18 apr 2019

Artikel: Bankenhaat maakt politiekers blind

0 Reacties

Een betere taakverdeling tussen de overheid en de markt is daarom essentieel voor de toekomst van het democratische marktkapitalisme. De bankenhaat maakt Amerikaanse politici blind voor hun eigen verantwoordelijkheid.

(Artikel door professor Marc De Vos, decaan aan de Macquarie University in Sydney, oprichter en bezieler van het Itinera Institute, en laureaat van de Prijs voor de Vrijheid 2019, zoals oorspronkelijk gepubliceerd in Trends van 18 april 2019.)

Parlementaire hoorzittingen zijn vaak meer voor de mediagalerij en de profilering van de parlementsleden dan voor beleidseducatie. Dat geldt des te meer in de gepolariseerde Verenigde Staten van Amerika, des te meer tijdens de Democratische voorcampagne die de uitdager van Donald Trump zal kiezen, des te meer in een nieuw Amerikaans Congres, des te meer met een kersverse Democratische meerderheid.

Maar zelfs met al die nuances blijft het spektakel van de recente hoorzitting in het Comité voor Financiële Diensten van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden verbluffen. Het gaat om de grootste hoorzitting over de Amerikaanse bankensector in tien jaar. Voor het eerst sinds de financiële crisis zitten de topmanagers van alle Amerikaanse grootbanken samen voor hun politieke meesters.

Zijn uw banken niet veel te rendabel? Bent u niet beschaamd dat u honderden keren meer verdient dan uw gemiddelde werknemer? Hoeveel heeft uw bank in het verleden opgestreken aan de slavernij in de Verenigde Staten? Wilt u uw hand opsteken als u een bank leidt en niet mannelijk en blank bent?(U raadt het: niemand.) Wat doet u om de wapenindustrie verantwoordelijk te maken? Bent u niet slim genoeg om een oplossing te vinden voor de vele miljarden aan uitstaande studentenleningen?

Aldus, met enige parafrasering, een bloemlezing uit meer dan zes uren van vooral banken bashen. Ze spreekt boekdelen over de relatie tussen de politiek en de economie in de bakermat van het moderne kapitalisme. De fobie over ongelijkheid dateert niet van gisteren. Tevergeefs hadden de CEO’s het bedrijfsvliegtuig ingeruild voor het lijnvliegtuig of de trein om zich naar Washington te begeven. Ze zijn intussen bang voor hun eigen bedrijfssuccessen.

Dat Amerikaanse topbankiers vele miljoenen verdienen, moet niet verbazen als ze conglomeraten aansturen die in 2018 samen 120 miljard dollar winst hebben gemaakt. We zouden moeten nagaan of die winst wel echte meerwaarde reflecteert, of de CEO wordt beloond voor een duurzame prestatie, of de medewerkers delen in het succes. We zouden moeten vragen of de consolidatie van de sector, bewust georganiseerd om de crisis op te lossen, niet te weinig concurrentie overlaat.

De bankenhaat maakt de Amerikaanse politici blind voor hun verantwoordelijkheid. Als er te weinig concurrentie is, moet de overheid de markt maken door bedrijven te splitsen of bedrijfspraktijken te reguleren. Als wapendracht een probleem is, moet de politiek die aan banden leggen. Als de universiteit studenten en ouders fortuinen kost, moet de politiek de toegang tot het hoger onderwijs democratiseren.

In plaats van hun rol te spelen, wentelen politici verantwoordelijkheid af op het bedrijfsleven. Als bedrijven hun persoonlijke politieke dromen niet spontaan realiseren, volgt een politieke veroordeling. Dat overgieten ze met een sausje verontwaardiging over het droeve lot van hun favoriete sociale engineering. Typisch zijn klaagzangen over vrouwen of huidskleur aan de bedrijfstop. Nieuw is de lust voor herstelbetalingen die de slavernij van voor de Burgeroorlog viseren. De identiteitspolitiek van de Amerikaanse linkerzijde wil nu ook de geschiedenis verorberen.

Bedrijven zijn er om winst te maken. Markten zijn er om winst te verbinden aan economische meerwaarde en vooruitgang. Overheden zijn er om markten te organiseren en te controleren, zodat ze eerlijk economisch gedrag dienen en het algemeen belang ondersteunen. Democratische politiek dient om dat algemeen belang te definiëren.

De politieke barometer die de Verenigde Staten voor ons zijn, toont hoezeer de politiek zich verliest in oppervlakkig gemoraliseer dat de verwaarlozing van de kerntaken verbergt. In dat klimaat gedijt niet alleen het verdelende populisme, maar ook de graaicultuur van bedrijven, die dezelfde politici juist willen bestrijden. Een betere taakverdeling tussen de overheid en de markt is daarom essentieel voor de toekomst van het democratische marktkapitalisme.

[begin]