankelijk gericht op de private milities, de onderneming(en) als (mede)dader(s) van criminaliteit en de schendingen van de persoonlijke levenssfeer van burgers door de private veiligheidsactoren. Begin jaren \u201990 van de vorige eeuw ontstond er ook interesse in het slachtofferschap van de ondernemingen en hun rol in de criminaliteitscontrole. Ook zien we momenteel een evolutie naar een nog meer empirische benadering en studie.<\/p>\n<p>De studie van de private veiligheidszorg door anderen in de criminologie blijft naar onze mening te vaak plaatsvinden vanuit een onderliggend sociaal-etatistisch discours. De private veiligheidszorg is in hun ogen een bedreiging op zich. In dit sociaal-etatisme is het individu immers ondergeschikt aan het collectivisme van de staat en mag het bovendien niet worden vertrouwd in zijn vrijheids- en verantwoordelijkheidsstreven. De contractuele vrijheid mag niet ingaan tegen het sociaal contract en bovenal heeft de staat een monopolie op het legaal geweld in hoofde van de politie en de justitie. De dominantie van deze Weltanschauung binnen de wetenschapsbeoefening heeft er toe geleid dat de academici die over de vaardigheden beschikken om over tal van onderwerpen visies en opinies te ontwikkelen, te vertellen en te presenteren deze steeds terugkoppelen aan het \u2018socialistisch denken\u2019. Het is dan ook niet verwonderlijk dat het bestaan, de groei en de evoluties van de private veiligheidszorg zeer dikwijls het onderwerp vormen van polemische discussies tussen voor- en tegenstanders en tussen rekkelijken\u2019,\u2018preciezen\u2019 en \u2018autonomen\u2019. Omtrent dit onderwerp kruisen sociaal-etatisten en liberalen vaak de degens in het sociaal, economisch, politiek-ideologisch en academisch debat.<\/p>\n<p>In tegenstelling tot de Lumpen-intelligentsia die hun gebrek aan inzicht in het economisch proces cultiveren, hebben we de private veiligheidszorg, en dit in woord en daad, zelf steeds vanuit een expliciet liberaal dan wel libertarisch mens- en maatschappijbeeld benaderd opdat er in de criminologie, ook ruimte moet zijn voor een ander verhaal dan enkel een (neo)marxistisch, structuralistisch en\/of postmodernistisch gedebiteerde schijnwaarheid. We keren dan ook met veel vreugde terug naar het boeiende leven en werk van G. de Molinari. Immers, each theory is an ideology.<\/p>\n<p><strong>Gustave de Molinari, een korte biografische schets<\/strong><\/p>\n<p>Op 3 maart 1819 werd te Luik, in het toenmalige Koninkrijk der Nederlanden, G. de Molinari geboren als zoon van de daar wonende Franse Baron de Molinari, een voormalige officier van de medische component bij het Napoleontische leger. G. de Molinari zal op twee\u00ebnnegentig jarige leeftijd in Belgi\u00eb overlijden, te Adinkerke op 28 januari 1912 in het gezelschap van zijn schoondochter en secretaresse Marie Le Roy, om vervolgens zijn laatste rustplaats te vinden te Parijs op het alom bekende kerkhof P\u00e8re Lachaise. Zijn graf bevindt er zich in de onmiddellijke nabijheid van de graven van twee andere bekende liberale economen: Jean-Baptiste Say en Benjamin Constant.<\/p>\n<p>Op de leeftijd van 21 jaar verliet G. de Molinari land en stad om zich te vestigen in Parijs en werd daar een succesvol economisch journalist. Als volgeling van die andere economische journalist en parlementslid Fr\u00e9d\u00e9ric Bastiat werd hij lid van de l\u2019Association pour la libert\u00e9 d\u2019\u00e9changes en schreef er voor de krant, Le libre \u00e9change, ter promotie van de vrijhandel. Andere bijdragen van zijn hand vonden hun weg naar de kranten: de Courrier Fran\u00e7aise, de Commerce en de Revue nouvelle. Wanneer de, met een eerder links politiek programma, tot president gekozen neef van Napoleon Bonaparte, Louis-Napol\u00e9on Bonaparte, op 2 december 1851 een staatsgreep pleegde en dit met de hulp van de pr\u00e9fet van politie Charles de Maupas werd het einde van de Seconde R\u00e9publique bezegeld. Het Seconde Empire onder de autoritaire leiding van toen Napoleon III zag het licht op 2 december 1852. Dit regime van repressie en censuur, onder het gezag van de ondertussen tot minister van de Police g\u00e9n\u00e9rale benoemde C. de Maupas, deed heel wat republikeinen en socialisten achter de tralies verdwijnen of in ballingschap vertrekken. Ook de liberaal G. de Molinari verliet Frankrijk en kwam terug naar Belgi\u00eb wonen en werken met de steun van de toenmalige Brusselse burgemeester Charles de Brouck\u00e8re. Dit heeft hem niet weerhouden om tijdens zijn verblijf in Belgi\u00eb verre reizen te ondernemen naar: Canada, Martinique, Panama, Rusland en de Verenigde Staten van Amerika.<\/p>\n<p>Hier richtte hij in 1855 het tijdschrift l\u2019Economiste Belge, Journal des R\u00e9formes Economiques et Administratives op en werd tevens professor economie te Antwerpen, in het Vlaanderen waar hij van hield, aan het Institut Sup\u00e9rieur de Commerce d\u2019Anvers en te Brussel aan het Mus\u00e9e Royal de l\u2019industrie. Naast de liberticide door Napol\u00e9on III verzette hij zich ook tegen de nieuwe socialistische, communistische en conservatieve gedachten en geschriften die overal werden toegelicht en uitgeschreven. Ook het kolonialisme, het protectionisme, het etatisme en het militarisme konden bij hem op geen mededogen rekenen. In 1867 keerde hij terug naar Frankrijk en zette er zijn economisch wetenschappelijk werk verder bij de tijdschriften: het Journal des D\u00e9bats en vanaf 1881 bij het Journal des Economistes, dit tot en met zijn opruststelling in 1909.<\/p>\n<p><strong>Les Soir\u00e9es de la rue Saint-Lazare en het De la production de la s\u00e9curit\u00e9 aangehaald<\/strong><\/p>\n<p>In het kader van ons betoog zullen we vooral en samengevat oog hebben voor, naar onze mening, twee van zijn meest merkwaardige geschriften die een andere dan de zogenaamde hoofdstroomkennis aanreikt. Vooreerst is er het boek Les Soir\u00e9es de la rue Saint-Lazare. Entretiens sur les Lois Economiques et D\u00e9fense de la Propri\u00e9t\u00e9 en vervolgens het artikel De la production de la s\u00e9curit\u00e9 die beiden werden gepubliceerd in 1849. In deze geschriften zal G. de Molinari een aantal originele visies ontwikkelen en uitschrijven die hem tot \u00e9\u00e9n van de grondleggers van het huidige libertarisme of anarcho-kapitalisme zal kronen. Deze, zeker in West-Europa, minder gekende politieke, filosofische en economische stroming, plaatst ondermeer de private veiligheidszorg als een radicaal alternatief voor de publieke veiligheidszorg voorop.<\/p>\n<p>Het boek Les Soir\u00e9es de la rue Saint-Lazare. Entretiens sur les Lois Economiques et D\u00e9fense de la Propri\u00e9t\u00e9 leest als een aantal dialogen of zelfs als een debat van woord en wederwoord tussen een conservatief, een socialist en een econoom. In de elfde dialoog wordt de bescherming en de veiligheid als een exponent van de staat aangehaald. De econoom, die G. de Molinari zelf is, pleit voor het bestaan van de individuele keuze van elke burger om al dan niet gebruik te maken van de diensten die de staat kan aanbieden. Deze keuze staat haaks op de door de staat, vanuit een monopoliepositie, aangeboden bescherming en veiligheid. Daar de staat dit monopolie kan gebruiken om zelfs een oorlog te verklaren aan een ander land en de vruchten van de arbeid van elke burger te vernietigen, moet diezelfde burger de beschikking krijgen over een wettelijke zelfverdediging tegen de staat of de overheid. Vanuit een economisch oogpunt doet deze burger er goed aan dit recht op zelfverdediging te plaatsen bij diegene die er op basis van de arbeidsverdeling het best toe in staat is om dit te realiseren. Dit dient te gebeuren in de context van de vrije markt. Zo meent G. de Molinari dat dit ook opgaat voor de politie en de justitie. Zo schreef hij: il faut rendre libres toutes les industries encore organis\u00e9es en commun, aussi bien la justice et la police. Er zullen dus spontaan ondernemingen ontstaan die interesse hebben om de veiligheidszorg privaat en commercieel te ontwikkelen, de zogenaamde compagnies de la s\u00e9curit\u00e9, en waar nodig en bij conflicten bepaalde risico\u2019s te verzekeren. Deze taak wordt dan weer opgenomen door de zogenaamde compagnies d\u2019assurances en dit tegen de laagst mogelijke marktprijs.<\/p>\n<p>In zijn De la production de la s\u00e9curit\u00e9 stelt G. de Molinari de maatschappij voor als een natuurrechtelijke entiteit waarin elke burger het recht heeft om door middel van de arbeidsverdeling, ingegeven door een gerechtvaardigd eigen belang, te genieten van de vruchten van zijn arbeid en deze te ruilen voor andere goederen. De bescherming van dit arbeids- en herverdelingsproces dat is gebaseerd op eigendomsrechten, vrijheid en verantwoordelijkheid is met andere woorden evenzeer een natuurrechtelijk principe. De bescherming of de veiligheid ontwikkelt zich even spontaan en concurrentieel als alle andere aspecten van het economisch leven en dit steeds aan de zo laagst mogelijke marktprijs. Elke van overheidswege ingestelde instantie die bescherming en veiligheid zou aanreiken door gebruik te maken van dwang is bijgevolg kunstmatig en te verwerpen. Naar de idee\u00ebn van G. de Molinari dienen de diensten van bescherming en veiligheid te worden overgelaten aan de vrije markt. In de letterlijke zin van het woord stelde hij dat la s\u00e9curit\u00e9 doit, comme toute autre, \u00eatre soumise \u00e0 la loi de la libre concurrence. De staat heeft in die gedachtegang met haar, door middel van belastingen gegenereerd, geweldsmonopolie geen enkele reden van bestaan.<\/p>\n<p><strong>Een criminologische reflectie<\/strong><\/p>\n<p>Het radicaal liberale denken van G. de Molinari kan worden geplaatst binnen het libertarisme of het anarcho-kapitalisme waar naar onze mening de private veiligheidszorg kan worden geduid binnen een zelfbeschikkingsmodel. Vooraleer we deze reflectie onderbouwen is het nuttig stil te staan bij de gangbare modellen en\/of theorie\u00ebn die in de criminologie werden ontwikkeld om de verhouding tussen de publieke en de private veiligheidszorg te duiden.<\/p>\n<p>In de junior-partner theorie wordt de private veiligheidszorg als complementair aan de publieke veiligheidszorg beschouwd. De overheid heeft steeds het recht van het individu op de zelfbescherming van zijn bezit aanvaard. De activiteiten van de priv\u00e9-sector beginnen daar waar deze van de overheid stoppen. In deze theorie is er een duidelijke grens tussen de taken van de priv\u00e9-sector en deze van de overheid. Bovendien zijn ze niet met elkaar in concurrentie. De priv\u00e9-sector richt zich op de preventie en de overheid op de repressie. Er bestaat een echt partnership. In de economische theorie daarentegen wordt de nadruk gelegd op het beperken van verliezen of de zogenaamde loss prevention. De private sector heeft in deze slechts verantwoording af te leggen bij de doorgaans private opdrachtgever. De private veiligheidszorg is niet langer complementair, doch wordt concurrentieel. In de integrale veiligheidszorg wordt de veiligheid dan weer als een basisbehoefte van elke individuele burger benaderd als een totaalproduct waardoor de zorg niet langer het exclusieve domein van de overheid is, maar ook die van andere partners zoals de maatschappelijke instellingen, het bedrijfsleven en de burgers en dit elk vanuit hun eigen verantwoordelijkheid. In het politiecomplex ontstaat er een nationaal ge\u00efntegreerd complex van een bijzondere en een particuliere of private politie rondom een gedifferentieerd regulier politieapparaat. Dit politiecomplex zal noodzakelijk omweven zijn met formele, informele en relationele samenwerkingsverbanden tussen de diverse politiestructuren. De reguliere politie zal zich in hoofdorde bezighouden met de zogenaamde onderwereldcriminaliteit, de bijzondere politie met de bovenwereldcriminaliteit en de private politie met de privatedomeincriminaliteit.<\/p>\n<p>We menen bovendien te kunnen stellen dat er zich in het veiligheidslandschap ook op het internationale niveau veranderingen voordoen. In de eerste plaats merken we met het uithollen van de bevoegdheden van de natiestaten en de steeds meer bevoegdheden naar zich toetrekkende supranationale instellingen een internationalisering van de veiligheidszorg. De traditionele veiligheidstaak zal een interstatelijke aangelegenheid worden waardoor de huidige nationale veiligheidsactoren meer en meer marktwerking krijgen. Dit wil ook zeggen dat ze zullen worden geleid en bestuurd door middel van de managementinzichten &#8211; en modellen uit het bedrijfsleven. Ze zullen eveneens taken afstoten of in samenwerking met de private veiligheidsactoren optreden. In het public-private divide model staat dit ondermeer voor fragmentatie, herverdeling van het politiewerk, desintegratie, consumentisme en privatisering.<\/p>\n<p>Vanuit een zekere radical chique biedt het door ons benoemde zelfbeschikkingsmodel en haar zelfregulering een alternatief aan voor de publieke veiligheidszorg. Centraal staat volgens ons het self ownership concept. Het uitgangspunt is dat iedere persoon vrij moet zijn om te doen wat hij wil zonder hierbij de gelijke vrijheid van anderen te beperken. Dit impliceert dat elke vorm van menselijke samenwerking gebaseerd is op vrijwilligheid en niet op dwang en\/of geweld. Dit wil zeggen dat de fysische en psychische integriteit door niets of niemand kan worden geschonden en dat elkeen het recht heeft zich tegen deze schendingen te verdedigen en te verzetten. Dit non aggression axiom geldt evenzeer voor de bescherming van de private eigendom. Schendingen van leven, vrijheid en eigendom in de vorm van geweldsiniti\u00ebringen door andere individuen en collectiviteiten met inbegrip van de staat krijgen naar onze mening zelf een criminele inhoud en noodzaken bijgevolg restitutie. De hierdoor ontstane slachtofferrechten kunnen evenzeer op de vrije markt worden verkocht tegen de altijd juiste en gangbare marktprijs.<\/p>\n<p>Het zelfbeschikkingsmodel gaat er van uit dat politie en justitie niet per definitie overheidstaken zijn. Politie en justitie functioneren slechts door het bestaan van belastingen en leveren diensten zonder dat de individuele burger er om vraagt, laat staan behoefte aan heeft. Bovendien betaalt de burger zonder dat er verantwoording wordt afgelegd met betrekking tot de kwaliteit, de effici\u00ebntie en het professionalisme. Het individu heeft het recht om politiezorg te kopen op de vrije markt bij politiebedrijven (police companies of private protection agencies). Daar geen enkele private politie zich uit de markt wil prijzen hebben ze er alle belang bij om een hoge kwaliteit, effici\u00ebntie en professionalisme aan de marktprijs te leveren. Op termijn wordt deze dienstverlening door de werking van vraag en aanbod en de schaalvoordelen goedkoper voor de burger. Elk individu koopt zijn politiezorg dus op maat. Indien verschillende private polities met elkaar in conflict komen, leggen ze hun conflict ter oplossing voor aan een arbiter (private court of local arbitration firm). Deze arbiters beschikken niet langer over een monopolie en zijn zelf onderhevig aan de marktwerking. Ze hebben er ook alle belang bij om hun diensten te verkopen aan potenti\u00eble klanten die op hen een beroep zullen doen wanneer ze een conflict wensen te laten beslechten. In deze criminaliteitsbeheersing staat het slachtoffer en diens recht op het herstel van schade veroorzaakt door de dader centraal. De dader wordt een schuldenaar en het slachtoffer een schuldeiser. De overheid als professionele derde heeft geen rol meer in welke vorm van conflictsbeslechting dan ook.<\/p>\n<p>Dit zelfbeschikkingsmodel zou kunnen worden aanzien als een strikt theoretisch en zelfs als een radicaal utopische benadering van de werkelijkheid. Nochtans heeft dit zelfbeschikkingsmodel wel degelijk bestaan in de loop van de geschiedenis. In het IJsland van de 10de tot de 13de eeuw was private veiligheid de norm voor bescherming en veiligheid. Een aantal publicaties verwijst dan weer naar de private politiebedrijven en private arbiters tijdens de grote trek naar het westen in de Verenigde Staten van Amerika tijdens de 19de eeuw. De bestaande land clubs, cattlemens associations, mining camps en wagon trains toonden aan dat er een mogelijkheid was om op commerci\u00eble basis professionele bescherming, veiligheid en conflictsbeslechting op de vrije markt in te kopen zonder te vervallen in een karikaturaal wild \u2018wilde westen\u2019.<\/p>\n<p><strong>Besluit<\/strong><\/p>\n<p>De Zweedse econoom Ingmar Stahl hanteert drie sociale dimensies: de staat, de markt en de samenleving waarbinnen de realiteit zich afspeelt. In de hoofdstroomcriminologie wordt de veiligheidszorg vaak geplaatst en bestudeerd vanuit een louter statelijke context. De private veiligheidszorg wordt er als de kleinere, doch gereguleerde en gecontroleerde, partner neergezet. Zoals we reeds aangaven, wordt de studie van de evolutie van de private veiligheidszorg in de criminologie vaak gezien als een eerder negatief laatmodern gegeven.<\/p>\n<p>Deze, zoals eerder aangetoond, foute stelling blijkt echter wel te passen in de huidige Zeitgeist. Sinds de kredietcrisis van 2008 is het zelfs binnen sommige liberale economische, maatschappelijke en intellectuele middens niet langer meer bon ton om de heilzame werking van de vrije markt en haar welvaartsscheppend gevolg als uitgangspunt te poneren en te verdedigen. De ideologische vijanden van de vrije markt maken van deze verwarring handig gebruik en misbruik om het liberale kind met het badwater weg te werpen. In die context lukt het bijvoorbeeld Hans Achterhuis om zijn publicatie \u2018De utopie van de vrije markt\u2019 te slijten als een definitieve afrekening met de vrije markt. Het was voor ons dan ook een intellectueel genoegen zijn stellingen en meer in het bijzonder zijn onwetenschappelijke lezing en interpretatie van Ayn Rand\u2019s Atlas Shrugged, en dit naar aanleiding van een bijdrage over fiscale fraude, te ontkrachten.<\/p>\n<p>Naar onze stellige mening is de private veiligheidszorg vandaag een speler in de staat, de markt en de samenleving geworden die een enorme toegevoegde waarde genereert. Zo stelt bijvoorbeeld de bewakingssector in Europa 1.628.524 werknemers te werk en zijn er 45.031 bewakingsondernemingen actief. Door de criminologische vakken Private Security and Police Studies aan de Universiteit Gent enerzijds en het Bewakings- en beveiligingsmanagment aan de Vrije Universiteit Brussel anderzijds vinden al jaren veel jonge criminologen hun professionele weg naar de in Belgi\u00eb actief zijnde: bewakingsondernemingen, beveiligingsondernemingen, interne bewakingsdiensten, opleidingsinstellingen, ondernemingen voor veiligheidsadvies, veiligheidsdiensten of naar het beroep van priv\u00e9-detective. Dat de criminologische interesse voor de private veiligheidszorg zijn intrede heeft gedaan in de vakgroep strafrecht en criminologie aan de Gentse rechtsfaculteit onder het decanaat van B. Bouckaert mag dan weliswaar een toevalligheid zijn geweest, zoals hoger beschreven, het belet ons niet ook een deel van het succes aan hem toe te schrijven.<\/p>\n<p>De aandachtige lezer zal het onmiddellijk met ons eens zijn dat de werken van G. de Molinari uit 1849 en zijn invloed op het libertarisch (criminologisch) denken moeilijk kunnen worden gekoppeld aan de actueel gangbare werkelijkheid. Zijn eerder utopisch verhaal doet ons wel herinneren aan de stelling van F. von Hayek dat ook het liberalisme nood heeft aan een utopia waar het \u2018turning over the whole society to market forces can individuals become truly free\u2019 werkelijkheid zou kunnen worden. De publicaties van G. de Molinari kunnen wel worden geduid als de wetenschappelijke wortels in de studie naar de private veiligheidszorg. Honderd jaar na zijn overlijden, leek het ons dan ook wetenschappelijk verantwoord hem als persoon, samen met zijn bijdragen, terug onder de aandacht te brengen van jonge criminologen en veiligheidsdeskundigen. Al was het maar om het belang van de vrienden van het natuurrechtsdenken en het zelfbeschikingsrecht inzake private veiligheid en bescherming in hun juist perspectief te plaatsen. Waar beter dan in het kader van dit Liber Amicorum voor B. Bouckaert had de originaliteit van G. de Molinari opnieuw kunnen passen. Volledigheidshalve moet wel worden opgemerkt dat G. de Molinari, die werd omschreven door J. Garnier als een utopist en door Charles Coquelin als een excentriekeling 68, later in zijn journalistiek werk is terug gekomen op zijn radicale stellingen zonder er echter ooit een verklaring voor te hebben gegeven.<\/p>\n<p>Beste Boudewijn, we hebben je professioneel en als vriend steeds kunnen meemaken als een eerlijk en vrij man die altijd op de bres stond om de vrijheid, en dit in al zijn uitingsvormen en in alle middens, te verdedigen en te verkondigen. Ook in de voor U persoonlijke moeilijke momenten heb je nooit versaagd aan deze opdracht. De aan de jaarlijkse \u2018Molinari-lezing\u2019 gekoppelde prijs voor de vrijheid dragen we symbolisch graag aan U op. U heeft het verdiend en het gaat U verder zeer goed, tot weldra.<\/p>","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Het is voor ons een eer en een genoegen een korte bijdrage te kunnen leveren in het Liber Amicorum voor collega Boudewijn Bouckaert. In het kader van een dergelijke bijdrage past het om even terug te kijken naar de persoonlijke relatie die we met de gevierde hadden en hebben. (Essay &#8211;\u00a0PDF hier\u00a0&#8211;\u00a0door Marc Cools, professor [&hellip;]<\/p>\n","protected":false},"author":3,"featured_media":0,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"footnotes":""},"categories":[5,6],"tags":[],"class_list":["post-2488","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry","category-nieuws","category-publicaties"],"jetpack_featured_media_url":"","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.liberavzw.be\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/2488","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.liberavzw.be\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.liberavzw.be\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.liberavzw.be\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/users\/3"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.liberavzw.be\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcomments&post=2488"}],"version-history":[{"count":9,"href":"https:\/\/www.liberavzw.be\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/2488\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":2497,"href":"https:\/\/www.liberavzw.be\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/2488\/revisions\/2497"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.liberavzw.be\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fmedia&parent=2488"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.liberavzw.be\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcategories&post=2488"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.liberavzw.be\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Ftags&post=2488"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}