08 jun 2018

Artikel: Barsten in de serre

0 Reacties

Peter De KeyzerEen serre is een handige uitvinding. Ze laat toe om kwetsbare planten te beschermen tegen het soms wisselende klimaat. Temperatuur, licht, vocht en voeding kunnen perfect geregeld worden. Het is mogelijk bloemen of planten te kweken die in buitenomstandigheden niet zouden overleven. Het is echter altijd een bijzonder moeilijke opgave om serreplanten vervolgens te laten overleven buiten de serre. Precies omdat je in een serre kasplantjes kweekt die niet geleerd hebben om te gaan met het leven buiten de serre.

(Artikel door Peter De Keyzer, hoofdeconoom van Growth Inc. en laureaat van de Prijs voor de Vrijheid 2014, zoals gepubliceerd in De Tijd van 8 juni 2018.)

Sinds 2012 heeft de Europese Centrale Bank (ECB) een warme serre gebouwd rond alle landen van de muntunie. In dat jaar dreigde de muntunie te imploderen. Na de zoveelste episode van de eurocrisis stelden de financiële markten vast dat er geen politieke wil was om de muntunie om te bouwen tot een echte federale unie. Een met gemeenschappelijke belastingen en transfers, met regels en solidariteit. De rentes van risicolanden sprongen hoger. Een domino-effect dreigde uit te monden in de implosie van de unie.

Om die catastrofe te vermijden, sprong de ECB te hulp. Ze beloofde desnoods alle overheidsobligaties in Europa op te kopen om het voortbestaan van de unie te garanderen. De gevleugelde uitspraak ‘whatever it takes’ staat ondertussen bekend als de ‘Draghi-put’. Wat er ook gebeurt, de ECB garandeert het voortbestaan van de eurozone.

Dat deed ze door massaal overheidsobligaties aan te kopen en de rente jarenlang op nul te betonneren. De muntunie is voorlopig gered. Dat stuk van de belofte is ingelost. Sinds ‘whatever it takes’ hebben de financiële markten niet meer gespeculeerd op het einde van de muntunie.

Tot zover het succes. Het is echter veelzeggend dat de muntunie niet werd gered door een plan van verkozen politici. Wel door de enige Europese instelling die aan de Europese kiezers geen enkele verantwoording verschuldigd is.

Aangenaam toeven

In de feiten heeft de ECB een serre gebouwd waarin het voor de landen en de regeringen van de muntunie aangenaam toeven is. De rentes zijn laag, de overheden kunnen zich spotgoedkoop financieren en de boze financiële markten hebben geen impact meer op die landen. Het nadeel is dat de landen zich opgewarmd hebben aan de lage rentes en daardoor langzaam veranderd zijn in kasplantjes. Structurele hervormingen zijn uitgesteld, het afbouwen van de schulden nog meer.

Over een verdere integratie van de muntunie is sindsdien geen sprake meer geweest. Dat een land als België in een periode van hoogconjunctuur en de laagste rentes in de naoorlogse periode nog altijd meer geld uitgeeft dan er binnenkomt, illustreert het probleem. Dat geldt niet alleen voor België. Het Internationaal Monetair Fonds schat dat de eurozone als geheel pas in 2022 een budgettair evenwicht zal boeken. Frankrijk en Spanje zullen tekorten blijven boeken zover het oog reikt. En de plannen van de Italiaanse regering zijn zo waanzinnig dat de schulden allicht nog verder zullen stijgen.

In normale omstandigheden zou de rente op Italiaanse overheidsobligaties al lang door het dak zijn gegaan. De regering zou vervolgens met een ernstig budgettair plan zijn gekomen dat haar financiers wel kon overtuigen. Een sanering van het bankensysteem, een afbouw van de schulden én een plan voor structurele hervormingen.

Niet zo in de muntunie. Wat er ook gebeurt, in de ‘whatever it takes’-serre van de ECB blijft het lekker warm en mag elke lidstaat blijven genieten van bescherming tegen de financiële markten. De club in stand houden is voor de ECB belangrijker dan de spelregels van de club naleven. Het is daarom ongeloofwaardig dat de ECB snel zou stoppen met haar onconventionele beleid. Kasplantjes als Italië overleven alleen dankzij de serre. Ze zouden in de financiële buitenlucht snel bezwijken. En wanneer Italië bezwijkt, bezwijkt de muntunie.

Zover het oog reikt, zal de ECB de serre verder blijven opstoken. Dat beleid is echter onhoudbaar. Als het loutere voortbestaan van een club belangrijker wordt dan financiële gezondheid, budgettaire regels of verantwoordelijkheid, is die club gedoemd. Zeker indien bevolkt door kasplantjes die beschermd moeten worden tegen de financiële gevolgen van hun eigen beleid.

[begin]