05 jul 2019

Artikel: Vrijhandel dwing je niet af met protectionisme

0 Reacties

Peter De KeyzerVinden we vrijhandel echt de moeite waard? Creëer dan een vrijhandelszone tussen de Verenigde Staten en Europa. We moeten vooral de sterkte van ons eigen model onderstrepen om een vuist te maken tegen onvrije landen.

(Artikel door Peter De Keyzer, hoofdeconoom van Growth Inc. en laureaat van de Prijs voor de Vrijheid 2014, zoals gepubliceerd in De Tijd van 5 juli 2019.)

Het Westen is de afgelopen 25 jaar in het beste geval te hoopvol geweest en in het slechtste geval naïef. We hebben lang gedacht dat we door vrijhandel de rest van de wereld democratischer konden maken. Door vrijhandel en een vrije markt konden voorheen onvrije landen groeien en rijker worden, daar kwam het op neer. Naarmate landen rijker werden, zouden ze ook vrijer worden. Zo was het altijd al gegaan – onder meer in de EU – en zo zou het ook in de rest van de wereld gaan. In het geval van China is die hoop alvast ijdel gebleken. We hebben handel gedreven met China in de hoop dat het land vroeg of laat een liberale democratie zou worden.

Dat is dan ook een wrange paradox. China kon alleen zo snel en zo hard groeien omdat het ongehinderd handel kon drijven met ons. Uitgerekend door ons geloof in de vrije markt en de vrijhandel hebben we van een autocratisch ontwikkelingsland de tweede economie van de wereld gemaakt. Of, door liberale waarden na te streven hebben we een dictatuur rijk gemaakt.

Zeg van de man wat je wil, maar het is wel Donald Trumps verdienste dat hij hardop heeft gezegd dat de Chinese keizer geen kleren aanheeft. We hebben onze grenzen geopend, de transfer van intellectuele eigendom toegelaten en onze eigen bedrijven laten beconcurreren door Chinese staatsbedrijven. De oplossing die de Amerikaanse president voorstelt, is dan weer niet de oplossing. Protectionisme is niet de manier om landen aan te sporen vrijer te worden.

De Europese Unie wil de zaken anders aanpakken. Er circuleren plannen waarbij de EU een CO2-taks zou heffen op ingevoerde producten. De afgelopen decennia hebben we bedrijven en jobs verloren aan onder meer China. In ruil kregen we goedkope invoer en hoge milieukosten. Vooral dat laatste hebben we lang onder de mat geveegd. In China geproduceerde producten hebben gemiddeld een hogere CO2-voetafdruk dan producten die in Europa worden gemaakt. Een CO2-heffing op Chinese producten zou dan ook meerdere effecten hebben.

Ze zou de prijs van vervuilende ingevoerde producten verhogen en op die manier de hogere milieukosten mee in de prijs verrekenen. Ze zou tot gevolg hebben dat Europese bedrijven minder snel overwegen hun productie te verplaatsen naar andere regio’s in de hoop daar goedkoper te produceren. Wie vandaag al duurzaam produceert in Europa zou er geen baat bij hebben goedkoper – maar minder duurzaam – te produceren in China. Met de CO2-heffing kan Europa ook een rem zetten op de verdere dominantie van China. Ook de VS willen uit machtsoverwegingen een rem zetten op de Chinese dominantie. Daarvoor hanteren ze heffingen en quota en dreigen ze met meer.

Milieusaus

Europa is zoals gewoonlijk iets minder expliciet. Daarom gieten we hier een milieusaus over ons protectionisme.

Er zijn twee problemen met die aanpak. Eerst en vooral blijft het protectionisme. Europa kan niet pleiten voor vrijhandel en tegelijk kiezen voor een protectionisme, zij het gebaseerd op milieuoverwegingen. Dat dreigt al snel de deur open te zetten voor verdere vormen van protectionisme. Vandaag is Europa misschien van plan heffingen op te leggen aan landen die het niet nauw nemen met internationale klimaatafspraken, maar het gevaar bestaat dat de Europese landen ook snel andere criteria gaan gebruiken om protectionisme te verdedigen.

Zo kunnen we goederen belasten uit landen waar slechte werkomstandigheden heersen. Of uit landen waar werknemers meer dan 38 uur per week moeten werken of geen vier weken betaalde vakantie hebben. Landen als Frankrijk hebben weinig extra aanleidingen nodig om hun protectionisme light te laten vervellen tot een veel kwalijker variant.

Een tweede argument is dat we het idee van vrije markten en vrijhandel geen dienst bewijzen door zelf voor protectionisme te kiezen. Hoe kunnen we ooit andere landen nog vragen principes als vrijheid, vrijhandel en eerlijke concurrentie te respecteren als we die zelf ondergraven?

De enige oplossing om het hoofd te bieden aan onvrije autocratieën is meer de nadruk te leggen op ons eigen model. Dat kunnen we doen door de onderhandelingen over een trans-Atlantische vrijhandelszone nieuw leven in te blazen. De plannen voor het Transatlantic Trade and Investment Partnership (TTIP) zijn vandaag klinisch dood. Toch hebben we die meer dan ooit nodig.

Eigen model

Als we echt vinden dat vrijhandel zonder meer de moeite waard is, laat ons dan een vrijhandelszone in het leven roepen. Meer bepaald een vrijhandelszone tussen de Verenigde Staten en Europa, zonder heffingen, zonder quota en zonder subsidies om de eigen industrie te ondersteunen. Als we echt een vuist willen maken tegen onvrije landen, moeten we vooral de sterkte van ons eigen model onderstrepen. Noch de VS, noch de EU afzonderlijk zullen China in de richting van een ander beleid of meer vrijheid doen bewegen. Samen met de VS kunnen we de grootste vrijhandelszone ter wereld worden. Dat zou een bijzonder sterk signaal zijn dat we geloven in vrijheid, democratie en vrijhandel.

De enige manier om de ideeënstrijd tussen vrij en onvrij te winnen is tonen dat we aan de kant van vrijheid en vrijhandel staan. Niet zomaar in woorden, wel in daden. Show, don’t tell.

[begin]