12 jun 2022

Gustave de Molinari-lezing Prijs voor de Vrijheid 2022

0 Reacties

Op zaterdag 11 juni 2022 reikte Libera! in de Priorij van Corsendonk (Oud-Turnhout) haar jaarlijkse Prijs voor de Vrijheid uit aan prof. em. Boudewijn Bouckaert. De laureaat hield deze traditionele Gustave de Molinari-lezing.

Beste Libera!-vrienden,
Dames en Heren,

De eerste keer in mijn leven dat ik de term klassiek-liberalisme hoorde vallen was op het Mont Pélerin-congres van 1982 in Berlijn. Veertig jaar geleden dus. Murray Rothbard stond als spreker niet op het hoofdprogramma, want dat was voorbehouden voor meer gevestigde waarden zoals Friedrich von Hayek, Milton Friedman en James Buchanan. Murray had in een zijzaaltje een discussiesessie belegd voor ‘classical liberals and libertarians’. De jaren voordien had ik een langzaam ideologisch reconversieproces ondergaan van bloedrode socialist tot fervente libertariër. Veel libertariërs beschouwden zich als anarchist onder het motto van Frank Sinatra’s bekende liedje ‘There is no government like no government’. Voor mij waren die anarchistische denkexperimenten zowat de laatste twijndraad die mij met mijn vroegere rode verleden verbonden. Wanneer mijn marxistische patron, professor Willy Calewaert, mij de huid vol schold dat ik naar het kamp van de rechtse liberale uitbuiters -en nog meer moois- was overgelopen, kon ik antwoorden dat ik eigenlijk libertair links, anarchist was. Daar was hij niet mee tevreden, maar toch een beetje mee gekalmeerd.

Ik vroeg aan Rothbard wat zij eigenlijk bedoelden met ‘classical liberals’. Hij legde ons uit dat de term ‘liberal’ in de jaren dertig in de VS gekaapt was door de New Dealers van Franklin Roosevelt en daar nu stond voor aanhangers van ‘big government, corporate capitalism’ en uitgebreide welvaartstaat. Om zich daarvan te onderscheiden werd er ‘classical’ aan het ‘liberalism’ toegevoegd en die opvatting staat voor een overheid, constitutioneel beperkt tot het handhaven van het privaatrecht, de bescherming van de nationale soevereiniteit tegen buitenlandse agressie en voor tussenkomst in noodsituaties waarbij bewezen is dat een oplossing via vrijwillige samenwerking niet mogelijk is. De coronapandemie kan hier als voorbeeld gelden.

Aan die klassiek-liberale opvatting beste vrienden, die eerlijk gezegd wat salonfähiger was dan het nogal utopisch libertarisch anarchisme, ben ik tot op heden trouw gebleven en ik hoop dat Libera! in de toekomst deze fakkel brandend kan houden.

In deze klassiek-liberale visie staat uiteraard het begrip ‘vrijheid’ centraal. Aan dit begrip kunnen veel betekenissen worden gegeven. Janis Joplin zingt over ‘freedom is just another word for nothing left to lose’. Als je vrijheid zo opvat dan zijn onze regeringen inderdaad goed bezig om ons de ware vrijheid te bezorgen. In de politieke filosofie was, laat ons zeggen de laatste tweehonderd jaar, een consensus ontstaan dat vrijheid logischerwijs gelieerd was met het begrip van individuele rechten. Vrijheid is de mogelijkheid te denken, te zeggen en te doen wat je wil binnen de ruimte die u verleend wordt door uw individuele rechten. De rechten van anderen schenden is geen uiting van vrijheid want door die daad schendt ge de vrijheid van anderen en alle mensen hebben een gelijk recht op vrijheid. ‘Liberty is the only thing you cannot have unless you are willing to give it to the others’, aldus een Amerikaanse journalist. De logische koppeling van vrijheid en individuele rechten laat dus de ordening toe van een samenleving van vrije burgers onder het principe van gelijkheid in vrijheid. Deze vrijheidsopvatting werd bestendig bekritiseerd, zowel van conservatief-klerikale kant als van linkse socialistische kant. Zij vonden dat er allerlei beperkingen aan de individuele vrijheid moesten gesteld worden. De argumenten die daarvoor gebruikt werden waren misschien verwerpelijk maar op zijn minst was men semantisch correct. Men pleitte voor beperkingen van de individuele vrijheid. De laatste maanden- en dit naar aanleiding van de protesten tegen de corona-beperkingen- veranderden de vijanden van de vrijheid het geweer van schouder. Annelien Dedijn, een historica van de Universiteit van Utrecht, daarin min of meer bijgetreden door Marc Elchardus in ‘Reset’, mocht in allerlei praatprogramma’s, zoals in de Club der Gewenste Meningen (ook De Afspraak genoemd), komen verklaren dat het vrijheidsbegrip dat gekoppeld is aan individuele rechten, een duivelse gedachte is, ontwikkeld door rijke uitbuiters van de 19° eeuw, die zich niet aan de democratische volkswil willen onderwerpen. De ware vrijheid zit hem volgens haar in het recht mee te mogen participeren aan de collectieve volkswil en natuurlijk, als die volkswil is gevormd, u daaraan volledig te onderwerpen. Ze ontleent die opvatting aan Jean-Jacques Rousseau, die stelde dat ‘Quiconque refusera d’obéir à la volonté générale y sera contraint par tout le corps : ce qui ne signifie autre chose sinon qu’on le forcera d’être libre’. Als burger zijt ge dus maar een onderdeeltje van het gehele corpus en aan de beslissing van dit corpus moet ge u onderwerpen en die onderwerping betekent in feite bevrijding. Dit Rousseauaanse vrijheidsbegrip heeft het hoofd gekost van honderdduizenden Fransen, die op de guillotine hun ware vrijheid vonden. Dit vrijheidsbegrip werd ook door Lenin van onder het stof gehaald door te stellen dat de volledige onderwerping aan de dictatuur van het proletariaat (lees de dictatuur van de bolsjewisten) de ultieme bevrijding was van de werkende mens zou betekenen. In feite zijn de zogenaamde ‘progressieve opvattingen’ van Dedijn en company een regressie naar antieke opvattingen, waarbij een selecte groep burgers -de rest van de bevolking waren slaven-mochten beslissen over het beleid in een kleine stadsgemeenschap, de ‘polis’. In grote samenlevingen, waar de slavernij is afgeschaft, is dit onmogelijk en vloeit de vrijheid voort uit een stelsel van algemeen geldende individuele rechten. Dit werd in 1819 al helder uiteengezet door Benjamin Constant, in zijn beroemde toespraak voor de Athenée Royal, “De la liberté des anciens comparée avec celle des modernes’. Deze bij uitstek liberale toespraak was blijkbaar niet gekend door mijnheer Lachaert, voorzitter van wat zich een liberale partij noemt. Want in een discussie met Dedijn in de Club der Gewenste Meningen gaf hij stotterend Dedijn min of meer gelijk. Triestig. Dan nog liever Bart Somers die in een interview met De Standaard terecht zegt dat liberalen moeten opkomen voor individuele rechten. Jammer dat de daad niet bij het woord wordt gevoegd, want hoe geloofwaardig is dit van een partij die sinds een kwarteeuw onafgebroken meebestuurt en er dus mede voor gezorgd heeft dat België, met een overheidsbeslag van 54 % en een overheidsschuld van 116 %, het minst liberale land in het al niet erg liberale Europa geworden is.

Dames en heren,

De vrijheidsgedachte, zoals die uit het klassiek-liberalisme voortvloeit, is niet uit de lucht komen vallen maar is, om beeldspraak te gebruiken, een mooie bloem uit de potgrond van onze westerse beschaving. Het bewustzijn ervan omschrijf ik graag met de term beschavingsliberalisme. Door links-liberalen wordt het liberalisme historisch exclusief gelieerd met de Verlichting. Daarvoor was er totale duisternis. Blijkbaar heeft een seculiere variant van de Heilige Geest op een mooie Pinksterdag van de achttiende eeuw tegelijkertijd een reeks briljante geesten het licht van ‘les idées claires’ bezorgd. Dat is historisch gezien uiteraard flauwe kul. Vooreerst zijn de Verlichtingsideeën niet ideologisch homogeen. Je hebt proto-liberale denkers zoals Montesquieu en John Locke, je hebt autocratische denkers zoals Thomas Hobbes en tenslotte heb je die vreselijke Jean-Jacques Rousseau, de wegbereider van het moderne totalitarisme. Vele verlichtingsdenkers beriepen zich op tradities uit de middeleeuwen zoals de autonomie van de steden, de parlementaire instellingen, het weerstandsrecht tegenover vorsten, die ‘ultra vires’ handelden. Het idee van een via individuele rechten institutioneel beschermde vrijheid wortelt uiteindelijk in het geloof in een ontologische vrijheid, de idee dat de mens met rede begaafd is, een vrij wil heeft, daarom autonomie mag gegeven worden, maar daarom ook verantwoordelijk en aansprakelijk is voor zijn daden. De mens is geen vehikel van God, Allah of Jahwé, maar een vrij wezen, dat, zoals de christenen geloven, ooit verantwoording moet afleggen voor zijn opperste rechter. Wie geen vrije wil heeft, kan niet ter verantwoording geroepen worden. De oorsprong van deze opvatting van de ontologische vrijheid werd uiteengezet door mijn collega Frank Van Dun bij zijn toespraak bij de Prijs van de Vrijheid in 2013. Daarvoor moeten we teruggaan naar het christelijke denken uit de twaalfde en dertiende eeuw dat erin slaagde een synthese tot stand te brengen tussen het rationalisme van Aristoteles en de christelijke geloofsleer. Een synthese die ook tot stand kwam in de Arabische landen maar jammer genoeg door een reactionaire tegenbeweging van de kaart werd geveegd. Met de gevolgen hiervan zitten we nog opgescheept. Het besef dat het klassiek-liberalisme gegroeid is uit een brede beschavingstraditie moet liberalen ertoe aanzetten allianties te zoeken met die krachten en instellingen die onze brede beschavingswaarden genegen zijn-ik vernoem op institutioneel vlak een instelling zoals de NAVO, ik vernoem op politiek vlak niet-populistische conservatieven en nationalisten- en zich ook sterk verzetten tegen die krachten die onze beschavingswaarden willen ondermijnen, die aan linguistische ‘cleansing’ willen doen, die diepmenselijke patronen zoals de dynamiek tussen man en vrouw willen afschaffen, die een ideologische inquisitie invoeren aan onze universiteiten, kortom wat we woke en cultuurmarxisten noemen.

Dames en heren, beste vrienden,

In het begin van de jaren tachtig dreef ik enthousiast mee op de golven van het liberaal réveil die de wereld overspoelden. Het was de tijd van Ronald Reagan in de Verenigde Staten, Margaret Thatcher in Engeland en Guy Verhofstadt in ons land (versie eerste burgermanifesten). De hoop dat we zouden evolueren naar een stabiele vrije wereld heeft sindsdien een aantal boosts gekregen, maar ook een aantal serieuze setbacks.

Als boosts vermeld ik de ineenstorting van het communisme in Oost-Europa en de liberalisering van het communisme in China, het openbloeien van de internationale markten zowel binnen Europa als op intercontinentaal vlak, vooral dan met China en Vietnam. Het opengooien van de grenzen binnen Europa betekende dat zowel burgers-werknemers als kapitaal slecht beleid konden afstraffen door met de voeten te stemmen waardoor de macht van nationale bedilzuchtige politieke elites beduidend afnam. België, en dan vooral Vlaanderen, is sinds de jaren tachtig op een aantal vlakken beslist liberaler geworden. De klerikale betutteling is nagenoeg verdwenen, de legitieme rechten van allerlei minderheden, zoals de homo’s, werden erkend, de verzuiling kalfde af en mensen stemmen nu niet meer automatisch voor wat de pastoor, de vakbondsafgevaardigde of de Boerenbondsecretaris beveelt.

Maar er zijn ook zware downs die u als klassieke liberaal naar de rand van de moedeloosheid dreigen te drijven.

Er is vooreerst de ineenstorting van de monetaire constitutie van de Europese Unie. Na het opblazen van de goudstandaard successievelijk door Johnson in 1965 en Nixon in 1971 konden we in Europa blijven rekenen op de Duitse mark als stabiele munt. President Mitterand, die van het Duitse monetarisme niets moest weten dwong Helmut Kohl, in ruil voor steun voor de Duitse éénmaking, de Duitse mark op te geven en de Euro in te voeren. In de ECB konden de Duitsers hun invloed nog een tijdje handhaven en bleef de Euro een stabiele munt. Met het “’whatever it takes’ van Draghi veranderde dit. De Euro werd ontduitst en gemediterraniseerd. Via de Quantitative Easing werden miljarden Euros (meer bepaald ongeveer 4000 miljard sinds 2010) in de economie gepompt zogezegd om de deflatie te bestrijden met als resultaat dat we nu geconfronteerd worden met de (Paul) de grauwe werkelijkheid van hoge inflatie. De destabilisering van onze munt betekent dat onze munt zijn functie verliest als spaarmiddel en gewone burgers niet meer in staat zijn om aan lange termijnplanning te doen. Wie geld ontvangt doet het liefst zo snel mogelijk op in het licht van de snelle ontwaarding. De Euro wordt zo geleidelijk gereduceerd tot een rantsoenbon, een oorlogsinstrument zonder dat er oorlog is. Voor de satrapen van de overheid, zowel de Europese als nationale, is dit natuurlijk ideaal. Burgers die zelf hun leven kunnen plannen en niet afhankelijk zijn van de overheid zijn een gruwel in hun ogen. Misschien bieden bitcoins, al dan niet gesteund met goudreserves, een alternatief voor de rantsoenbonnen.

Een tweede gegeven dat een klassieke liberaal tot wanhoop drijft is de onhervormbaarheid van de welvaartstaat. De pensioenboom die eraan zitten te komen zonder dat er een pensioenplan komt, de vermenigvuldiging van de claims op de sociale zekerheid, de nieuwe cadeaus die beloofd worden zoals de 30 000 € die ECOLO aan alle jongeren wil geven- ik kan mij voorstellen welke aankopen de Molenbeekse jongeren daarmee zullen doen-, het houdt niet op. Dit systeem moet, zoals Hayek voorspelde, ooit eens crashen en uit de volkswoede die daarop zal ontstaan zal wellicht geen vernieuwd liberale democratie voorvloeien maar eerder een brutaal soort fascistisch of communistisch systeem.
Deze twee downs, er zijn er jammer genoeg nog een aantal, vloeien voort uit verkeerde, antiliberale opvattingen. Maar er is ook, zoals Churchill het noemde, ‘the opposition of events’, die hij nog als erger beschouwde als de Labour-opposition. Sommige gebeurtenissen, die geen politieke oorsprong hebben, leiden ertoe dat een grotere overheidstussenkomst noodzakelijk is en die dan voor een aantal politieke krachten een dankbare aanleiding vormt om die tussenkomst ver buiten het strikt noodzakelijke uit te breiden.

Er is ten eerste de klimaatproblematiek. Neen, ik ben geen ‘non-believer’ want ik kan me niet voorstellen dat honderden klimaat- en andere wetenschappers betrokken zijn bij een duivels complot om ons onze puffende diesel, onze winderige koeien en ons goedkoop vliegtuigreisje naar Benidorm te ontzeggen. Als er, zoals ten alle kanten beweerd, sprake is van een klimaatopwarming, met zijn mogelijke dramatische gevolgen, dan moeten er inderdaad maatregelen genomen worden die een mix voorzien zowel van reductie als van adaptatie. Het klimaatbeleid lijkt echter voor vele politici de ideale aanleiding te vormen om de markteconomie om te vormen naar een planeconomie en de overheid die beslissingen te laten nemen, die in feite door burgers en bedrijven zouden moeten genomen worden. Zo bijvoorbeeld de beslissing van het Europees Parlement om tegen 2035 de aanmaak van auto’s op fossiele brandstof te verbieden. Uitgenomen dan voor Ferrari, misschien heeft Frans Timmermans er zo een in zijn garage staan. De aanpak voor een soortgelijk probleem, die het best spoort met het klassieke liberalisme is wat economisten ‘internalisatie van externe effecten’ noemen. Handelingen waarvan bewezen is dat ze bijdragen tot klimaatopwarming maakt men bijvoorbeeld via een ’carbon tax’ artificieel duurder. Het is dan aan de burger en aan de bedrijven om naar substituten te zoeken die minder duur zijn. Zo aligneert men het individueel belang met het collectief belang. Dit staat allemaal mooi uitgelegd in de PVV-congresteksten van 1983. Misschien moeten we die eens van onder het stof halen.

Een tweede Churchilliaans ‘opposition event’ is uiteraard de coronacrisis. Ook hier kan men zich van de indruk niet ontdoen dat deze crisis gretig werd aangegrepen om politici, met als schild voor zich de viroloog-experten, in een artificiële rol van redder der volksgezondheid te duwen. De gekste repressieve maatregelen en meest Orwelliaanse maatregelen, zoals politiedrones boven privé-tuinen werden plots bespreekbaar. Wellicht waren een beperkt aantal maatregelen wel noodzakelijk maar ik moet vaststellen dat in Zweden afklokt op een coronadodentol van 1463 doden/miljoen inwoners en België op 2440 doden/miljoen inwoners en dit terwijl de Zweden zich tijdens onze lockdown-strafkamp periode zich goed hebben blijven amuseren en een veel geringer economisch impact van de crisis ondergingen. En dan heb ik het nog niet over de neveneffecten van de genomen maatregelen. Die werden ter sprake gebracht door professor Lieven Annemans, de vorige laureaat van de Prijs van de Vrijheid, met o wee, banvloeken van de Grootviroloog aan zijn adres.

En dan is er tenslotte het derde Churchilliaans ‘opposition event’, de oorlog in Oekraïne. Oorlog is nooit goed voor de vrijheid. Op zijn sterfbed en aan de vooravond van de eerste wereldoorlog, zuchtte de Molinari, de Belgische liberaal naar wie deze rede is vernoemd, dat de liberale vrijheidsorde dreigde ten onder te gaan aan de imperialistische, kolonialistische en militaristische ambities van de staten. Zijn profetie is jammer genoeg grotendeels bewaarheid geworden. Een aantal maanden geleden zou niemand geloofd hebben dat een autocraat zoals Poetin op basis van een Grootrussisch imperialisme een echte, ouderwetse oorlog zou ontketenen. Bij nader toezien is dit niet zo verwonderlijk. In de geschiedenis van Rusland zitten weinig liberale aanknopingspunten. Geen scheiding van kerk en staat, brutale feodaliteit, antiwesterse slavofilie waarin het primitieve boerencollectivisme wordt bejubeld, dictatoriaal bolsjewisme dat meer doden heeft veroorzaakt dan Hitlers’ nationaalsocialisme. Alleen op het einde van de 19° eeuw was er sprake van enige liberale opleving, de populairste economist in Rusland was immers onze goede vriend De Molinari. De liberale opleving in Rusland werd echter brutaal afgebroken door de eerste wereldoorlog.

Ik heb er nooit twijfel aan laten bestaan dat ik volledig aan de kant van Oekraïne, slachtoffer van deze moorddadige agressie, sta. Alle extreemrechtse en extreemlinkse trollen, die Poetin vergoelijken of verheerlijken en Oekraïne besmeurden heb ik consequent van mijn Facebook gegooid. Ik steun met donaties de Ukrainian Armed Forces, want ik ben van oordeel dat een Javelin-raket de Oekraïners meer helpt dan een lading van vervallen potjes yoghurt.

Ook hier moeten we echter beducht zijn van het misbruik dat kan gemaakt worden van de oorlogssituatie. Op defensief vlak tegen het Russisch imperialisme beschikken we over de NATO, dat ik beschouw als een van de beste uitvindingen op geostrategisch vlak van de laatste honderd jaar. Daarin moet, zoals president Trump het een paar jaar geleden duidelijk stelde, iedereen zijn financiële verantwoordelijkheid opnemen en geen free-rider willen spelen op kosten van de Amerikaanse belastingbetaler. Voor militaire en humanitaire hulp kunnen we rekenen op de inzet van nationale staten en liefst nog meer van private donaties en de inzet van vrijwilligers. Laat de oorlog vooral voeren door wie daar zin in heeft. Behoudens de coördinatie van sancties heeft de EU in deze kwestie geen hoofdrol te spelen. Een Europees leger is misschien om andere redenen goed maar niet omwille van deze oorlog. En het holder-de-bolder toelaten van Oekraïne tot de EU is helemaal krankzinnig en kan alleen maar leiden tot onpeilbaar diepe subsidiestromen, oneerlijke concurrentie en de verdere verspreiding van corruptie. De Russische agressie tot staan brengen en eventueel terugdrijven is voorlopig onze eerste zorg en pas daarna kan gepraat worden over een EU-lidmaatschap van Ukraine. En als men voor Oekraïne even streng is als voor andere Oost-Europese landen, dan heeft dit land nog een hele eind te gaan. Men mag echter vrezen dat de geforceerde toetreding van Oekraïne tot de EU een aanleiding kan vormen om het beleid in Europa nog meer te centraliseren en de transferunie te versterken. Naast Poetin, krijgen we dan tsarina Ursula I en als Europa meer en meer op Rusland gaat gelijken, heeft het nog weinig zin er oorlog tegen te voeren.

Dames en heren,

De vermelde downs en setbacks, zowel te wijten aan foute ideeën als aan misbruik van opposition events, mogen ons niet ontmoedigen. De strijd voor de vrijheid in onze contreien moet mijns inziens gevoerd worden op drie niveaus:
– Op macroniveau tegen de overheid
– Op mesoniveau tegen de particratie
– Op microniveau tegen een religieus geïnspireerde tirannie op familieniveau

De overheid is in onze contreien, dankzij een lange liberale traditie, geen apparaat geleid door autoritaire, wreedaardige en leugenachtige schurken zoals in Rusland of Noord-Korea. Toch bemerken we dat ook bij ons de staatsmacht steeds verder uitdeint en ons leven, zowel op economisch vlak als op sociaal vlak, aan controle onderwerpt. We denken aan de verdere inperking van de vrije meningsuiting. Voor het opsteken van een slogan zoals Stop Islamisering kan men in de cel vliegen omdat dit ‘haatspraak’ zou zijn. De veroordeling is in hoger beroep wel ongedaan gemaakt omdat in de beroepshoven nog mensen van mijn generatie met gezond verstand zetelen. Binnen een aantal jaren zullen de activistische rechters die nu in eerste aanleg zetelen in hoger beroep zetelen en worden dergelijke schandelijke vonnissengewoon bevestigd. We denken aan de plannen voor verplichte vaccinering, niet alleen voor zorgpersoneel, maar voor alle burgers, hoewel dit wetenschappelijk zeer sterk wordt betwist en de corona-dreiging quasi volledig is weggeëbd. En uiteraard denken aan de steeds verder stijgend belastingdruk. Als men de sociale cadeaus bekijkt die door allerlei partijen worden beloofd, dan is het geld van de rijken als zes, zevenmaal uitgegeven. Het geld van de rijken is trouwens onbereikbaar want zit verscholen in listige constructies op de Maagdeneilanden. De sociale cadeaus zullen betaald worden door de hogere middenklasse, een bevolkingslaag van 20 % die nu reeds meer dan 50 % van de belastingen ophoest. Als we deze lijntjes doortrekken naar de toekomst moeten we ergens in 2050 eindigen in een totalitaire staat in China-Style.

Maar toch, dames en heren, is het verheugend vast te stellen dat bijvoorbeeld naar aanleiding van de beperkingen in de coronacrisis talloze jonge mensen in verzet kwamen en hun persoonlijke vrijheid terug opeisten. Ik wil in deze context mijn oud-student meester Michael Verstraeten, die hier aanwezig is vermelden. Via talrijke vreedzame acties zoals het schrijven van columns en artikelen, via betogingen, via het aanspannen van allerlei rechtszaken, heeft hij de uitwassen van de corona-regeldrift bestreden. De partij Vrijheid, die hij heeft opgericht is een uitloper hiervan. Of dat een goed idee is, daar zal de keizer over oordelen. Jean-Marie en ikzelf hebben ervaring in het oprichten van nieuwe partijen. Misschien moeten we het daar eens over hebben.

Op mesoniveau, dames en heren, is ons land gekenmerkt door een dictatuur van partijelites. Een aantal kliekjes, aan de top van de regime-partijen, bepalen samen met de grote sociale organisaties (nl. de elf van de Groep van Tien) het reilen en zeilen van het beleid in dit land. Die partijelites benoemen quasi letterlijk de parlementsleden door ze op de lijsten te zetten, zij dicteren hoe de parlementsleden moeten stemmen, zij rekenen ongenadig af met eventuele dissidenten binnen hun partij. Een situatie zoals in Groot-Brittannië, waarbij 40 % van de parlementsleden stemmen voor de afzetting van hun partijleider en Prime Minister, is hier compleet ondenkbaar. In het Verenigd Koninkrijk zijn parlementsleden vooral de verkozenen van de kiezers van hun district, ‘their local MP’. Hier zijn het grotendeels kamerdienaars van de partijelite. Ik kan me niet voorstellen dat liberale parlementsleden, verkozen in districten, de deelname aan de Vivaldi-regering hadden goedgekeurd. Iedereen weet dat Vivaldi immers vooral een voorbereidende stage is op de internationale carrière van onze premier. Jean-Marie en ikzelf hebben ook ervaring met kritiek op de particratie in de VLD. In deze context wil toch mijn appreciatie uitdrukken voor de kritische houding ingenomen door de voorzitter van het Liberaal Vlaams Verbond, Thibault Viaene. Thibault komt uit de LVSV- stal, een vereniging waarmee Libera! steeds goed heeft samengewerkt. We wensen Thibault dan ook veel moed en succes toe in zijn strijd tegen de particratie.

Tenslotte wil ik wijzen op de situatie in vele moslim-gezinnen en waar men kan spreken van een tirannie op microniveau. De voorbije weken las ik het boek van de Nederlands-Turkse schrijfster Lale Gül ‘Ik wil leven’. Dit boek is niet alleen een literair meesterwerk, maar geeft ook een beklijvend beeld van de psychisch-wreedaardige dictatuur die tegenover moslimmeisjes wordt uitgeoefend. De tweede Nova Civitas-prijs voor de Vrijheid werd uitgereikt aan Ayaan Hirsi Ali. Zij kloeg, meer dan twintig jaar geleden, de situaties van de moslimmeisjes aan. Het boek van Lale Gül onderstreept dit nogmaals: uithuwelijken van meisjes op prille leeftijd, vestimentaire dictatuur, hypocrisie en een leven in leugenachtigheid, godsdienstig fanatisme, onderworpenheid aan de grillen van de mannelijke testosteron-bommen, rem op de intellectuele ontwikkeling in het onderwijs en belemmering van de integratie in onze cultuur waardoor de kansenongelijkheid wordt bestendigd. Ik pleit hier niet voor het instellen van een soort gezinspolitie om deze toestanden tegen te gaan. Wel om kordaat de achterlijke religieuze en culturele gewoontes, die deze onderdrukking bestendigen krachtig te veroordelen en als onverzoenbaar met onze vrije samenleving te bestempelen. Nog sterker moeten die politici veroordeeld worden die, omwille van electoraal gewin, deze praktijken niet willen veroordelen en van oordeel zijn dat ‘culturen’ evenwaardig zijn en andere culturen moet respecteren. Met ongeloof moeten we lezen dat Fouad Ahidar, socialistisch lid van het Brussels parlement, het verbod op onverdoofd slachten afwijst omdat Allah ervoor zorgt dat de dieren bij het Offerfeest niet lijden. Socialisme en theocratie, één front. Graag had ik de auteur van het boek Lale Gül, hier aanwezig gezien om haar te bedanken voor haar moedige getuigenis, maar er werd mij gezegd dat zij publieke vertoningen moeilijk liggen omwille van veiligheidsredenen. Vrijheid heeft een prijs.

Ik hoop dat Libera!, samen met gelijkgezinden, de strijd voor de vrijheid op deze makro, meso en mikro-niveaus zullen verderzetten. In 1984, bijna veertig jaar geleden, heb ik het Ludwig von Mises opgestart, in 1994 heb ik de politieke club Nova Civitas opgericht en in 2010 zag Libera! het licht uit een fusie van Cassandra en Nova Civitas. Na zovele jaren vind ik dat het tijd wordt mijn leidinggevende functie door te geven aan de jongere generatie en in de zijlijn verder te werken aan de ontwikkeling en verspreiding van klassiek-liberale ideeën.

Ik heb gedurende de twaalf jaar in Libera! bijzonder goed en op aangename amicale wijze samengewerkt met het bestuur, de huidige bestuursleden Pieter Cleppe, Kristof Willekens, David Neyskens, Jan-Felix Nedée en Luc Rochtus en met alle vroegere bestuursleden. Mijn bijzondere dank gaat uit naar ondervoorzitter Vincent De Roeck die mij opvolgt als voorzitter en waarvan ik overtuigd ben dat hij de traditie van Libera! op een waardige en efficiënte wijze zal verderzetten.

Dames en heren,

In april 1923 schreef een beroemde Italiaanse politicus in het tijdschrift ‘Gerarchia’ (ik citeer in het Engels): ‘The truth is evident to all who are unblinded by dogmatism that men are tired of liberty’. De mensen zijn de vrijheid beu, aldus Benito Mussolini. Aan ons te bewijzen dat hij ongelijk heeft. Een Franse schrijver stelde ‘ Rien n’est éternel sauf chez les hommes courageux, le goût de la liberté’. (A. Salacrou, La Terre est Ronde). Aan de Liberanen om te bewijzen dat ze bij die moedigen behoren.

Ik dank u voor uw aandacht.

[begin]