27 apr 2018

Artikel: Mijn nier voor een Facebook-account

0 Reacties

Peter De Keyzer#DeleteFacebook. Dat was de oproep van een aantal Facebook-gebruikers in de nasleep van het Cambridge Analytica-schandaal. Een databedrijf had toegang gekregen tot de gegevens van tientallen miljoenen gebruikers. Zo kon het hen vaker, subtieler en effectiever bestoken met politieke campagneboodschappen.

(Artikel door Peter De Keyzer, hoofdeconoom van Growth Inc. en laureaat van de Prijs voor de Vrijheid 2014, zoals gepubliceerd in De Tijd van 27 april 2018.)

Die gebruikers hadden overigens geen toestemming gegeven om hun data te bezigen. Het waren hun Facebook-vrienden die een spelletje hadden gespeeld via een externe app, en zo toegang gaven tot gegevens over hun hele vriendenkring.

Zo groot de verontwaardiging over het schandaal was, zo klein was de reactie om Facebook dan maar massaal te dumpen. #deletefacebook was dan ook een flop.

Daar is een erg goede reden voor. Facebook heeft met 2,2 miljard gebruikers een feitelijk monopolie op sociale netwerken. De heisa die ontstond, is vergelijkbaar met wat je ziet na een staking bij de NMBS of na de zoveelste vertraging of afgeschafte trein. Ook dan roepen de gebruikers dat het welletjes is en het zo niet langer kan. Uiteindelijk maakt dat weinig indruk. Er is namelijk geen concurrent voor de NMBS en dus is elk dreigement van klanten om op te stappen ongeloofwaardig.

Bij een monopolist geldt altijd hetzelfde: de consument is de pineut. Je betaalt te veel en je krijgt er ondermaatse dienstverlening voor in ruil. De monopolist hoeft niet bang te zijn dat hij klanten zou verliezen aan concurrentie. Die is er niet.

Ook bij de grote internetmonopolisten, zoals Facebook, Google of Amazon, is de consument de verliezer. De hoge prijs die we betalen voor hun diensten, zijn onze persoonlijke gegevens. Als je niet hoeft te betalen voor een product, dan ben jij immers het product. Facebook is gratis omdat je betaalt met je gegevens. De bedrijven in kwestie komen hiermee weg omdat ze monopolisten zijn. Punt.

Wat is het probleem daarmee? Het is heel eenvoudig: als we mensen niet toestaan om te betalen voor een product of dienst met hun nier, hun long of hun halve lever, waarom laten we dan wel toe dat ze daarvoor betalen met hun privacy? Dat is net zozeer een onvervreemdbaar deel van jezelf.

Vooral ook: die gegevens zijn jouw eigendom. Het argument dat mensen de algemene voorwaarden ondertekend hebben waarin staat dat ze de rechten op de data overdragen, is volkomen lachwekkend. Een monopolist kan daarin schrijven wat hij wil, hij moet er toch niet voor vrezen dat mensen zullen overstappen naar de concurrentie. Die bestaat niet.

Tien likes volstaan

Op die manier komen private bedrijven dingen over ons te weten waarmee we de overheid zelfs nooit zouden vertrouwen. Tien likes of shares op Facebook of sociale media volstaan voor een algoritme om je leeftijd, seksuele voorkeur, vriendengroep, relatiegeschiedenis, filmvoorkeur, politiek profiel, adres, favoriet gerecht of inkomen te weten te komen.

Zou je graag hebben dat de overheid al die kennis over je had? Je buren? Wildvreemden? Toch geven we die informatie zomaar weg aan monopolisten, in ruil voor een ondermaatse dienstverlening en een gebrekkige privacybescherming.

Er is een drieledige oplossing voor dit probleem. In de eerste plaats concurrentie. Het opbreken van de monopolies zou een deel van het privacyprobleem kunnen oplossen. De bedrijven zouden elkaar dan beconcurreren met betere dienstverlening en betere bescherming van privégegevens. Een monopolist hoeft met niemand rekening te houden, een speler in een concurrentiële markt wel.

Een ander deel van de oplossing is dat de overheid strengere regels oplegt. De nieuwe Europese privacywetgeving (GDPR) is een hele stap vooruit. Daarmee zullen gebruikers opnieuw veel meer eigenaar worden van hun eigen data. Dat Facebook afgelopen week meer dan een miljard gebruikers virtueel heeft verhuisd uit Ierland om aan de GDPR te ontsnappen, is een teken aan de wand. Dat betekent dat de wetgeving wel degelijk steek houdt.

Ten slotte moeten gebruikers zelf ook twee keer nadenken over welke data ze aan wie weggeven. Gebruikers verkeren in de waan dat ze maar een paar summiere gegevens over zichzelf weggeven. In werkelijkheid vertellen ze door hun surf- en deelgedrag zowat alles over zichzelf én over mensen uit hun sociale kring. Een nier of een long die je hebt afgestaan, komt nooit meer terug. Je privacy ook niet.

[begin]