12 mei 2020

Artikel: Fiscale hervorming moet nieuw sociaal contract inhouden

0 Reacties

Het heeft heel wat voeten in de aarde gehad, maar de Afdeling Fiscaliteit en Parafiscaliteit van de Hoge Raad van Financiën heeft haar werkstuk klaar over een mogelijke verlaging van de belasting op arbeid en hoe die verlaging gefinancierd kan worden. Wie zat te wachten op een blauwdruk voor een fiscaliteit die het onevenwicht herstelt tussen wat de overheid neemt en wat de overheid geeft, lijkt bedrogen uit te komen.

(Dit artikel van Libera!-bestuurder Kristof Willekens, onafhankelijk expert fiscaliteit en ondernemerszaken, verscheen oorspronkelijk op 12 mei 2020 in Trends.)

Het rapport van de Hoge Raad geeft de indruk dat men zich heeft beperkt tot het inventariseren van de schalen en tarieven in de personenbelasting, en van alle verminderingen, vrijstellingen en uitzonderingen, zonder zich af te vragen wat de bestaansreden van dat alles is. Wie van slechte wil is, zou de belastingbetaler de schuld kunnen geven van onze scheefgetrokken personenbelasting. Het meerderheidstandpunt binnen de Hoge Raad heeft het zo goed als zeker zo niet bedoeld.

Enkele voorbeelden:

– Het loonplafond bij de pensioenen: wie meer verdient én dus meer persoonlijke sociale bijdrage betaalt dan het loonplafond, ziet zijn pensioen afgetopt. Tel daar de hoge belastingdruk op arbeid en de nog altijd aanzienlijke werkgeversbijdrage bij, en ieder weldenkend mens begrijpt waarom ook veel werknemers een extralegaal voordeel verkiezen boven meer brutoloon.

Moet het verbazen dat door dit mechanisme de tweede en derde pijler in de pensioenen het levenslicht zagen om dit koopkrachtverlies na pensionering op te vangen? Gesteund door een overheid die de opbrengst niet progressief maar afzonderlijk belast? Of de explosie aan extralegale nettovoordelen?

– De toen nog voornamelijk federale overheid besliste ergens in de jaren 80 om een aftrek in de personenbelasting voor het woon-werkverkeer in te voeren. De voornaamste drijfweer was niet het verlagen van de belastingdruk, maar het feit dat de overheid geen geld had om te investeren in het openbaar vervoer. Omdat er in die tijd nog geen files waren, leek het stimuleren van het autogebruik voor het woon-werkverkeer een winwinsituatie: de overheid moest niet investeren en de belastingplichtige kon de kosten voor het autorijden van en naar het werk fiscaal inbrengen. De zo vervloekte bedrijfs-en salariswagens zijn de moderne variant van deze aftrek.

– De accijnzen op autobrandstoffen zijn heel hoog, maar die op huisbrandolie heel laag. Een sociale maatregel.

– De talrijke sociale en culturele vrijstellingen in de btw zijn een gevolg van politieke keuzes, nationaal of op supranationaal.

Laat Robin Hood maar in de literatuur

Robin Hood stal van de echte rijken en gaf aan de armen. Het komt erop aan een belastinghervorming te vermijden die hetzelfde doet met de middenklasse. Dat is ook het voorbehoud dat het minderheidsstandpunt maakt bij het advies van de Hoge Raad: er is veel te zeggen voor een vereenvoudiging van de personenbelasting, maar als je de uitzonderingen schrapt en de verlaging van de tarieven en/of de verbreding van de belastingschalen verdeelt over alle belastingplichtigen, betekent dat gewoon dat zowat 10 tot 20 procent van de inkomens veel meer zullen betalen en de rest een beetje minder.

Voor de draagkracht van ons belastingstelsel zal dat een enorme klap betekenen. Veel meer mensen zullen met nog meer tegenzin bijdragen.

Hoe moet het dan wel?

Elke verbouwing van onze fiscaliteit die geen loutere belastingverhoging wordt voor de middenklasse maar een echte morele reset, vraagt om minstens een kwartet simultane ingrepen:

– Een kerntakendebat voor de overheden, met als resultaat een duidelijke bevoegdheidsverdeling en een bijzondere financieringswet die daarop afgestemd is. Door een hervorming van de bijzondere financieringswet maken we de overheden in ons land zo veel mogelijk verantwoordelijk voor hun eigen inkomsten. Duurzame belastinginkomsten worden voorbehouden voor het financieren van kerntaken waarbij de kwaliteit van de return wordt opgetrokken (bijvoorbeeld justitie en mobiliteit).

– Hervorming van de pensioenen: de huidige toestand komt de facto neer op een wettelijk basispensioen aangevuld met een tweede en derde pijler, maar met de onrechtvaardigheid van het loonplafond. Ofwel betekent een begrensd wettelijk pensioen begrensde werknemersbijdragen, ofwel verdwijnt het loonplafond en blijven de werknemersbijdragen onbegrensd. Deze laatste optie lijkt gezien de toestand van de overheidsfinanciën en de weerslag op de werkgelegenheid en de toegevoegde waarde in de verzekeringssector weinig zinvol.

– Meer overheidsinvesteringen, minder ambtenaren op de ene plaats en meer ambtenaren op de andere plaats. Justitie, het wegennet, openbaar vervoer, sociale woningen, defensie, welzijnsvoorzieningen,… de lijst van departementen die het slachtoffer zijn van chronische onderinvesteringen en onderbemanning is eindeloos. We krijgen te weinig waar voor ons geld.

– Geen fiscale privileges meer. Je hoeft niet links te zijn om de wenkbrauwen te fronsen als bedrijven of sectoren die behalve werkgeversbijdragen weinig tot geen belastingen betalen, plots coronasteun vragen aan de overheid. Er moet met de kam door de vrijstellingen voor bedrijven gegaan worden, net als bij die voor sociale en culturele organisaties. En hetzelfde geldt voor bepaalde groepen van individuele belastingplichten die er een persoonlijk levensdoel van maken om het draagkrachtprincipe onderuit te halen.

Epiloog

Wie de begroting wil dienen, kan de inventaris van het advies van de Hoge Raad erbij nemen en de daad bij het woord voegen. Wie echt werk wil maken van een moreel hoogstaand belastingstelsel – en het lijdt geen twijfel dat alle leden van de Hoge Raad dit doel voor ogen hebben – heeft meer werk voor de boeg. Inspiratie kan gevonden worden in het boek Belastingen als moreel fenomeen van de Nederlandse hoogleraar Hans Gribnau.

[begin]