12 okt 2021

Artikel: Gas is geopolitiek

0 Reacties

Als Europa aardgas kiest als tussenstap richting hernieuwbaarheid maakt het zichzelf strategisch zwak en economisch kwetsbaar. Gas is veel meer dan economie of ecologie: het is geopolitiek.

(Artikel door professor Marc De Vos, decaan aan de Macquarie University in Sydney, oprichter en bezieler van het Itinera Institute, en laureaat van de Prijs voor de Vrijheid 2019, zoals oorspronkelijk gepubliceerd in Trends van 14 oktober 2021.)

De prijsexplosie van aardgas op de drempel van de Europese winter baart zorgen. We beleven een samenloop van post-pandemische omstandigheden die de wereldwijde vraag naar aardgas doet pieken. Maar we beleven ook iets structureels: de eerste fase van de kanteling van het fossiele energiesysteem richting natuurlijk gas.

Het klimaatbeleid verschilt fors van land tot land, maar kent een gemene deler: aardgas. Iedereen wil hernieuwbare energie, maar het duurt nog even voordat zon, wind of water dat kunnen behappen. Terwijl de energiemix verduurzaamt, wordt gas het fossiele alternatief dat in verhouding minder broeikasgassen genereert. Wereldwijd zal gas steenkool inhalen tegen 2025, en olie tegen 2045. De vraag naar aardgas zal blijven versnellen. Gas wordt de nieuwe olie.

Het gastijdperk zal hopelijk een relatief kort intermezzo zijn op weg naar volledig hernieuwbare energie. Maar de realiteit anno 2021 is voor Europa de realiteit voor de komende twintig jaar. Net zoals voor olie, is Europa voor gas afhankelijk van invoer uit andere landen, vooral Rusland. Rusland, Iran en Qatar hebben samen meer dan de helft van de bekende gasreserves ter wereld. Terwijl olie Europa afhankelijk maakt van een kartel dictaturen uit het Midden-Oosten, maakt gas Europa afhankelijk van onfrisse regimes die graag Europees geld cashen maar niet aan onze zijde staan.

Gas is dus veel meer dan economie of ecologie: het is geopolitiek. Als Russisch gas nodig is om onze lampen te laten branden en onze bedrijven te laten draaien, dan krijg je afhankelijkheid van Rusland. Die afhankelijkheid is weliswaar wederzijds, omdat Rusland ons geld nodig heeft. Maar vermits de vraag naar aardgas zal blijven stijgen, vergroot de Europese en verkleint de Russische afhankelijkheid. Met hogere prijzen is de Russische begroting sneller gedekt. Met meer vraag dan aanbod heeft Rusland ook alternatieven.

Heeft Europa een alternatief dat niet erger is dan Rusland zelf? Vloeibaar aardgas kun je met speciale schepen aanvoeren, vanuit de Verenigde Staten, Qatar of Australië. Maar dat is complex, vergt infrastructuur en kost nog meer dan de aanvoer via pijpleidingen. Schaliegas van Europese bodem is technisch denkbaar, maar is blijkbaar politiek onmogelijk. Amerika dankt zijn status als internationale gasspeler juist aan de schaliegasrevolutie, die bovendien zijn uitstoot van broeikasgassen heeft gedrukt. In Europa werd schaliegas bij voorbaat als onwenselijk afgevoerd.

Europa wil of kan dus geen gasproducent zijn, en heeft zich als consument onderworpen aan een Europese energiemarkt. Dat lijkt naïef, wanneer schaarste hogere marktprijzen betekent. Maar de Europese energiemarkt beschermt ons tegen de gasgeopolitiek. Ze maakt de prijzen transparant, verzekert leveringen zonder binnengrenzen en verhindert gasnationalisme in Europa. Rusland zou graag landendeals maken en Europa verdelen, getuige de Nord Stream-gaspijpleiding. Europese marktprijzen zijn de prijs van een open Europese Unie. Nationale overheidsprijzen zijn concurrentievervalsing. Het is afwachten hoeveel Europese openheid de structurele gascrisis zal overleven.

Intussen is dit de waarheid: duurzaam is duur en spekt de kassen van niet-Europese landen. Als Europa aardgas kiest als tussenstap richting hernieuwbaarheid, maakt het zichzelf strategisch zwak en economisch kwetsbaar. Tegelijkertijd financiert het de corruptie en het autoritarisme van de regimes die ons van gas voorzien. Misschien wordt dat Europese geld toch beter besteed aan de eigen kernenergie die daarenboven veel minder broeikasgassen uitstoot?

[begin]