19 jul 2019

Artikel: Vergrijzingscommissie zet politiekers uit de wind

0 Reacties

Wat zijn de vier gelijkenissen tussen de klimaatontkenners en de Vergrijzingscommissie? Beiden gaan er vanuit dat het wel zal meevallen met de problemen – een beetje ingrepen hier en daar en de opwarming van de aarde en de vergrijzingsproblematiek vallen op te lossen.

(Artikel door Peter De Keyzer, hoofdeconoom van Growth Inc. en laureaat van de Prijs voor de Vrijheid 2014, zoals gepubliceerd in De Tijd van 19 juli 2019.)

Beiden worden voortdurend ingehaald door de feiten. Jaar na jaar stijgt de temperatuur meer dan eerdere klimaatmodellen voorspelden. Ook de Vergrijzingscommissie moet elk jaar toegeven dat de totale kostprijs van de vergrijzing hoger uitvalt.

Zowel de klimaatontkenners als de Vergrijzingscommissie rekenen op een deus ex machina die het probleem de volgende decennia wel zal oplossen. Voor de klimaatontkenners zijn dat onbestaande en veelbelovende technologie├źn. Voor de Vergrijzingscommissie is dat een magische toekomstige stijging van de productiviteitsgroei.

En ten slotte, stellen beiden door hun myopie en roze bril de toekomst beter voor dan in de realiteit. Zo bieden ze de politiek een perfect alibi om niet te veel in te grijpen.

Het is een jaarlijks weerkerend fenomeen. Bij het begin van de zomervakantie lanceert de Vergrijzingscommissie haar rapport over de stand van de vergrijzing. Ook de toon is elk jaar dezelfde: de kosten zijn opnieuw wat hoger uitgevallen dan eerder voorzien en de toekomst ziet er iets minder goed uit dan het jaar voordien. Maar toch is er geen vuiltje aan de lucht. Centraal in de veronderstellingen over de toekomstige betaalbaarheid van de vergrijzing staat namelijk de herneming van de productiviteitsgroei.

Stel dat de jaarlijkse factuur van de vergrijzing de volgende decennia elk jaar met 2 procent stijgt. Als we ervan uitgaan dat de totale economische activiteit niet groeit, dan groeit in principe ook het totale overheidsbudget niet. Onder die omstandigheden neemt de vergrijzing elk jaar een groter aandeel van de overheidsuitgaven voor haar rekening. Er dringen zich dan radicale ingrepen aan: ingrepen in pensioenen, uitkeringen, de sociale zekerheid of zelfs andere overheidsuitgaven schrappen om de relatieve kostenexplosie in te dijken.

Veronderstellen we daarentegen dat de economie jaarlijks met 3 procent groeit, dan krijgen we het omgekeerde beeld. De economie en dus ook de totale overheidsuitgaven groeien. Ondanks een jaarlijkse groei van de vergrijzingskosten met 2 procent, daalt het aandeel van de vergrijzingskosten in de overheidsuitgaven. Er dringen zich dan helemaal geen extra maatregelen op.

Morrelen

Wie graag niet te veel morrelt aan de sociale zekerheid, heeft er dan ook baat bij om de toekomstige economische groei zo hoog mogelijk in te schatten. De cruciale factor is de inschatting van de toekomstige productiviteitsgroei. Schat die hoger in, en de groei valt hoger uit. Bovendien hoef je die veronderstelling nauwelijks te onderbouwen. In de realiteit daalt de productiviteitsgroei al decennia structureel. De afgelopen tien jaar groeide de Belgische productiviteit jaarlijks met 0,3 procent. Reden genoeg dus om voorzichtig te zijn met inschattingen van de toekomstige ontwikkeling van de productiviteit.

Dat is buiten de Vergrijzingscommissie gerekend. In tegenstelling tot de evolutie van de afgelopen decennia, veronderstelt zij dat de productiviteitsgroei de volgende decennia gemiddeld 1,5 procent stijgt. Ze voert daar nauwelijks argumenten voor aan. Door de productiviteitsgroei aantoonbaar te hoog in te schatten, rekent de Vergrijzingscommissie zich rijk en zet ze de politiek uit de wind.

Het ware eerlijker mocht de Vergrijzingscommissie meteen toegeven dat ze haar veronderstelling over de hoge productiviteitsgroei uit de lucht heeft gegrepen. Ze zou net zo goed kunnen beweren dat de vergrijzing betaalbaar is omdat we binnen 30 jaar onder de Kempen een goudader zullen aanboren. Het zou veel voorzichtiger zijn ervan uit te gaan dat de productiviteitsgroei niet meer versnelt, en misschien zelfs helemaal stilvalt. De beleidsconclusies zouden er dan wel helemaal anders uitzien.

Vandaag doet de Vergrijzingscommissie exact wat het middenveld, de vakbonden, de ziekenfondsen en de politiek verwachten: pleiten voor het status quo. Een beetje waarschuwen, maar niet te streng. Maar vooral: een deus ex machina voorstellen in de toekomst waardoor alle problemen zich wel zullen oplossen.

Om de vergrijzingsfactuur te kunnen betalen hebben we geen nood aan de luchtspiegeling van een miraculeus stijgende productiviteitsgroei in de toekomst. We hebben nood aan een realistische raming, ingrijpende maatregelen en dus politieke moed. Politieke moed is vandaag ver te zoeken. De Vergrijzingscommissie levert dan ook het perfecte alibi om niet te veel te hoeven ingrijpen. Net zoals bij de klimaatontkenners zullen we pas geconfronteerd worden met de pijnlijke realiteit als het te laat is.

[begin]