04 mrt 2018

Lezing: Inleiding Prijs voor de Vrijheid 2018

0 Reacties

Boudewijn BouckaertOp zaterdag 3 maart 2018 reikte Libera! in de Priorij van Corsendonk in Oud-Turnhout haar jaarlijkse Prijs voor de Vrijheid uit. Laureaat van 2018 was Thierry Baudet, publicist en oprichter van Forum voor Democratie. Dit welkomstwoord werd door Libera!-voorzitter Boudewijn Bouckaert uitgesproken.

Dames en Heren,
Beste Toehoorders,

Hartelijk welkom op deze uitreiking van de zestiende Prijs voor de Vrijheid, waarvan zeven door Nova Civitas en negen door Libera!. Met Thierry Baudet zijn we al aan de vijfde Nederlander. Men kan zich de vraag stellen of Libera! niet lijdt aan oikofobie, met al die buitenlandse prijzen. De vraag is echter wat onze echte oikos is. Is dit Vlaanderen of de Verenigde Nederlanden. Ik zie op het curriculum van de laureaat dat hij reeds als spreker optrad op de IJzerwake. Je schopt het niet tot daar als je niet op een of andere manier uw geloof in de hereniging vande Nederlanden hebt uitgesproken. Daarom is de beschuldiging van oikofobie niet aan ons besteed, ook al gaan we met onze prijzen onze grenzen te buiten.

Meestal houden we onze uitreikingen in het centrum van drukke Vlaamse steden, waardoor de helft van het publiek laattijdig binnensijpelt omwille van het zoeken naar een parkeerplaats. Met deze traditie hebben we gebroken door ons terug te trekken in het Kempenland, welig zoete droom, in de rustige beslotenheid van deze priorij. De laureaat heeft zich in een interview met het weekblad Story voorstander betoond van een nogal restrictieve seksuele moraal. De kloostersfeer in dit domein kan hiervoor misschien inspirerend werken, maar dat was niet de reden van onze keuze. Praktische redenen zoals parkeerplaatsen en de mogelijkheid hier te overnachten en na de feestelijkheden Boergondisch uit te zakken zonder vrees een ademtest te moeten ondergaan, waren de werkelijke redenen.

De heer Thierry Baudet is met zijn 35 jaar de jongste laureaat ooit van de Prijs voor de Vrijheid. Zijn curriculum oogt desalniettemin al indrukwekkend. Thierry Baudet is erin geslaagd op relatief jonge leeftijd zowel op intellectueel-academisch vlak als op het politieke podium een sterk profiel te verwerven en te wegen op het publieke debat in Nederland en in Europa. In 2007 publiceerde hij zijn doctoraat, behaald aan de Leidense rechtsfaculteit, getiteld De Aanval op de natiestaat en in 2013 het boek Oikofobie. De Angst voor het Eigene. In het eerste boek omvat een kritiek op het supra-nationalisme, dat tot uiting komt in de ontwikkeling van allerlei supranationale instellingen zoals uiteraard de Europese Unie, maar ook de Wereldhandelsorganisatie, het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, het Internationaal Strafhof en waarbij de natiestaat stukken van hun politieke soevereiniteit quasi- onherroepelijk afstaan aan internationale bureaucratieën, bevolkt door democratisch ongecontroleerde elites. In Academische milieus is het bijna een rituele plicht de uitbouw van deze instituties als een vooruitgang van de beschaving te kwalificeren, ten einde het monster van het nationalisme aan allerlei kettingen te leggen. Baudet breekt met deze rituele plicht door erop te wijzen dat deze evolutie het enig effectieve platform van onze rechtsorde en democratie uitholt en de vroegere tegenstellingen tussen landen en politieke stromingen binnen landen vervangt door een nieuwe kloof, namelijk deze tussen de internationale elites en het gros van de bevolkingen in de natiestaten. Omdat ook in de politieke fysica de wet van het ‘horror vacui’ geldt wordt deze tegenstelling ingevuld door politici en partijen die zich opwerpen als ‘vox populi’, om een tegengewicht te bieden aan de supra-nationalisering. Vanuit dit opzicht zijn de jammerklachten over het opkomend ‘populisme’ hypocriet. Hier doet zich een Hegeliaanse beweging voor waarbij een monster, namelijk, de supranationale moloch, onafwendbaar zijn tegenmonster baart, namelijk het populisme. Zonder Junckers, Timmermansen, Verhofstadts en Macrons, geen Le Pens, Wildersen, Frauke Petrys en Farages.

Het tweede boek werpt de schijnwerpers op een nieuwe ‘fobie’, de Oikofobie. Als bestuurslid van UNIA, de politiek-correcte waakhond in België, ben ik vertrouwd met de immer groeiende lijst van fobieën. Homofobie, xenofobie, Islamofobie…. het geeft aanleiding tot een nieuwe fobie, namelijk fobofobie, de angst voor nieuwe fobieën gepaard gaande met nieuwe reguleringen en gerechtelijke veroordelingen. In het lijstje van UNIA is de oikofobie echter nog niet opgenomen. Het argument is dat bij oikofobie geen slachtofferrol wordt toegekend aan een minderheid, maar wel de cultuur van (voorlopig althans nog) de meerderheid. Mensen en opinies die volgens een of andere rekenkunde majoritair zijn, verdienen derhalve niet de bescherming die aan mensen uit allerlei minderheden worden toegekend. Dit is eveneens een merkwaardige discriminatie, die echter niet past in de politiek-correcte mechanica van UNIA. Het is de verdienste van Baudet dit fenomeen naar de oppervlakte te brengen en een naam te geven, de angst voor het eigene, de western guilt, de drang tot zelfvernietiging in de westerse beschaving. Zoals keizer Pu Ji in Bertolucci’s film The Last Emperor, moeten de Europeanen, die vroeger dachten dat ze de besten waren, zichzelf nu zien als de morele Untermenschen van de wereldgeschiedenis. Door het kind een naam te geven is oikofobie een politieke item geworden. In de politiek schept het Woord de dingen. Misschien zal de moord op het eigene zich toch voltrekken- om even in Spengleriaans pessimisme te vervallen- maar dank zij Baudet zal het geen sluipmoord zijn. We zullen het geweten hebben en we zijn voor onze verantwoordelijkheid geplaatst om de goede dingen uit onze eigen beschaving, uit ons nationaal patrimonium zonder schroom te verdedigen en door te geven aan de volgende generaties.

Onze laureaat bleef echter niet zitten in de veilige intellectuele kweekschool waar onder meer mijn collega Paul Cliteur, hier aanwezig, één van de grote inspirators is. Baudet zette ook de stap naar de actieve politiek, een jungle, met zijn eigen wetten, daarvan kunnen de hier aanwezige ex-politici, zoals ikzelf, Jean-Marie Dedecker en Derk-Jan Eppink getuigen. Baudet behaalde met zijn tot politieke partij omgevormde Forum voor Democratie meteen twee Tweede Kamerzetels. Men zou kunnen opwerpen dat het in Nederland, met zijn super proportioneel systeem moeilijk is om als nieuwe partij geen zetel te behalen. Dat is een opmerking die alvast geldt voor de Vlaamse Brusselaars in het Brusselse Gewestparlement, waar zelfs een Guy Vanhengel erin slaagt keer op keer verkozen te worden. De prestatie van Baudet om met het Forum meteen twee zetels te behalen mag echter niet geminimaliseerd worden gelet op de bestaande concurrentie. Het Forum moest zich wurmen tussen enerzijds de rechts-populistische PVV van Geert Wilders en de zich als Eurokritisch voordoende VVD. Ik kan mij voorstellen dat veel rechts-liberale en conservatieve kiezers toch liever nuttig stemmen en één van voornoemde sterkhouders zouden steunen. Desalniettemin is Baudet erin geslaagd met een intellectueel sterk onderbouwd verhaal bij vele kiezers het nutsargument te doen vergeten en een principiële stem uit te brengen.

Libera! Is een klassiek-liberale politieke club die echter niet meegaat met de Eurofiele zelfgenoegzaamheid van ALDE en vele Europese liberale partijen. We hebben daarvoor, denk ik, twee goede redenen.

In de eerste plaats is er het ‘public choice’ argument. Zolang burgers en bedrijven met de voeten kunnen stemmen, weegt er op de politici en de overheid een druk om de belastingen en de reguleringsdruk eerder laag te houden. Wanneer in Europa de belastingen en reguleringen overal gelijkgeschakeld worden, zoals de Eurocentralisten willen, valt deze druk weg en zal Europa meer en meer gaan gelijken op de Comecon, de economische unie geleid door de Sovjet-Unie.

In de tweede plaats is er het identitair argument. Omdat een democratie fatsoenlijk zou kunnen functioneren, moeten de burgers zich tot op zekere hoogte kunnen identificeren met hun ‘polis’, het platform waarop ze hun democratische rechten uitoefenen. Dergelijke platformen kunnen niet worden ‘gemaakt’ maar zijn het uitvloeisel van een lange historische groei. De Nederlandse natie is het uitvloeisel van de ‘Aufstand der Niederlande’ in de 16° eeuw, zo mooi beschreven door Schiller. Het langzaam groeiend natiebesef in Vlaanderen, is stukken jonger dan het Nederlandse omdat het voortvloeit uit de 19° eeuwse Vlaamse beweging. Het creëren van een Europese ‘demos’ als platform voor een zogezegde Eurodemocratie is echter een gevaarlijke utopie, die alleen maar kan waargemaakt worden door een politieke macht met Napoleontische of erger nog, Hitleriaanse allures. Realisme gebiedt ons te stellen dat een Europa ‘as such’ geen democratie kan zijn, wel een verdragsmatig uitgediepte alliantie van historische natiestaten, een ‘inter-democratie’ om ook eens een nieuwe term te lanceren. Het ontwikkelen van dit identitair argument is, in het huidige klimaat een ‘uphill battle’. In zijn toespraak bij de herdenking van Leuven Vlaams en Mei ’68 stelt Bart Dewever : ‘Het vergt durf om te zeggen wie we zijn en wie we samen willen worden. Mar het is nodig. Want onder dezelfde vlag van de vrijheid en gelijkheid klinken vandaag stemmen die oproepen om de klok feitelijk terug te draaien. Cultuurrelativisme en zelfschaamte-Paul Cliteur noemt het oikofobie- bieden daartoe alle ruimte, net als rechtspraak die op deze leest is geschoeid.’

Dames en heren, beste vrienden van Libera! , we hoeven niet per se akkoord te zijn met alles wat onze laureaten van de Prijs voor de Vrijheid, zeggen en schrijven. We moeten nu niet per sé allen op vleugelpiano’s gaan spelen, maar ook de saxofoon, de lier en de accordeon blijven toegelaten. Het verbod op masturbatie wordt voorlopig nog niet opgenomen in het ideologisch manifest van Libera! Alhoewel de politieke situatie daar misschien aanleiding toe geeft. Extreemrechts rukt op, extreem-links rukt af. Dat Thierry Baudet, bij onze dichtste naburen erin geslaagd is, zowel op academisch vlak, als op politiek-democratisch vlak, een intellectueel sterk onderbouwd perspectief te bieden waarin Eurokritiek, nationale democratie en beschavingsliberalisme worden gecombineerd, geeft ons ten overvloede redenen om hem de Prijs voor de Vrijheid, anno 2018 te verlenen.

Ik dank u voor uw aandacht.

[begin]