29 jul 2021

Artikel: Het rommelt binnen de ECB

0 Reacties

Europese Centrale Bank wordt steeds creatiever in het vinden van excuses om de langetermijnrente te drukken.

(Dit artikel van Libera!-bestuurder Pieter Cleppe, hoofdredacteur van The Brussels Report, verscheen oorspronkelijk op 28 juli 2021 op de website BusinessAM.)

Afgelopen week keurde de Europese Centrale Bank haar zogenaamde nieuwe strategie in verband met de te volgen rentepolitiek goed. Binnen de Raad van Bestuur was hier heel wat onenigheid over, aangezien ECB-voorzitter Christine Lagarde haar ontwerp verschillende keren diende te herzien. Het was naar verluidt toch alweer twee jaar geleden dat er nog eens zo’n felle discussie binnen de ECB was.

Uiteindelijk keurde de bestuursraad het ontwerp wel goed, waarbij beslist werd om de lage rente zo lang aan te houden als nodig om de inflatie naar de doelstelling van 2 procent te brengen.

Daarbij moest Lagarde wel toegeven om een voornemen te schrappen om inflatie “op zijn minst” tot 2 procent te laten oplopen. Dit onder meer na een tussenkomst van Isabel Schnabel, één van de twee vertegenwoordigers van de Duitse Bundesbank binnen het ECB bestuur.

Duitsland en België staan op de rem

Die andere Duitse vertegenwoordiger, Bundesbank-voorzitter Jens Weidmann, stemde niettemin nog steeds tegen de uiteindelijke beslissing, net zoals zijn Belgische collega, Pierre Wunsch. Het is de eerste keer dat de voorzitter van de Nationale Bank van België, van MR-signatuur, zo fors uit de hoek komt, een heel contrast met zijn voorgangers Jan Smets (ooit als topambtenaar belast met de voorbereiding van de invoering van de euro), Luc Coene en Guy Quaden, die tot de “duiven” werden gerekend binnen het ECB-bestuur, om nog maar te zwijgen over de voormalige Belgische ECB hoofdeconoom Peter Praet. Desondanks waarschuwde die laatste – nu als oud-bestuurder – onlangs dat het al te makkelijk voortzetten van de goedkoopgeldpolitiek een omkering van het beleid des te pijnlijker zal maken, een gevoel dat hij ook deelt met de Belgische gouverneur Pierre Wunsch, beiden van MR-signatuur en oudgedienden op het kabinet van voormalig Minister van Financiën Didier Reynders.

Pierre Wunsch verduidelijkte zijn tegenstem na de vergadering verleden week als volgt: “Ik vind het niet geloofwaardig om een engagement aan te gaan dat erop neerkomt dat we op basis van onze eigen prognoses de komende vijf tot zes jaar de rente niet zullen verhogen. (…) Er is een risico dat politici zeggen dat ze niets moeten doen om de overheidsfinanciën te saneren. De rente langer laag houden kan ook een negatieve invloed hebben op de financiële stabiliteit.”

In feite zou het maar normaal mogen zijn dat de Belgische ECB-vertegenwoordiger zich verzet tegen wat neerkomt op een onteigening van spaarders. Een studie door Éric Dor, directeur economische studies van de managementschool Iéseg in Rijsel, toont aan dat van alle inwoners van de eurozone, de Belgische spaarder tussen 2004 en 2017 het minst verdiende op zijn spaarboekje, met name een reële negatieve rente van 2,03 procent, dit als gevolg van zowel de lage Belgische spaarrente als de relatief hoge inflatie. Sinds 2017 is er op dat vlak nog niet veel veranderd, maar niettemin is er nu pas, voor de eerste keer sinds de start van de euro in 1999, een bescheiden protest vanwege de Belgische vertegenwoordiger binnen de ECB te horen.

Twee procent jaarlijks waardeverlies is een bizarre doelstelling

Het is in de eerste plaats al gewoon bizar dat 2 procent jaarlijks waardeverlies van ons geld als een officiële doelstelling wordt naar voren geschoven door de Europese Centrale Bank. Oorspronkelijk was dit niet zo, en gold die 2 procent als een plafond dat vooral niet mocht worden overschreden.

Pas met het aanvaarden van het zogenaamde “inflation targeting” in 2003 werd beslist om dat ook als doelstelling te hanteren. Alsof er iemand is die aan zijn bankier of investeerder vraagt om toch maar 2 procent verlies per jaar te na te streven. Dat dit de schuldenaars – waaronder de vele spilzieke en met schulden overladen regeringen binnen de eurozone – goed uitkomt, zou duidelijk moeten zijn, maar het blijft verwonderlijk hoe weinig tegenstand er is tegen dit soort monetair beleid met grote gevolgen.

Nu waarschuwt Bundesbank-voorzitter Jens Weidmann in de Duitse pers zelfs voor een mogelijke “5 procent inflatie” in Duitsland tegen eind dit jaar. Ook Wunsch denkt dat “de opname van de kosten van door eigenaars bewoonde woningen in de index van consumptieprijzen de inflatie [zal] verhogen.” Het valt eigenlijk niet uit te leggen dat huizenprijzen nog niet in inflatieberekening zaten. Ook voedsel- en energieprijzen worden trouwens geweerd uit de berekening van “kerninflatie”, wat een andere voormalige Duitse top ECB’er, Jürgen Stark, tot de uitspraak verleidde dat “kerninflatie”, zogezegd minder volatiel, “enkel nuttig is voor zij die niet eten of zich niet verplaatsen”. Stark nam dan ook met luide trom ontslag bij de ECB in 2011, toen die een zoveelste stap te ver ging, weg van het oorspronkelijke ideaal om de waarde van de munt zo goed mogelijk te beschermen.

Econoom Geert Noels vat hierbij de echte bedoeling van het monetair beleid goed samen: “Het wordt tijd dat de ECB duidelijk de strategie meedeelt voor de volgende jaren: inflatie vrij spel geven, schuldbeladen landen daarmee helpen door wegsmelten van hun schuldenbergen, met als keerzijde wegsmelten spaargeld, koopkrachtverlies euro en huizenzeepbellen.”

De ECB laat steeds meer ruimte voor inflatie en komt ook met een heus “klimaatactieplan”

Eerder deze maand kwam de ECB trouwens met een aantal andere opzienbarende beslissingen naar buiten.

Ten eerste werd de inflatiedoelstelling naar boven bij gesteld naar “2 procent inflatie op middellange termijn”, wat iets meer ruimte laat voor inflatie dan de vorige doelstelling voor inflatie van “minder dan maar dicht bij 2 procent op middellange termijn”. Daarbij beweerde Lagarde wel niet zover te gaan als de Amerikaanse Federale Reserve om “gemiddeld 2 procent inflatie” na te streven, wat betekent dat periodes met lagere inflatie in het verleden kunnen worden gebruikt als rechtvaardiging voor hogere inflatie nu.

Ten tweede kwam de ECB echter met een heus eigen “klimaatactieplan”. Men kan zich afvragen of daar geen Verdragswijziging voor nodig is. Concreet houdt het in dat de ECB de volgende vier jaar een vergroening nastreeft in de selectie van obligaties die ze aankoopt op de secundaire markt. Ze zal voortaan enkel bedrijfsobligaties kopen van ondernemingen die “minstens de Europese wetgeving naleven die het klimaatakkoord van Parijs toepast”.

Dat de ECB private obligaties opkoopt – waarbij het dus met nieuwgedrukt geld de rentelast van specifieke ondernemingen naar beneden manipuleert – is iets wat op zich al bedenkelijk is voor een centrale bank. Zo is er in Japan meer en meer bezorgdheid over het feit dat de centrale bank de grootste investeerder in Japanse aandelen is geworden, wat natuurlijk nog verder gaat.

De ECB zal bovendien voortaan ook de klimaatrisico’s evalueren voor het onderpand dat private banken aan de ECB aanbieden in ruil voor goedkope financiering.

Besluit

Samengevat komt het er op neer dat de ECB steeds creatiever wordt in het vinden van excuses en methodes om de langetermijnrente te drukken, allemaal ter wille van de spilzieke regeringen binnen de eurozone, die er op die manier nog in slagen hun veel te hoge schuldenberg te herfinancieren.

Ooit beweerde de ECB – bij monde van toenmalig voorzitter Mario Draghi – dat die lage rente tijd zou moeten kopen voor regeringen om structurele hervormingen te gaan doen. Integendeel liet die lage rente toe om hervormingen maar uit te blijven stellen. Dan hoeven we niet eens naar landen als Italië te kijken. Als er één belangrijke reden is waarom er in ons land weinig tot niets wordt hervormd, is dit omdat het nu eenmaal niet nodig is om de economische groei aan te zwengelen om belastinginkomsten te genereren wanneer de Europese Centrale Bank maar steeds verder de eigen monetaire trukendoos opentrekt.

[begin]