21 apr 2021

Artikel: Antigone in Middelkerke

0 Reacties

Boudewijn Bouckaert‘Hoe meer wetten, hoe minder rechtvaardigheid’ – Marcus Tullius Cicero.

(Dit artikel van Libera!-voorzitter Boudewijn Bouckaert werd oorspronkelijk op 21 april 2021 gepubliceerd op de website Doorbraak.be.)

Wie kent er nog het prachtige drama van Sophocles, Antigone? Zou dit nog tot de eindtermen behoren? Voor de post-humaniora-lezers herhaal ik nog eens de plot van dit oud-Griekse verhaal. De broer van prinses Antigone, Polynicos was gesneuveld bij een aanval op Thebe (Griekenland). Creoon, de machthebber in Thebe, vaardigde een Ministerieel Besluit uit waarin werd bepaald dat het lichaam van Polynicos begraven noch gecremeerd mocht worden. Zijn lijk moest, in het algemeen belang en ter afschrikking, rotten op de openbare weg. Antigone negeerde het verbod en begroef haar broer, zoals het de gewoonte was. Creoon veroordeelde haar hiervoor tot levend begraven worden. Om dit lot te vermijden pleegde Antigone zelfmoord.

Met dit drama werd in de westerse politieke cultuur een debat geopend dat tot op heden voortduurt en op de terrassen van Middelkerke op 1 mei tot een tastbaar conflict kan leiden. Het recht om op een decente wijze begraven te worden steunt, aldus Antigone, op goddelijke wetten die boven de politieke beslissingen van de heersers staan. Creoon beroept zich op zijn legitiem gezag om orde en veiligheid in de ‘polis’ te verzekeren.

Natuurrecht boven de wet: een westerse traditie

De opvatting dat het politiek gezag niet onbegrensd is en dat wetten van heersers kunnen getoetst worden aan supra-positieve rechtsbeginselen ontrolt zich verder als een rode draad doorheen het rechtsdenken in onze westerse geschiedenis.

Cicero, de Romeins-republikeinse politicus, hield voor dat het ius naturalis (het natuurrecht) aangeboren is aan alle mensen en dat de positieve wetten zich daaraan moesten schikken. Op basis hiervan verklaarde hij in zijn beroemde redes (de Philippica) dat Antonius een tiran was, wat hij met de dood moest bekopen.

Thomas van Aquino, de middeleeuwse toptheoloog van het christendom, stelde dat de wetten van politieke autoriteiten (lex posita) ondergeschikt waren aan de lex naturalis die God in de werkelijkheid had gelegd en dat tegenstrijdigheid tussen de ‘lex posita’ en ‘lex naturalis’ een recht op weerstand vanwege de burgers kon verrechtvaardigen. Een recht op weerstand, waarvan zijn weliswaar op een spaarzame en voorzichtige wijze moesten gebruik maken.

Brabantse Blyde Inkomst

In onze middeleeuwse charters, zoals de beroemde Brabantse Blyde Inkomst, staat uitdrukkelijk dat wanneer de heerser zich niet aan zijn verplichtingen houdt, de burgers hem niet meer hoeven te gehoorzamen. En in het beroemde Placaet van Verlatinghe van 1581 acht de Nederlandse Staten-Generaal zich juist om die reden ontslagen van gehoorzaamheid aan de Spaanse koning.

In de zeventiende en achttiende eeuw stellen sociaal-contract-filosofen zoals John Locke dat, mochten we ‘from scratch’ het politiek gezag mogen opbouwen, we voor elke mens onaantastbare natuurlijke rechten zoals persoonlijke vrijheid en eigendom zouden voorzien. Dat werd doorgetrokken in de Franse revolutionaire grondwetten waarin een ‘droit à la résistance’ tegen illegitiem politiek gezag werd geproclameerd.

Er loopt dus een rode draad doorheen de westerse rechtsfilosofie: het gezag van politieke heersers is onbeperkt noch onvoorwaardelijk. Hun wetten en bevelen moeten overeenstemmen met hogere beginselen van rede en rechtvaardigheid, zo niet heeft de burger een recht op ongehoorzaamheid en politiek verzet.

Alleen de staat bepaalt wat recht is

Eind negentiende eeuw en begin twintigste eeuw werd, met de opkomst van etatistische utopieën, deze traditie losgelaten. In de rechtswetenschap triomfeerde de visie van de Oostenrijker Hans Kelsen, die voorhield dat de hoedanigheid van iets als recht niet afhing van de inhoud maar van de afkomst. Een regel uitgevaardigd door een legitieme politieke autoriteit was recht, om het even wat erin stond. Natuurrecht en suprapositief recht waren niet meer dan moreel gezwets.

Na de Tweede Wereldoorlog stelde de vroegere Duitse minister van Justitie Gustav Radbruch dat de enge positivistische visie van Kelsen op het recht veel had bijgedragen aan de slaafse houding van juristen tegenover het nazibewind. De rassenwetten bijvoorbeeld waren immers legitiem, want gestemd door de Reichstag, niet toch? ‘De rechtswetenschap moet, aldus Radbruch, zich opnieuw bezinnen op de eeuwenoude, gemeenschappelijke wijsheid van de antieken, van de christelijke middeleeuwen en van het tijdperk van de verlichting, dat er een hoger recht dan de wet bestaat: een natuurrecht, een goddelijk recht, een redelijk recht, kortom een bovenwettelijk recht.’ De ‘Radbruch-formule’ diende als rechtsbasis in de processen tegen de nazi- en stasi-kopstukken in Duitsland. Had men de visie van Kelsen toegepast, dan zouden die loyale wetstoepassers meestal vrijuit zijn gegaan.

De terrassenstrijd: gezag tegen rede

Staan op de terrassen van Middelkerke Antigone/Radbruch enerzijds en Creoon/Kelsen anderzijds weerom tegenover elkaar?

Uiteraard niet wat de omvang van het probleem betreft. Het betreft hier geen massamoorden en totalitaire praktijken zoals onder het nationaalsocialisme of communisme. Inzake formele structuur van de argumenten van beide kampen is er wel een gelijkenis. De Vivaldi-top en ondergeschikte Feldwebels zoals provinciegouverneur De Caluwé beroepen zich op de legitimiteit van de autoriteit die de maatregel nam. Dat het verbieden van terrassen op 1 mei misschien wetenschappelijke onzin is, is van geen belang: het staat in het Staatsblad en Befehl ist Befehl.

De iconische burgervader van Middelkerke roept daarentegen het basisrecht van individuele vrijheid en eigendom in en de regel dat beperkingen daaraan slechts kunnen gebeuren wanneer daar een redelijke basis voor is. Die is er niet, derhalve is het verbod op het openen van terrassen inhoudelijk illegitiem en mag het in de zeewind geslagen worden.

Lange traditie achter zich

Would-be virocraat Van Ranst en de hoofdredacteuren van de kwaliteit-staatsbladen doen Jean-Marie Dedecker af als een op aandacht beluste populist, die de coronacrisis misbruikt om zichzelf in het zonnetje te zetten. Dat is wat te gemakkelijk. Je zou het zo nog niet verwachten, maar Dedecker heeft een lange traditie van Griekse toneelschrijvers, Romeinse oratoren, christelijke theologen, middeleeuwse charters, liberale filosofen en anti-totalitaire juristen achter zich. Worden de terrassen van Middelkerke het theater voor de clash tussen gezag en rede?

[begin]