26 apr 2019

Artikel: Digitaal knikkeren

0 Reacties

Peter De KeyzerIedereen kent de wereldkaarten waarop technologiereuzen worden weergegeven. Links de Verenigde Staten, midden Europa en rechts Azië. Allemaal miljardenbedrijven waarvan de marktkapitalisatie wordt voorgesteld door cirkels van verschillende grootte. In de VS een paar tientallen bowlingballen en heel wat biljartballen. Ook in Azië dozijnen petanqueballen. In Europa een paar knikkers.

(Artikel door Peter De Keyzer, hoofdeconoom van Growth Inc. en laureaat van de Prijs voor de Vrijheid 2014, zoals gepubliceerd in De Tijd van 26 april 2019.)

Europa speelt nauwelijks mee in de wereldwijde technologierace. Of het nu gaat om fintech, de platformeconomie, zoekmachines, sociale netwerken of 5G, Europa heeft de technologieboot gemist.

De absolute dominantie van Amerikaanse en Aziatische techbedrijven leidt hier dan ook tot tandengeknars. Big tech leidt tot heel wat disruptie in klassieke sectoren. Dat is niet abnormaal. In een vrijemarkteconomie verdwijnen voortdurend oude technologieën, bedrijven en sectoren, terwijl nieuwe verschijnen. Dat proces leidt al sinds de industriële revolutie tot ononderbroken vernieuwing, innovatie en welvaart. Die creatieve vernietiging is niet nieuw.

Wel nieuw is dat de vernietiging vooral gebeurt bij Europese bedrijven, terwijl de creatie gebeurt door steeds grotere buitenlandse spelers. Europese sectoren en bedrijven verliezen marktaandeel, omzet en winst terwijl buitenlandse spelers steeds meer de lakens uitdelen. Het mag dan onderdeel zijn van internationale concurrentie, vervelend is het wel.

Het tweede probleem is substantiëler: de betrokken techbedrijven betalen weinig of geen belastingen in Europa. Met multinationale bedrijven valt niet altijd makkelijk te bepalen waar ze belastingen moeten betalen. Bij een maakbedrijf is het in theorie makkelijk te zien in welke keten van het productieproces de toegevoegde waarde wordt geboekt. Elk land kan dan de toegevoegde waarde belasten die in het land zelf wordt gerealiseerd.

Diensten

Bij diensten wordt dat al moeilijker. Daar is het moeilijk vast te leggen waar de toegevoegde waarde wordt gecreëerd. In de praktijk kiezen de grote techbedrijven gewoon zelf waar ze belasting willen betalen, en dus betalen ze bijzonder weinig belasting. De grootste toegevoegde waarde boeken ze zogezegd in het land waar de soepelste belastingregels van toepassing zijn.

Europese landen lopen zo heel wat inkomsten mis. Facebook betaalde in 2017 amper 1,7 miljoen pond belastingen in het Verenigd Koninkrijk, terwijl het er toen maar liefst 1,9 miljard pond omzet boekte. Volgens de Europese Commissie betalen de grote technologiereuzen gemiddeld 9 procent winstbelasting en andere bedrijven in Europa zowat 22 procent.

Door nauwelijks belasting te betalen worden de bedrijven in kwestie alleen maar sterker en hebben ze het nog gemakkelijker om concurrenten op te kopen of te verpletteren. Daarom wordt in Europa steeds meer gedacht aan een digital tax, waarbij niet de winst maar de digitale omzet belast wordt. Omzet is veel moeilijker te verschuiven dan toegevoegde waarde of winst.

Frankrijk heeft al een voorstel gelanceerd waarbij internationale techbedrijven tot 3 procent van hun omzet in het land aan belastingen betalen. Van een land als Frankrijk valt dat nog te verwachten, dat heeft het altijd al moeilijk gehad met buitenlandse concurrentie. Toch speelt ook een vrije-marktadept als het VK met de idee de omzet te belasten. Ook Italië, Spanje en Oostenrijk hebben plannen.

Dwarsliggers

Het probleem is uiteraard dat dat soort belastingen weinig effectief zijn als landen ze individueel invoeren. Multinationale bedrijven met een gemakkelijk verplaatsbaar businessmodel en een vluchtige belastingbasis kan je als individueel land nauwelijks effectief belasten. Je spreekt dan ook best internationaal af, bijvoorbeeld in de hele EU. Maar zelfs hier is weinig vooruitgang. Landen als Zweden, Luxemburg of Ierland zijn niet happig op een Europese belasting en liggen dwars.

Bovendien, zelfs als Europa toch vroeg of laat aan hetzelfde zeel trekt, staan we niet heel sterk. We hebben namelijk zelf geen alternatief voor de diensten in kwestie. Of gaan we Amazon, Facebook of Google gewoon verbieden in Europa? Bovendien, en dat is een groter probleem, zou de regering-Trump in een digitale belasting een rechtstreekse aanval zien op Amerikaanse bedrijven. Vergeldingsmaatregelen voor Europese vliegtuigen, auto’s, vrachtwagens of machines zouden ingevoerd worden vooraleer je het woord ‘sanctie’ kan uitspreken.

Op langere termijn hebben we zeker nood aan internationale afspraken over belastingen op digitale bedrijven. Wat ons nog veel meer zou helpen, is zelf Europese digitale kampioenen kweken. Een echte Europese digitale markt creëren, meer investeren in onderzoek en ontwikkeling, meer onderwijs en vooral de politieke bereidheid hebben om Europese kampioenen te maken. Dat is een werk van lange adem. Tot het zover is, staan we vrij zwak. Als digitale knikkers tussen de biljart- en de bowlingballen.

[begin]