04 mrt 2018

Gustave de Molinari-lezing Prijs voor de Vrijheid 2018

0 Reacties

Op zaterdag 3 maart 2018 reikte Libera! in de Priorij van Corsendonk in Oud-Turnhout haar jaarlijkse Prijs voor de Vrijheid uit. De laureaat van 2018, Nederlands publicist-politicus Thierry Baudet, hield die avond een recht-uit-het-hart-en-uit-het-vuistje Gustave de Molinari-lezing. Met dank aan Doorbraak-uitgever Karl Drabbe voor deze korte samenvatting.

Een pleidooi voor een Europese Renaissance. Thierry Baudet lichtte zijn politiek initiatief toe in een geïmproviseerde slottoespraak waarin hij Boudewijn Bouckaert en denktank Libera! dankte voor de Prijs voor de Vrijheid. In duidelijke termen sprak hij de aanwezigen toe wat er nu moet gebeuren, kwestie van niet in spengleriaans cultuurpessimisme te vervallen. Concreet is dat in zijn ogen een renaissance van de eigen normen, waarden, cultuur en geschiedenis. Want ‘de nieuwe generatie is losgekoppeld van alle wortels‘.

En die is nodig, want naast wetenschappelijke stagnatie en maatschappelijke stagnatie zijn de huidige generatie ‘erg vatbaar voor twee soorten soumission die liberalen zorgen moeten baren,’ volgens Baudet. De staat en de islam. Tegenover de Staat moeten mensen terug kritisch durven staan, mensen moeten zelf opnieuw iets betekenen en mogen niet bang zijn om uit de politiek-correcte toon te vallen. De islam noemde hij een ideologie met een meedogenloze moraal, haar volgelingen een ‘sterk ideologisch gedreven bevolkingsgroep die zich duidelijk en zonder scrupules manifesteert’. ‘Klassiek-liberale vrijburgers,’ zo ging Baudet verder, ‘worden in het gedrang gebracht door een duivelspact van de islam en de machtige verzorgingsstaat onder leiding van linkse politici’.

Om daar tegengewicht aan te bieden, pleit de jonge historicus en rechtsfilosoof voor een nieuwe renaissance. En die moet gestoeld zijn op drie pijlers, die onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. (1) Directe democratie, ‘om de liberale vrijburger weer een sense of entitlement te geven, macht over zijn eigen leven’, wat volgens Baudet een ‘essentiële voorwaarde is voor de civil society‘. (2) Inzetten op ‘nationale binding van de mensen met de bril van de historicus in de traditie van Leopold von Ranke’, dat is de geschiedenis begrijpen in zijn context, niet om erover te oordelen. ‘Geschiedenis moeten we redden uit de handen van de cultuurmarxisten,’ zo ging hij voort, en hij pleitte voor de oprichting van een eigen cultuurhistorisch museum en voor het vrijwaren van de Nederlandse taal als volkstaal. (3) De derde pijler: ‘We moeten een nieuwe vormentaal ontwikkelen waarin we opnieuw gestalte geven aan onze cultuurgemeenschap.’ Baudet vindt dat we een nieuwe thuis moeten geven aan muziek en cultuur die hoop en troost geven, aan schilderkunst en literatuur waarin mensen zich herkennen.

‘Om ons project te doen slagen, hebben we politici nodig die deze drie pijlers verdedigen.’ Maar er is meer, zo sloot Baudet af. Hij richtte zich op het einde van zijn dankwoord tot de liberale aanwezigen met een gedurfde vraag. ‘Zou het kunnen dat wat de basis is van het liberale project van de 18de eeuw — het ondermijnen van de macht van religie — de dood betekent van het liberalisme?’ ‘Enkel wie een religieus ideaal heeft en voorbij de grenzen van de horizon kijkt, is een moedig mens. Enkel als je een god voelt, kun je weerstand bieden aan de kudde en de kuddecultuur.’ Door de vraag te stellen, gaf hij het antwoord. En daarmee gaf hij meteen een nieuwe wending aan zijn ondertussen stilaan bekende discours.

Of daarover iets te lezen is in zijn nieuwe roman, die in mei verschijnt, zoals hij verklapte, is koffiedik kijken. Het is nu eerst nog aftellen tot de gemeenteraadsverkiezingen op 21 maart.

[begin]