29 sep 2021

Artikel: China duldt geen vrijheden en verdiensten

0 Reacties

Zodra bedrijven te groot worden en ondernemers te rijk, bedreigen ze een eenpartijstaat die almachtig wil blijven over de samenleving.

(Artikel door professor Marc De Vos, decaan aan de Macquarie University in Sydney, oprichter en bezieler van het Itinera Institute, en laureaat van de Prijs voor de Vrijheid 2019, zoals oorspronkelijk gepubliceerd in NRC Handelsblad van 28 september 2021.)

Technologiereuzen, e-commerceplatforms, banken en FinTech, gezondheidszorgbedrijven, verzekeraars, privéscholen, producenten van auto’s, e-sigarettenmakers, Chinese bedrijven met internationale beursnotering, de gaming-industrie, karaokebars: de Chinese overheidsinterventie draait overuren. Vrijwel op elk terrein komt de overheid met strengere regels en perkt ze de vrijheden van bedrijven en burgers is. De duimschroeven gaan aan en de Communistische Partij maakt duidelijk wie er in China de baas is. Er is zelfs, naar aloude gewoonte, een heus vijfjarenplan voor in de maak.

In speeches predikt president Xi „gedeelde welvaart”. China is namelijk een paradox: een communistisch regime met een grotere inkomensongelijkheid, een lager overheidsbeslag en een kleinere sociale zekerheid dan het kapitalistische Amerika en bij uitbreiding het hele Westen. Nogal wat persstemmen oordelen dat China moedig machtsconcentraties in de economie en geldconcentraties in de samenleving confronteert, ten bate van een inclusievere maatschappij. China doet op zijn manier wat wij bij ons ook zouden moeten doen, in andere woorden.

De Chinese Communistische Partij onderneemt op dit moment vooral een bikkelharde oefening machtsconsolidatie en controle. Het communistische regime heeft lang zijn legitimiteit laten steunen op het verwezenlijken van welvaartsgroei voor de brede Chinese bevolking. Na veertig jaar economische groei en welvaartsopbouw, na meer dan een generatie van opwaartse mobiliteit, moet de partij haar alleenheerschappij handhaven tegen de alternatieve en diffuse machtsconcentraties die eigen zijn aan elke open en welvarende samenleving. Dat start bij de meritocratische elite van hardwerkende Chinezen die hun weinige en hard studerende kinderen via topscholen en studiebegeleiding klaarstomen voor geheid succes.

De Chinese partij heeft overal de curricula met regimepropaganda aangescherpt. Het businessmodel van onderwijs met winstoogmerk (vaak bijlessen) is met een simpele pennenstreek verboden. Dat dient mooie slogans, maar het wil vooral de vorming van een natuurlijke bovenlaag van hoogopgeleide families in de kiem smoren. Overal ter wereld vertraagt de sociale mobiliteit wanneer meerdere generaties van kansen, vrede, opvoeding, onderwijs, netwerken en kenniseconomie elkaar vinden. De wederopstanding van China in de afgelopen decennia heeft de randvoorwaarden voor een spontane en familiale elite geschapen. Maar voor de communisten, met hun diepgewortelde afkeer tegen de bourgeoisie, is dat een existentiële bedreiging. Het communisme duldt alleen de partij-elite.

Idem dito voor bedrijven en hun eigenaren. Het Chinese ‘bamboekapitalisme’ bestaat bij gratie van en ter wille van de Partij. Er zijn geen echte private bedrijven in China. Er zijn alleen bedrijven die zich inschalen in de politieke en ideologische agenda van het heersende regime. Die agenda is gediend met sterke technologiebedrijven, omdat technologie een instrument voor interne controle en voor internationale expansiepolitiek is. Die agenda is gebaat bij agressieve exportgroei, omdat dat de geopolitieke strategie dient. Die agenda is gebaat bij ondernemerschap, omdat daarmee de banen worden geschapen die de Chinese bevolking van bittere armoede naar middenklasse laat evolueren.

Maar zodra bedrijven te groot worden en ondernemers te rijk, vormen ze een bedreiging voor een staat die almachtig wil en moet blijven. Daarom wordt de macht van de staat gemobiliseerd om hen een kopje kleiner te maken, financieel, juridisch en soms zelfs letterlijk voor wie het te bont maakt volgens de courante partijmoraal. Wie in China een bedrijf wil exploiteren moet zich niet alleen onderwerpen aan de Chinese regulering. De prijs voor ondernemerschap in China is ook collaboratie met het Chinese regime, via industriële spionage, via ondersteuning van censuur of overheidscontrole, via lippendienst aan staatspropaganda, via investeringen in favoriete overheidsprojecten, via filantropische schenkingen aan staatsinitiatieven.

De intellectuele en culturele elite in China leeft al lang met censuur, partijcontrole, ballingschap of erger. De iconen van de Chinese pop-, tv- en internetcultuur zijn intussen opgejaagd wild voor de agitatoren van partijpropaganda die westerse schijn en kapitalistische glitter tot doelwit hebben verklaard. ‘Gedeelde welvaart’ rijmt met anti-amerikanisme. De cultuurstrijd is een voortzetting van de geopolitieke strijd tussen China en de VS.

Op korte termijn toont de immer meer totalitaire Xi ons het ware gelaat van het Chinese samenlevingsmodel. Op lange termijn ondermijnt hij de veerkracht en de innovatiekracht in diezelfde samenleving. Dat zal uiteindelijk China en dus ook zijn Communistische Partij zuur opbreken.

En de elite, die zal zichzelf uiteindelijk zoeken en vinden. Is het niet via private scholen of private bedrijven, dan is het wel anders. In de oorlog van de Partij tegen de elite verslaat de Partij uiteindelijk zichzelf, die les leren ons de totalitaire regimes van de vorige eeuw.

[begin]