10 jun 2016

Gustave de Molinari-lezing Prijs voor de Vrijheid 2016

0 Reacties

Fernand Huts LiberaOp vrijdag 10 juni 2016 reikte Libera! in het Antwerpse HeadquARTers van Katoen Natie haar jaarlijkse Prijs voor de Vrijheid uit. De laureaat van 2016, natiebaas Fernand Huts, hield die avond onderstaande Gustave de Molinari-lezing. Met dank aan Libera!-fellow Kristof Willekens voor het integraal uitschrijven van de speech.

Beste vrienden,

Toen ik binnenkwam deelde men mij mee dat ik moest speechen en moest vertellen. Ik ga dat dan ook doen. En dit door de draad weer op te pikken waar de vorige spreker hem heeft neergelegd. Namelijk bij het surrealisme en het dadaisme.

Wat dat betreft zit ik vanavond aan de beste tafel. JMDD is namelijk iemand die altijd geprobeerd heeft om in de Belgische politiek de grenzen van het dadaisme en het surrealisme te verleggen. Met name door zaken aan de kaak te stellen. Meestal gingen die zaken dan wel weer opnieuw verloren in de dadaïstische omgeving die de Belgische politiek is. Op allerlei manieren.

Hoe kan dit toch? Waarom? Ik heb daar een verklaring voor. Ik deel voor het gemak de wereld in twee in. Vroeger was er links rechts of religieus en niet religieus en nog zo veel meer. De politieke tegenstellingen. Maar zelf denk ik dat je de wereld gewoon en eenvoudig kan indelen in progressieven en behoudsgezinden. Heel eenvoudig.

Progressieven zijn die mensen die destructief willen zijn. Ik leg het bewust zo uit om zo goed mogelijk te laten doordringen wat het voor mij betekent. En de behoudsgezinden die willen niets vernietigen. Die willen alles bij het oude laten en vooral beschermen wat er is. Wat op het eerste gezicht zeer mooi klinkt.

Maar ik keer terug naar hoe de wereld echt in mekaar zit. Namelijk u hier vandaag aan deze tafels zit. En wat u heeft en niet meer heeft. Ik ga het u vertellen. Ik zie dat u allemaal een iPhone heeft. Maar ik zie ook wat u niet meer heeft. En dat zijn Nokia’s. Nokia was avantgarde. Een wereldconcern van formaat. Maar vandaag heeft niemand nog die prachtige technologie van Nokia. Omdat er destructie is geweest. Er zijn nieuwe krachten opgestaan en die hebben Nokia vermoord. Het product Nokia kapotgemaakt. En het vervangen door iets veel beter.

Ik keer terug naar de progressieven en de behoudsgezinden. Zij die verandering willen, moeten vernietigen. Zij die behoudsgezind zijn, gaan vechten voor het behoud. Met welk resultaat? Dat ze zelf verdwijnen. Nokia is verdwenen. Eenzelfde verhaal gaat op voor ieder product, voor elke zaak, voor heel de maatschappij.

Ook voor ondernemerschap. En ik heb makkelijk praten want ik ben zelf een ondernemer. Ondernemerschap is dan ook niet meer of niet minder dan oude bestaande structuren keihard en zonder mededogen kapot maken. En vervangen door nieuwe, efficiënte(re) producten.

Als we dan naar onze samenleving kijken, naar de Belgische maatschappij, dan moeten we vaststellen dat het grootste stuk van die samenleving bezig is met het behoud van wat al lang voorbijgestreefd is. In tegenstelling tot de nieuwe, de progressieve krachten.

Een progressieve kracht is voor mij bijvoorbeeld een burger die de trein neemt en zegt “ik wil dat die trein rijdt”. Wat is een behoudsgezinde kracht? Dat is iemand die zegt: “ik staak want ik wil niet naar die andere seinpost overgeplaatst worden”. Met andere woorden: een organisatie als de NMBS wordt door de behoudsgezinde krachten in een oud soort dienstverlening gehouden die niet meer werkt! En waar zowat iedereen vanaf wil, maar er beweegt niets. En de politiek? Doe zoals ik en lees elke dag de kranten en pas het onderscheid tussen behoudsgezind en progressief toe.

Ik doe dus mijn krant open en ik lees. Over mensen. Bijvoorbeeld meneer Peeters. Iemand die ik zeer goed ken. Die is dag in dag uit bezig zijn met behoudsgezind zijn. Op leven en dood vechten voor voorbijgestreefde dingen of dingen die niet werken. Bijvoorbeeld de speculatietaks. Iedereen ziet dat het niet werkt. En wie verdedigt het? Als allerlaatste of als enige nog? Meneer Peeters! Behoudsgezindheid die alles tegenhoudt. En dit tot schade of ten koste van iedereen.

Hetzelfde zie je met de wet Major. Dat is een surrealistische wet. Er ontstaan voortdurend nieuwe producten. Bijvoorbeeld e-commerce. Dat bestond in 1972 nog niet. Die nieuwe producten komen tot bloei in het havengebied. Maar er is obstructie. De vernieuwing, de progressieve aanpak krijgt geen kans omdat een aantal behoudsgezinde krachten, met name de vakbonden, zeggen dat de wet Major onverkort geldt in heel het havengebied en dus ook van toepassing is op e-commerce. Daarin gesteund door de minister van Werk! Behoudsgezindheid als rem op vooruitgang. Met veel nadeel voor de samenleving. Want tienduizenden arbeidsplaatsen worden wel gecreëerd. Alleen 5 kilometer verder. In Nederland. Vanaf Bergen op Zoom tot in Venlo rijzen de e-commercecomplexen als paddenstoelen uit de grond met onderdduizenden vierkante meters tegelijk.

Gevolg? Vlaanderen raakt zijn positie in deze nieuwe sector, deze vernieuwende sector kwijt. Wat hetzelfde is als (klopt op het spreekgestoelte): “We hebben Nokia gered!”. Terwijl niemand nog iets van Nokia wil. We zitten dus in een tweespalt.

Het leuke aan dit verhaal is dat ik door bezig te zijn met kunst en met geschiedenis, heb ontdekt hoe het vroeger was. En met namen in de Middeleeuwen. Vlaanderen was toen superrijk. De rijkste regio. Vlaanderen en nog het hertogdom Brabant erbij. Wij zijn 5 eeuwen lang het epicentrum geweest van de wereld. Op economisch vlak en voor de handel. Hier gebeurde het. Hoe kwam dat? Door opnieuw diep te graven heb ik ontdekt hoe we er in slaagden de top te zijn en zoveel welvaart te creëren. Veel meer nog dan de Gouden Eeuw van Engeland en van Nederland. Het ontstond wel in de streek van de champagne maar nadien nam Brugge het over.

Wat blijkt? Het had allemaal te maken met innovatie. Met vernieuwing. Wij waren pioniers van nieuwe zaken. We werkten hard en efficiënt, maar vooral: we hebben in de Middeleeuwen heel veel zaken uitgevonden. Bijvoorbeeld het horizontaal weefgetouw, waardoor er enorme efficiëntiewinsten konden worden geboekt. Ook het spinnewiel. Dat zijn de twee belangrijkste. Maar er is zo veel meer. De cartografie bijvoorbeeld. Of het Vlaamse kompas.

En hoe zat het in die tijd met de politiek? Wat deden zij met die stadsburgers die zo veel zaken op de kaart zetten? Wel, eigenlijk waren de politici toen slimmer vandaag. Want ze gaven aan de ondernemers privileges. Ze koesterden de ondernemers. En de heren (en dames) die niet mochten werken, namelijk de adel, die zeiden: “Als we dan toch niet mogen werken en aan politiek willen doen, moeten we die ondernemers beschermen. Aan politiek doen betekende in die tijd overigens vooral vechten en bloed vergieten. Met die beschermende maatregelen konden ondernemers in hun omgeving gedijen en zelfs bloeien en groeien. Dat was dan ook het succes van de steden. Die ze dan ook konden melken voor hun bezigheden. Want dat de politiek geld nodig voor zijn bezigheden, is van alle tijden. Maar in die tijd zorgde men er tenminste wel voor dat de ondernemers eerst de koe konden vetmesten vooraleer ze gemolken werd.

Zo zit de wereld nu eenmaal in mekaar. En we zitten opgezadeld met heel wat problemen. Ik lees dus veel kranten. En blijkbaar hebben we twee keuzes: meer belastingen betalen of meer besparen. Maar volgens mij is er nog een derde weg. De logische weg.

Ik heb net een hele periode achter de rug waarbij ik in Gent een tentoonstelling organiseer over hoe je geld moet verdienen, wat je ermee moet doen als je het eenmaal verdient hebt en ook hoe je het kwijtgeraakt. Die tentoonstelling is een PPS, een privaat-publieke samenwerking. De provincie zorgt voor de infrastructuur en voor de mensen, wij zorgen voor de curatele. De inhoud. Dit heeft me dus in staat gesteld om samen te werken met een publieke instelling.

Wel, ik kan u zeggen dat de tentoonstelling is maar tot stand gekomen door één ding: het feit dat de mensen van zowel de provincie als onze mensen bereid waren om te doen alsof de reglementeringen en de bureaucratie niet bestonden. Als men de regels gevolgd had, was er binnen 10 jaar nog geen tentoonstelling geweest. On-mo-ge-lijk!
Als je dus kijkt naar onze staatsorganisatie, is die gemaakt om er voor te zorgen dat de dingen niet werken. Daar is echt hard aan gewerkt. Men perfectioneert nog elke dag het niet werken van deze instellingen. Men is daar ook eerlijk in. Vanuit verschillende instellingen zegt men ook dat dat nodig is.

Een mooi voorbeeld om dat te illustreren. Uit het leven gegrepen. Op Linkeroever is er ook een haven. Maar die valt onder de hegemonie van Antwerpen. Dat spreekt voor zichzelf. Vroeger had je daar een advocaat die in zijn vrije tijd de belangen van het Waasland behartigde. Nu heeft men daar een bureaucratie opgebouwd van wel 20 mensen. Op enkele jaren tijd. Maar iedereen die deel uitmaakt van die bureaucratie, wil natuurlijk bezig zijn. Dus wat doen hij of zij? De bedrijven wat bezig houden, ze wat ambeteren. Het klinkt humoristisch en dat is het ook. U moet eens komen kijken wat er gebeurt als onze ingenieurs een bouwaanvraag gaan indienen. U denkt dan misschien dat er één iemand met een aktentasje naar de stad Beveren gaat en daar… neen! Wij hebben een vrachtwagen met daarin 26 palletten! Want wij moeten die bouwaanvraag indienen in 26 exemplaren.

De elektronische weg? Dat doen wij wel met onze leveranciers en onderaannemers, maar de overheid is nog lang niet zo ver. Het probleem met Beveren is echter dat zij zelf geen 26 instanties hebben die daar mee bezig zijn. Dus verdeelt men daar het werk. Met als resultaat dat God en klein Pierke bezig is met onze bouwaanvraag. En het negatieve adviezen regent. Onze samenleving “bureaucratiseert” dus meer en meer en daardoor maken we onszelf vleugellam.

Het meeste medelijden heb ik met de mensen die in de administratie moeten werken. Als je immers kijkt naar het succes van Katoen Natie, is er maar één reden voor dat succes: bij ons mogen de mensen werken. En waarom zijn wij beter dan andere bedrijven? Omdat ze bij ons harder mogen werken. Dat is ook onze slogan: “Our people make the difference”. Geen dure boeken lezen, gewoon je werk doen. En beslissen. Ikzelf woon bijvoorbeeld geen vergaderingen bij. Dat heeft geen nut. Een goede vergadering bij de stad of bij de staat is er eentje om te beslissen wanneer de volgende vergadering zal doorgaan. Zo werkt het systeem.

Ik kan wel enkel vaststellen dat wij bij Katoen Natie geen problemen hebben zoals burn-outs, absenteïsme, ongenoegen,… Wij hebben geen vakbonden. Soms moeten we zelf mensen in een ondernemingsraad zetten omdat er geen kandidaten zijn. En dat komt volgens mij gewoon omdat die mensen mogen werken en hun goesting mogen doen. Wij hebben geen registraties. Ze moeten niet invullen of verantwoorden waar ze wanneer geweest zijn. Zij doen het volgens hun eigen manier van denken en identificeren zich heel sterk met hun job en komen bijgevolg graag werken.

Wat is nu dus het probleem? En waar zie ik de grote besparing bij de overheden? Er zijn dacht ik ongeveer 1 miljoen ambtenaren. Wat als die nu eens gewoon allemaal zouden mogen werken? Wat voor een energie zou daar niet vrijkomen? Want ze vragen niet liever dan te mogen werken. Ze smeken er om. En toch slaagt men er altijd in om te beletten dat die mensen iets zouden kunnen of mogen doen. Men maakt een nieuw reglement, men maakt nieuwe commissies,… nieuwe overlegorganen,… Wat men toch allemaal niet creëert om er voor te zorgen dat het niet kan. Men knipt de vleugels van de staatsadministraties.

En voor mij is er maar één oplossing voor de toekomst: dat men dat ganse, gigantische apparaat stroomlijnt en alle 19de en 20ste eeuwse structuren afvoert. Met nieuwe implementaties binnen dat apparaat. Waarbij men een hele hoop verouderde zaken overboord gooit. Opnieuw met in het achterhoofd het onderscheid progressief en behoudsgezind.

Wat bedoel ik met oude structuren? Structuren die louter in stand gehouden worden. En dit al heel lang. Neem bijvoorbeeld de Nationale Bank. De Belgische Frank is al bijna twee decennia afgeschaft en toch hebben we nog steeds 1.200 mensen om voor de Frank te zorgen… Wij betalen dat. Deze zaal betaalt dat. De jeugd betaalt dat. Het doet me heel veel plezier om te zien dat er zo veel jeugd is. Want er ligt een gigantische last op de schouders van de jeugd. De last om heel dat verdorde gebeuren op te kuisen.

Hetzelfde met de senaat. Ook hier weer dat onderscheid tussen progressief en behoudsgezind. Men behoudt om Joost weet welke reden al die oude instellingen (klopt op het spreekgestoelte). De oude Nokia ligt in de kast. De senaat ligt in de kast. Kan je er nog iets mee doen? Helemaal niet. Maar hij kost wel nog steeds geld.

Voor mij – en spreek ik even voor de ondernemers – heeft de politiek als taak om zichzelf te ontvetten. Dat heb ik 20 jaar geleden al geschreven. Alles wat weg kan, moet weg. Uit de handen van de overheid. Want als de overheid het doet, kost het niet het dubbele of het driedubbele maar wel het vijfvoudige of het tienvoudige in vergelijking met de private sector die hetzelfde zou doen. Dus ten eerste: alles buitengooien wat niet tot de taak van de overheid behoort.

En zelfs bij goed functionerende overheidsbedrijven zie je wat het voor een ramp kan zijn om in de handen van de overheid te zijn. Neem nu een goed werkend overheidsbedrijf als bPost. Wel, twee weken geleden heeft meneer Labille met zijn loslippigheid ervoor gezorgd dat de overname van de Nederlandse Post niet is doorgegaan. Een unieke kans verkeken voor bPost, omdat er één politicus is die een geheime agenda heeft. En ook hier weer: de behoudsgezindheid. Laat ons bPost maar houden zoals het is. Geen vernieuwing, geen uitbreiding, geen dynamiek.

Daarmee wil ik afronden. We zitten er nog een tijdje mee. Ik geloof helemaal niet dat we met de huidige staatsstructuren ook maar enige toekomst hebben. En dan heb ik het nog niet eens over het communautaire. Maar over de manier waarop de natiestaat vandaag georganiseerd is. Totaal verouderd.

Als we toch zouden beslissen om onze toekomst uit te bouwen en er een progressieve injectie komt in de administratie en in onze staatsstructuur, dan ligt er voor Vlaanderen een gigantische toekomst in het verschiet. Want in Vlaanderen gebeurt het. De dynamieken zijn er. Alles is er mogelijk. We liggen op de juiste plaats. Het komt er enkel op aan om de ondernemers hun ding te laten doen en de overheden zich te laten beperken tot progressieve diensten en de ambtenaren hun werk te laten doen.

Ik dank u hartelijk.

[begin]