23 jun 2021

Artikel: Minimumbelastingen voor ondernemingen en de vergeten dubbele dividendbelasting

0 Reacties

Multinationals zouden te weinig vennootschapsbelasting betalen. Is dat wel zo?

(Artikel van Libera!-lid Christian Floru.)

Bekijken we bij wijze van steekproef de jaarrekeningen van vier multinationale ondernemingen (Adidas, Engie, Nestle en Volkswagen) gedurende de periode 2017-2019, dan blijkt daaruit dat de gemiddelde wereldwijde vennootschapsbelasting 26.5% beliep. Door de regel worden vennootschappen belast in elk land waar ze een inrichting hebben. Volkswagen bijvoorbeeld, betaalde ongeveer 1/3 van zijn vennootschapsbelasting in Duitsland.

Nieuwe ondernemingen zijn ontstaan, die door de digitalisering wereldwijd kunnen opereren op een nooit eerder geziene schaal. Dat deze geen of weinig vennootschapsbelastingen betalen is wellicht een detail tegenover de monopolievorming en andere verregaande maatschappelijke gevolgen. Of de huidige intenties van de Oeso de problemen aanpakken gegenereerd door dit type ondernemingen, laat ik hier buiten beschouwing.

De vraag stelt zich of een faciaal tarief van 26.5%, of daaromtrent, voor een klassieke multinationale onderneming te laag is? Het tarief is in elk geval lager dan dat voor lokale en zeker voor kleine ondernemingen in die periode. Maar, evengoed zou men kunnen stellen dat overheden kleine ondernemingen te hoog belasten. Temeer daar forfaitaire taksen en kosten van administratieve verplichtingen in deze post niet opgenomen zijn, dewelke veel zwaarder doorwegen voor de KMO. De verplichting van een digitaal betaalsysteem bijvoorbeeld zijn boekhoudkundig kosten, hoewel dit als een belasting beschouwd kan worden.

Hoewel de personenbelasting een marginaal tarief van 50% kent (excl opcentiemen en sociale bijdragen) blijkt het gemiddelde tarief volgens de fiscale statistiek van de inkomensbelasting in 2018 (exclusief nihil-aangiften) 22.5% te bedragen.

Maar met het faciaal tarief van 26.5% vennootschapsbelasting is de kous niet af. Bij de uitkering aan de aandeelhouders wordt roerende voorheffing afgehouden, 30% in België. Betreft het een multinationale onderneming, eerst in het thuisland, vervolgens in België en dat alles zonder enige verrekening. Eertijds was in België, zoals in andere landen, wel een verrekening ingebouwd om niet twee keer hetzelfde te belasten. Daarom spreekt men van dubbele belasting op dividenden, bovenop de vennootschapsbelasting.

In onze voorbeelden gaat het om 26.8% voor Duitsland, 30% voor Frankrijk en 35% voor Zwitserland. Voor Zwitserland beliep de vennootschapsbelasting gemiddeld 23% in ons voorbeeld, te verminderen met de Zwitserse voorheffing van 35% en vervolgens de Belgische van 30%, hetzij 65% in totaal.

Nu zijn er een aantal landen, dewelke geen bronheffing innen, zoals het VK, Hongkong en Singapore. Logisch aangezien persoonlijke inkomsten normaliter belast worden in het land waar men woont. In dit geval betaalt de Belg de vennootschapsbelasting en de Belgische roerende voorheffing van 30%.

Met de meeste landen werden dubbelbelastingverdragen afgesloten. Om de dubbele belasting enigszins te verzachten wordt de bronheffing in het moederland dan meestal teruggebracht tot 15%. België heft dan bijkomend 30% op het restant.

Nederland bijvoorbeeld is daarin pragmatisch en heft standaard 15% bronheffing. In de Verenigde Staten en Canada wordt het dubbelbelastingverdrag, die de Amerikaanse bronheffing tot 15% beperkt, quasi automatisch toegepast voor Belgen. In alle andere Europese landen gelden andere administratieve procedures en andere formulieren. Jaarlijks opnieuw dient een attest van woonst bij de fiscus afgestempeld te worden, aangevuld met attesten van de bank, die daarvoor uiteraard haar kosten in rekening brengt. Dat voor elk aandeel, voor elk jaar in elk land. In Denemarken ligt het systeem intussen drie jaar plat, de Italiaanse of Spaanse instanties en procedures zijn zonder inschakeling van experten zelfs niet te bereiken. Tenzij voor wie over zeer aanzienlijke buitenlandse inkomsten beschikt is de kost groter dan de baat. De meeste dubbelbelastingverdragen worden dus de facto niet toegepast.

Het principe van ‘Rechtvaardige belastingen’ lijken wel een schaamlap voor de ijver waarmee overheden op zoek gaan naar nieuwe belastingen. De eenzijdige verontwaardiging contrastreert met de afwezigheid van enige ijver waar het om de rechten van de belastingplichtige en algemene rechtsprincipes gaat.

De Verenigde Staten bewijzen dat een eenvoudig systeem mogelijk is om het dubbelbelastingverdrag, ttz de dubbele belasting tot meestal 15% te beperken, toe te passen. Op die manier zou men het non bis in idem principe (wat al eens belast is kan niet opnieuw worden belast) dan gedeeltelijk honoreren.

Ongeveer 1 op 10 mensen houdt in België rechtstreeks aandelen aan, daarbovenop worden nog aandelen aangehouden in allerlei pensioenplannen, waarvan het pensioensparen en de groepsverzekering de voornaamste zijn. Ook de Belgische staat is gedupeerde, want op wat het buitenland te veel heeft geïnd kan zij geen 30% roerende voorheffing meer innen.

[begin]