26 jun 2021

Lezing: Laudatio Prijs voor de Vrijheid 2021

0 Reacties

Op zaterdag 26 juni 2021 reikte Libera! in de Priorij van Corsendonk (Oud-Turnhout) haar jaarlijkse Prijs voor de Vrijheid uit aan gezondheidseconoom Lieven Annemans. Op die gelegenheid sprak Siegfried Bracke, gewezen voorzitter van de Kamer van Volksvertegenwoordigers, deze lofrede uit.

Viro sapienti doctoque Lieven Annemans

Mijnheer de Voorzitter,
Professor Annemans,
Dames en heren,

Sta me toe met de deur in huis te vallen. Ik heb tamelijk grondig mijn huiswerk gemaakt, en – om het op Huysentruytse wijze te formuleren – wat hebben wij geleerd?

1. Je moet de mensen eerlijk informeren.
2. Je moet altijd het HELE plaatje zien.

Die twee dingen is Lieven Annemans de hele Coronacrisis lang blijven zeggen. Meer is het eigenlijk niet. En toch krijg je daar de Prijs van de Vrijheid voor. Dat is toch zeer merkwaardig…

Dames en heren, het is altijd interessant op statements de negatieproef toe te passen. Want in principe zijn alleen statements die die negatieproef doorstaan interessant. Ik verklaar mij nader: alleen als het omgekeerde van wat wordt beweerd, óók verdedigbaar of denkbaar of aanvaardbaar is, pas dan is het statement de moeite waard. Ik hoef u dat niet uit te leggen: iedereen is voor de vrede, niemand is voor de oorlog. En dus is zeggen: ik ben voor de vrede, niet echt serieus.

Laat ik dat meteen toepassen op de twee boodschappen van Annemans.

1. ‘Je moet de mensen eerlijk informeren.’ Is daar iemand tegen? Is er iemand die zegt dat je de mensen on-eerlijk moet informeren? Dat je ze beter iets wijs maakt?
2. ‘Je moet altijd het hele plaatje zien’. Hier geldt hetzelfde: geen zinnig mens zal zeggen dat een halve waarheid ruim voldoende is.

En toch, dames en heren, krijgt Lieven Annemans dus van denktank Libera! de Prijs voor de Vrijheid. En geheel terecht; ik zou hier anders niet staan.

Omdat hij – lees ik; citaat – ‘in leven en werk de waarden van het klassiek liberalisme en de waarden van een vrije samenleving heeft uitgedragen.’ Einde citaat.

En dus, professor Annemans, om het met de woorden van bekende én geleerde medemensen te zeggen: ‘Proficiat met uw Tweede Golf-prijs!’ U, ‘de notoire twijfelaar’, U, ‘de levensgevaarlijke stoorzender’, U, ‘het academisch dwaallicht’, U, ‘de corona-ontkenner’, U, ‘de Leider van de Versoepelbrigade’, U, ‘de clown tussen acrobaten en leeuwentemmers’, van harte gefeliciteerd.

Woorden van bekende medemensen, dames en heren, aan wie ik toch de lectuur van On Liberty van John Stuart Mill moet aanraden – het is een klassieker, maar misschien moeten we die ook eens lezen. Al was het maar om te zien hoe modern, ja zelfs actueel dat is. Dik 100 jaar voor mei 68 kan je daar lezen hoe Mill als progressieve liberaal conventie en vooral conformisme radicaal verwerpt.

In mei 68 was dat tegen de dwingelandij van onze Moeder de Heilige Kerk, bij Mill tegen de al even beknellende Victoriaanse moraal.

Hij zet overigens ook het dezer dagen alom gehanteerde begrip diversiteit in een mijns inziens interessant perspectief, het enige dat Mijns inziens écht telt: de diversiteit namelijk van meningen.

Soms denk ik wel eens dat in de samenleving van vandaag naarmate de diversiteit in geslacht, ras of religie toeneemt, de diversiteit in meningen almaar minder getolereerd wordt. Dit geheel terzijde.

Maar Mill dus, die die diversiteit aan meningen niet alleen als principe belangrijk vindt. Hij ziet die ook als motor van vooruitgang, als antidotum voor stilstand. We worden daar dus beter, ja zelfs rijker van, om het simpel te zeggen.

En – ik keer terug naar onze laureaat – wat lees ik in L’Echo in februari van dit jaar. Lieven Annemans, staat er, ‘il subit une mise à mort médiatique d’une violence inouïe pour avoir remis en cause la vision dominante.’ Let u vooral op de woorden ‘violence inouïe’, onuitgegeven geweld.

Het zijn de woorden die ik ook bij psychiater De Wachter terugvindt, twee maand later. Ik citeer: ‘Ik merk dat mensen die geprobeerd hebben een voorzichtige dialoog te starten [eigenlijk dus over de vraag om het HELE plaatje te bekijken] nogal zwaar aangepakt worden. Ik vind dat professor Lieven Annemans toch wel fors gedefenestreerd is. Ik vraag mij af of dit niet professioneler kon worden aangepakt’. (Einde citaat – Waarbij dat laatste, neem ik aan, slaat op de professionele aanpak van de dialoog, en niet op de defenestratie..)

Ook psycholoog Wouter Duyck heeft het over die defenestratie en – dat is zeer interessant – hij merkt op dat tegelijk alles waarvoor Annemans staat méé door het venster is gegooid. En nu komt het: (citaat) ‘Terwijl zijn vakgebied, de gezondheidseconomie, nooit belangrijker was dan op dit ogenblik. Bij elke maatregel die je vandaag neemt, moet je je ook afvragen wat die kost aan de samenleving. Ik begrijp niet dat andere gezondheidseconomen niet in dat gat zijn gesprongen.’ (Einde citaat)

Het antwoord op dat laatste is simpel: niet iedereen is even moedig, en ook academici zijn maar mensen. En die violence inouï, dat zien die natuurlijk ook.

U, professor Annemans, heeft dus die moed wél gehad. En dat verklaart onder meer waarom u hier op de eerste rij zit.

Het zal een beetje gek klinken maar ik heb mij afgevraagd of er een goede reden te bedenken zou zijn om iemand te defenestreren. Wanneer gooi je iemand uit het raam? … Ik kan maar op één ding komen: dat kan je alleen maar doen van de schrik. Het is een laat ons zeggen radicale ingreep om van die schrik af te komen. Weg daarmee! Foert! Eruit!

Maar dan komt de volgende vraag, en nu toegepast op wat ons hier bezighoudt: waarom zou je in een intellectueel, maatschappelijk debat schrik hebben van iemand waarvan je denkt dat die zich mateloos vergist? Ook dat staat bij Mill: heb geen schrik, weerleg gewoon de foute argumenten.

Meer zelfs, zegt Mill. Je zou eigenlijk blij moeten zijn dat iemand de discussie aangaat. Want, staat er, ‘however true it may be, IF it’s not fully, frequently and fearlessly discussed, it will be held as a dead dogma, not a living truth.’

Het is overigens – en wees gerust: het is de laatste keer dat ik Mill ga citeren – het is voor Mill de enige manier om vertrouwen te krijgen. Een mens krijgt maar écht vertrouwen ‘because he has kept his mind open to criticism of his opinions and conduct. Because it has been his practice to listen to all that could be said against him… Because he has felt, that the only way in which a human being can make some approach to knowing the whole of a subject – [hier is het weer, dat HELE plaatje van Annemans > the only way dus to knowing the whole of a subject], is by hearing what can be said about it by persons of every variety of opinion, and studying all modes in which it can be looked at by every character of mind. NO WISE MAN EVER ACQUIRED HIS WISDOM IN ANY MODE BUT THIS…’

Maar dat geldt niet voor virologen, commonly known als ‘de experts’. Want academici (maar ook alle andere mensen) verdienen uiteraard respect. Maar respect dat omslaat in voortdurende aanbidding is maatschappelijk en moreel altijd verschrikkelijk fout. Al wie zich tegen die idolatrie verzet, krijgt daardoor vandaag een stukje van deze Prijs voor de Vrijheid.

Het is overigens onvoorstelbaar hoeveel fouten onze experts hebben gemaakt, met Mijn Vriend de bekende Grootviroloog op kop. Zoals onderzoeksjournalist Jeroen Bossaert van Het Laatste Nieuws al begin dit jaar opmerkte: ‘Als het om ministers ging, dan stonden alle kranten vol. Nu blijft het stil, want het gaat om de Experten.’ Einde citaat.

Wanneer komt er op een zender een filmpje waarin je Mijn Vriend de Grootviroloog eind februari 2020 ziet zeggen dat het Wuhan virus ook maar is wat het is. Dat er veel meer mensen dood gaan aan HIV, malaria, griep of tuberculose. En dat alle slachtoffers allemaal even dood zijn.

Een filmpje waarin je ziet dat je eind februari van Mijn Vriend de Grootviroloog nog gerust mag gaan skiën, en hooguit een beetje voorzichtig moet zijn met al te grote groepen mensen. En dat er geen reden is tot paniek. Mondmaskers dragen, dat vindt hij om te lachen.

En toch moet ook en nog altijd in datzelfde filmpje getoond worden dat hij rond diezelfde tijd een bocht heeft genomen. Voortschrijdend inzicht, zal u zeggen. Natuurlijk, dat kan, het wijst op nadenken. Alleen – vergeef mij de vraag – voortschrijdend inzicht, kan dat van de ene dag op de andere? Kan dat met de snelheid van de bliksemschicht die de Romein Saulus trof op weg naar Damascus, en van hem – letterlijk op slag – de apostel Paulus maakt. Is er een verschil tussen inzicht en bekering?

Nog altijd in datzelfde filmpje komt er daarna een scene die beschreven wordt in De Standaard van 28 februari van vorig jaar waarbij er – ik citeer – ‘een vreugdedansje’ plaatsvindt als in het labo van Mijn Vriend de Grootviroloog de eerste patiënt met corona wordt getraceerd.

Het filmpje toont ook een citaat van de Franstalige artsenkrant. ‘Par un tour de passe-passe dont la Flandre a le secret, il – Mijn Vriend de Grootviroloog dus – il obtient en début de pandémie que son laboratoire à l’UZ Leuven (il en est le chef de service) obtienne le monopole des tests’.

En dan laten we zien dat er daar capaciteitsproblemen zijn, er kan niet genoeg worden getest, met alle gevolgen van dien. En dan komt professor Goosens van Antwerpen die pleit voor méér labo’s. Maar Mijn Vriend de Grootviroloog zegt dat dat niet kan, want, zegt hij, er zijn wereldwijd te weinig reagentia. En Goossens antwoordt dat hij die nochtans met bakken in Antwerpen heeft staan. Begrijpe wie kan.

Begrijpe wie kan ook als blijkt – ik lees dat in Le Journal du Médecin van 10 september – dat het labo van Leuven een bijkomend toestel koopt om het aantal testen te kunnen verdubbelen. Ondanks het wereldwijd gebrek aan reagentia dus.

Dames en heren, ik ben een trouwe nieuwskijker. Maar ik heb dat filmpje nooit gezien. Het zou nochtans een uitstekend vertrekpunt zijn voor een kritisch gesprek. Maar niets daarvan. Naast het monopolie in de labo’s was er ook een monopolie over de communicatie.

‘Crisiscommunicatie is mijn hobby,’ zegt Mijn Vriend de Grootviroloog. Hij is er ook steengoed in. Al eerder heeft hij helder en geestig uitgelegd wat je moet doen om de hele communicatie in handen te krijgen. Om al die dwaze journalisten naar je hand te zetten.

En jawel, de media dansen naar zijn pijpen. Maandenlang. Jammer maar helaas voor diegenen die vinden dat je van de vierde macht in een democratie beter kan verwachten.

Pas wanneer Stefaan Walgrave van de UA gewoon de optelling maakt over de dominante positie van de virologen en de vergelijking maakt met de staatsmedia in China, Rusland of Venezuela, pas dan, we zijn intussen april 2021, meer dan een vol jaar later, pas dan beseft men dat er misschien een probleem is. En dan zie je trouwens – dat is geestig – in de curve van Walgrave over de virologenoptredens ook een knik: they flatten the virologists… Maar de schade was toen al lang aangericht.

En Lieven Annemans had niet meer gedaan dan gevraagd of de cijfers wel klopten? Of de bewust gecreëerde pandemie van angst, depressie, armoede en eenzaamheid niet óók haar rol speelde? Of de remedies niet tegelijk de kwaal konden zijn?

Hij was overigens niet alleen. Er was ook de hoofdredacteur van The Lancet, die gewoon zei wat Annemans zei.

Er was ook communicatie-professional Jan Callebaut die toen Mijn Vriend de Grootviroloog gewaarschuwd had voor een ramp, erop wees dat de angst had afgedaan, en dat door de wirwar van regeltjes en verboden iedereen het spoor bijster ging zijn.

Er was Reginald Morreels die in Oost-Congo had gezien dat door eenzijdige maatregelen tegen ebola de zorg voor andere zieken werd verwaarloosd. Met alle gevolgen van dien.

Er was de Brusselse professor Ariane Bazan die erop wees hoe belangrijk het is dat mensen het belangrijk vinden dat ze van de overheid beter geen onnozele regels krijgen, maar wel vertrouwen. En dat mensen niet de indruk mogen krijgen dat dissidente meningen niet mogen, want dat wekt wantrouwen.

Er was Johan Vande Lanotte – je kan over de man van alles aanmerken, maar je kan bezwaarlijk zeggen dat het een domoor is – ook hij zei dat er naar de verkeerde cijfers werd gekeken. Hij wees op alle foute voorspellingen van de experts: moederdag, de betoging van Black Lives Matter, de weigering van Brussel om een avondklok in te voeren, we gingen dat allemaal uitbundig terugvinden in de statistieken. Niets daarvan is gebleken.
In een beschaafd land van de 21ste eeuw zou je veronderstellen dat de Vierde Macht dat opmerkt. Niet dus. Soms gingen de cijfers uitgerekend de andere kant op dan was voorspeld. Maar we werden collectief verondersteld daar over te kijken.

In de woorden van Vande Lanotte: (citaat) ‘Er zijn experts die al tien keer hebben aangekondigd dat de wereld zal vergaan. Maar de mensen geloven dat niet meer. Het feit dat er dagelijks 60 ziekenhuisopnames zijn en 3 of 4 mensen sterven. Dat is zorgelijk, er zijn maatregelen nodig die iedereen bereiken. Maar er is geen reden tot paniek.’ Einde citaat uit Knack van 30 september 2020.

Johan Vande Lanotte over het verschil tussen the living truth en the dead dogma.

Dat is stukken straffer dan wat Lieven Annemans en 36 anderen een maand eerder hadden aangebracht in hun zogeheten ‘manifest om paniekvoetbal te vermijden’. Want dat was een beleefd pleidooi voor het hele plaatje, voor proportionaliteit, voor het primaat van de politiek, voor solidariteit, voor eerlijke en evenwichtige informatie, voor wetenschappelijkheid zelfs.

37 mensen van enige naam en faam vragen dat. Het wordt prompt en vooral hard genegeerd. Dat is zeer, zeer bevreemdend.

Natuurlijk.. Lieven Annemans heeft fouten gemaakt. Hij heeft het zelf overigens wel tien keer gezegd. Ik heb gelezen dat hij mediatraining heeft gekregen van Wim De Vilder.. Niet dat er een bewezen causaal verband is, maar laat ik toch zeggen dat je met mediatrainers toch moet uitkijken. Ze zijn echt niet allemaal goed.

De fout van Annemans – ik weet dat dit een laudatio is, en dus ga ik er niet te lang bij stilstaan – maar de les die we daaruit moeten leren is dat ook als je een mooi, begrijpelijk en evenwichtig manifest hebt geschreven, je niet zo maar de studio kan induiken, zonder uitgebreid huiswerk. Je moet én zinnetjes hebben die pakken, die als een mes door de boter snijden. Én daar bovenop moet je alle mogelijke opwerpingen doornemen, en daar al even scherpe antwoorden op formuleren. Liefst in 12 seconden. Als het moet twintig. En ja, daar is het dus misgegaan.

Maar ik heb het allemaal eens herbekeken: dat valt bij nader toezien eigenlijk allemaal zeer mee. Annemans legt er bijvoorbeeld glashelder uit waarom strenge maatregelen eigenlijk niets bewijzen. Want als ondanks die maatregelen het aantal doden toch fel stijgt – wat we dus allemaal hebben gezien en meegemaakt – dan zeg je dat je kennelijk niet streng genoeg bent geweest.

En als er minder doden zijn kan je zeggen dat het uitgerekend dankzij die maatregelen is. Altijd prijs, altijd gewonnen.

En toch kwam er dus ‘une mise à mort médiatique d’une violence inouïe’. Het is opvallend dat kort nadien een columniste wél, en talloze journalisten niét zien wat er gebeurt. Julie Cafmeyer schrijft in De Morgen na die fameuze aflevering van De Afspraak: ‘Door vragen te stellen blijkt Annemans in de taboesfeer te zitten.’

Dames en heren, beseffen we wel wat daar staat? Ik heb altijd en overal bestreden dat er zoiets bestond als wat sommigen ‘de regimepers’ noemen. Ik vond en vind dat nog altijd een beetje plat, goedkoop, ongenuanceerd, enz… Maar ik moet toegeven dat dat geen makkelijk of evident standpunt meer is. Swat.

Dames en heren, ik zei dat ik mijn huiswerk heb gemaakt. Wat mij opviel en wat ik u zeker moet signaleren is dat Lieven Annemans bij ons echt de allereerste was die een kritisch geluid liet horen over de aanpak van de pandemie. Al op 31 maart 2020. Nog geen drie weken dus na het begin van de eerste lockdown.

Een opiniestuk in De Tijd. Hij schaart zich daar overigens wel achter de maatregelen, maar stelt – dan al ! – de vraag over de maatschappelijke kost. Dan al heeft hij het over de kost van onzekerheid, angst en stijgende armoede. Daarom zit hij hier. Hij was de eerste.

Maar er is meer. Eigenlijk zit hij daarmee compleet in de lijn van zijn eerder werk als gezondheidseconoom. Ook professor huisartsengeneeskunde Jan De Maeseneer zegt het – en ja, ook over De Maeseneer valt er wel wat te zeggen, maar ook hij is beslist geen domoor. De Maeseneer zegt over het wetenschappelijk werk van Annemans: ‘Hij was zijn tijd vooruit. Naast de kosten [van de gezondheidszorg] plaatste hij waarden als sociale rechtvaardigheid, toegankelijkheid, kwaliteit van leven en autonomie.’ En hij voegt eraan toe: ‘Zijn populariteit stijgt, behalve in de academische wereld, waar hij het verwijt krijgt – vooral achter zijn rug – te veel te simplificeren en te graag het grote publiek te willen bespelen.’ (Einde citaat)

Dames en heren, dat laatste is zeer bekende kritiek. Wie iets simpel uitlegt, is verdacht; de mensen zouden het namelijk wel eens kunnen begrijpen.

En – alweer – Johan Vande Lanotte heeft ooit gezegd dat als je geen argumenten meer hebt om de tegenstrever tegen te spreken, dat je hem dan moet beschuldigen van populisme.

Anders gezegd, professor Annemans: trek het u niet aan. Doe gewoon voort.

Want wie u beluistert of leest, ziet eigenlijk vrij snel dat u het inderdaad heeft over het hele plaatje van de gezondheidszorg, en dat dat zelfs vanuit het pure kostenperspectief een voordelige benadering is.

U heeft erop gewezen dat ons systeem niet meer is wat het ooit heeft willen zijn, dat er gemorst en verspild wordt te allen kante, dat het systeem ook zo vast zit als de rest van het land, en dat als gevolg van dat alles de privatisering toeneemt. Met als gevolg toenemende kosten, ook voor mensen die het eigenlijk niet kunnen betalen, of anders gezegd: een gezondheidszorg met twee snelheden; een goede én een betere.

Ik vat samen: u heeft helder aangetoond dat het een mens eigenlijk niet verboden zou mogen worden zijn verstand te gebruiken. Alleen is dat zoals in de politiek, waar – dat staat in de memoires van Frans Van Cauwelaert – drie wetten het spel beheersen:

Je moet het heel goed uitleggen EN Je zal het bovendien moeten BLIJVEN zeggen. En we zullen met genoeg moeten zijn om finaal niet alleen gelijk te hebben maar ook gelijk te halen..

Maar laat u dus niet doen. What doesn’t kill you, makes you stronger. U kent dat. Doe voort en blijf minstens zo bescheiden als ik. U verdient het: vous êtes inouï.

En er is nog iets. Wat ik niet wist, maar wat ik u zeker óók wil melden. Professor Annemans, dames en heren, is – dat weten velen – ook sportief (tot zo ver niets echt aan de hand), maar – nu komt het – hij maakt ook muziek. Hij zingt en speelt piano in de pop- en jazzacademie in Grimbergen. En dat is écht interessant. Want u weet het, dames en heren: wo mann singt, da lass dich ruhig nieder, böse Menschen haben keine Lieder.

Ik dank u voor uw aandacht.

[begin]