10 jun 2016

Lezing: Laudatio Prijs voor de Vrijheid 2016

0 Reacties

Philippe-de-backer-1412911139Op vrijdag 10 juni 2016 reikte Libera! in de Antwerpse HeadquARTers van Katoen Natie haar jaarlijkse Prijs voor de Vrijheid uit. Laureaat van 2016 was natiebaas Fernand Huts. Philippe De Backer, staatssecretaris voor sociale fraudebestrijding, privacy en Noordzee, nam de laudatio voor zijn rekening.

Dames en Heren, beste laureaat,

Toen ik de vraag kreeg of ik deze laudatio wou geven, sloeg het noodlot wederom toe. Ik kan u in deze relatief besloten kring iets over mezelf verklappen: Ik kan moeilijk nee zeggen. Dat speelt soms in m’n voordeel, soms in m’n nadeel. Als ik zo rond me kijk, hou ik m’n hart vast voor vanavond.

Maar er is geen weg terug. Als nee zeggen sowieso moeilijk ligt, dan is nee zeggen tegen een uitnodiging van een klassiek-liberale denktank zoals Libera! nog moeilijker. Nee zeggen tegen een laudatio voor Fernand Huts is quasi onmogelijk.

Bij een laudatio voor Fernand Huts stelt zich natuurlijk wel een probleem: Hoe begin je daar in godsnaam aan? Over Fernand kan je wel duizend dingen vertellen. Over elke poot één. Want hoe moet je deze ondernemende duizendpoot beschrijven of samenvatten.

Ik ken mensen die dat in één woord kunnen. Als u zich nog wil bedenken, is het nu het moment. Ik wil u gerust het telefoonnummer van Peter Mertens geven.

Ik ben natuurlijk geen kameraad van het kaliber van Peter Mertens. Ik heb meer bedenktijd en studiewerk nodig voor ik m’n mond opentrek. Studiewerk is nodig om door bepaalde clichébeelden te kunnen zien.

Van ondernemers zeggen we vaak dat ze eigenzinnig zijn. Steve Jobs, Marc Coucke of Balthazar Boma. Ze hebben één ding gemeen: Ze zijn allemaal eigenzinnig.

Toen Thomas De Soete in een uitzending van Café Corsari aan Fernand vroeg of hij hem eigenzinnig mocht noemen, antwoordde Fernand als volgt: “Nee, ik ben niet eigenzinnig. Ik ben realistisch. Het is gewoon de wereld rondom mij die surrealistisch is.”

Ik weet niet hoe zo’n argument of stijlfiguur heet. Ik weet wel dat ik hem dringend onder de knie moet krijgen want als je hiermee weggeraakt, geraak je met alles weg.

Als je echter langer nadenkt over die uitspraak, begin je er wel de waarde van in te zien. De realiteit is dat de wereld inderdaad op veel vlakken surrealistisch is. Of beter, de wereld is surrealistisch geworden. Het staat als een paal boven wat dat politiek en regeldrift is daar mee verantwoordelijk voor is.

Ik heb dat zelf ook mogen vaststellen. Of het nu gaat over het Europese, federale, regionale of lokale niveau: Overal kom je mensen tegen die geloven dat de samenleving als een kaartenhuis in elkaar valt wanneer de overheid de afmetingen van die kaarten niet reguleert.

Dat is natuurlijk onzin. Een samenleving heeft natuurlijk nood aan algemene spelregels. Te specifieke regels maken het systeem daarentegen onwerkbaar. Een samenleving is voortdurend in ontwikkeling. Niemand heeft een glazen bol om te voorspellen hoe de toekomst eruit zal zien.

Dat heeft belangrijke implicaties. Dat impliceert dat beleidsmakers de toekomst niet eindeloos kunnen reguleren. Dat impliceert ook dat een wet uit 1972 vandaag aan herziening toe is.

Sommige beleidsmakers durven dat al eens te vergeten.

Wat je dan nodig hebt is iemand die geen blad voor de mond neemt en in klare en verstaanbare taal zegt: “Ne soutien in nen env’lop steken, da’s iets anders als 20 ton staal uit een schip tillen.”

Deze stemmen zijn nodig om een punt op de agenda te zetten, om mensen wakker te schudden.

Het is tijd om wakker te worden. E-commerce en logistiek boomt overal. Het boomt net over de grens in Nederland maar Antwerpen blijft achter.

Waarom? Omdat een aantal organisaties een groter belang heeft bij stilstand dan bij vooruitgang. De vakbonden moeten op dat vlak hun verantwoordelijkheid onder ogen zien. Het is in het bedrijfsleven en de economie niet anders dan in de natuur. Wanneer de groei stopt, begint het afsterven. Stilstand is achteruitgang.

Vooruitgang is in de eerste plaats in het belang van de 8.000 havenarbeiders zelf. De rabiate opdeling in categorieën van de vorige eeuw maakt hen kwetsbaar in veranderende tijden. Die verandering kan je niet tegenhouden, maar moet je omarmen. We hebben in Antwerpen meer dan 6 miljoen vierkante meter ruimte voor logistiek, distributie en e-commerce. We hebben in deze stad meer dan genoeg laaggeschoolde mensen die nood hebben aan een job. Wat we niet hebben is een regelgeving die dat toelaat.

Als de vakbonden een nieuw kader voor de nieuwe economie blijven tegenhouden, hypothekeren ze de economische toekomst van het land. Daar dreigt iedereen de prijs voor te betalen.

Helaas beseft nog niet iedereen dat. Het is naïef om te denken dat dat besef plotseling of spontaan zal komen. Ook daar moet een einde komen aan het surrealisme. In dit land wordt weerstand tegen democratische besluitvorming door de overheid zelf georganiseerd.

Dat gebeurt op directe en indirecte wijze. Op directe wijze door subsidiëring van de bonden. Op indirecte wijze, zoals Boudewijn onlangs terecht scheef in een bijdrage, door het in stand houden van monopolies. Grote overheidsbedrijven, publieke instellingen en wettelijke monopolies zijn vakbondsbastions geworden. Deze syndicale forten doen meer aan zelfbediening dan aan dienstverlening.

Dat kan en mag niet de bedoeling zijn. Toch, is het niet verrassend dat dit zich zo manifesteert binnen de publieke sector. Als je de enige aanbieder van een bepaalde dienst kan platleggen, kan je een heel land platleggen.

Dat zal altijd zo zijn zolang de overheid die enige aanbieder blijft. De vraag die dan rijst is: Moet de overheid de enige aanbieder zijn? Of beter: Moet de overheid überhaupt een aanbieder zijn?

Met andere woorden: Een echt kerntakendebat is het enige fundamentele tegengif voor dit surrealisme. Alleen door het speelveld van de overheid te beperken en dat van het privé-initiatief te vergroten, kan je de macht van vakbonden en andere belangengroepen terugdringen.

Surrealisme aan de kaak stellen vergt moed. Kritiek geven op het status quo, op de heilige huisjes maar evengoed op het beleid wordt niet altijd in dank afgenomen. Dat is in veel gevallen een understatement.

Voor veel mensen is realisme dan ook gelijk aan pragmatisme. Of nog anders gezegd: De weg van de minste weerstand. Bij Fernand Huts lijkt het realisme het omgekeerde te zijn. Realisme is gewoon de weg vooruit, met of zonder weerstand.

Ook dat maakt je niet overal even geliefd. Fernand Huts krijgt vandaag weliswaar de Prijs voor de Vrijheid, winnaar worden van een populariteitspoll onder Antwerpse politici zit er wellicht niet meteen in. Ik weet dat de laureaat van vanavond daar niet echt wakker van ligt.

Dat heeft een specifieke reden. Politici zijn gewend aan kritiek. Het hoort bij het beroep. Het begint pas echt te wringen als politici hun criticasters niet weten paaien.

Het is op dat vlak dat Fernand Huts zich onderscheidt van vele andere criticasters. Waar anderen zich neerleggen bij de realiteit, grijpt Fernand de realiteit aan om de daad bij het woord te voeren. Als de Wet Major hem hier tegenhoudt om iets uit te bouwen, dan grijpt hij de mogelijkheden in het buitenland.

Tel daarbij ambitie en professionaliteit en je krijgt de internationale groep die Katoen Natie vandaag geworden is. Een logistieke speler met meer dan 12.000 werknemers in alle uithoeken van de wereld.

Grote hamvraag is uiteraard: Hoe bouw je een bedrijf op van 60 werknemers naar 12.000 werknemers op iets meer dan 30 jaar tijd? Ongetwijfeld zal hard werken een onderdeel van het antwoord zijn. Risico durven nemen ook, dat spreekt voor zich.

Uit boeken over management of ondernemen zou je wellicht honderdduizend andere antwoorden kunnen halen, allemaal even plausibel. De vraag is of je daar veel wijzer van zou worden.

Volgens Fernand alleszins niet, zo stelt zijn wikipediapagina: “Huts verkondigt merkwaardige stellingen, zo mogen zijn managers geen boeken over management lezen en moeten ze pinten pakken.”

In de politiek wordt deze techniek ook toegepast. Met wisselend succes.

Of de budgetten voor personeelsfeesten en personeelsuitjes het succes van Katoen Natie verklaren kan ik als buitenstaander onmogelijk zeggen. Wat het wel duidelijk maakt, mocht dat nog niet het geval zijn, dat Fernand Huts iemand is die trouw is aan zichzelf.

Niet alleen trouw aan zichzelf, maar ook trouw aan waar hij vandaan komt. Deze stad, deze buurt: De Seefhoek in Antwerpen. Een buurt die niet alleen vernoemd is geweest naar bier, maar eveneens de thuis was van Panamarenko, Willy Vandersteen, Jan Fabre en zelfs Vincent van Gogh.

Dat kan allemaal louter toeval zijn. Feit is dat met de Katoen Natie HeadquARTers de Seefhoek nu zelf een uitgebreide kunstcollectie heeft. Ook daar neemt Fernand Huts een voorsprong op andere ondernemers. Als belangrijkste Vlaamse mecenas laat hij zien dat het ook anders kan. Dat er kunst en cultuur kan gedijen naast de publieke sector en tot spijt van wie het benijdt: Dat een Rubens in Antwerpen kan blijven hebben we niet te danken aan de overheid, maar aan onze laureaat.

Ik begrijp dat John Crombez het daar lastig mee heeft. Ik denk daar anders over. Wij verschillen van mening over het idee dat mensen maatschappelijke verantwoordelijkheid kunnen opnemen zonder dat je ze daarvoor moet kapot belasten.
Trouw blijven aan jezelf is bovenal een manier om te overleven. Het is ook de enige manier om te geraken waar je wilt geraken. Om het in zijn eigen woorden te zeggen: “Wie geen gevoel voor relativiteit heeft, gaat kapot.”

Dames en Heren, beste Fernand,

Zo meteen krijg je de Prijs voor de Vrijheid overhandigd voor je realisme in tijden van surrealisme. Die krijg je omdat je een voorbeeld bent voor anderen. Niet alleen hebben we meer ondernemers als jou nodig. We hebben ook Hutsen in de politiek nodig die even recht door zee als jij zijn.

We hebben mensen nodig die spreken waar anderen zwijgen, mensen die handelen waar anderen twijfelen en mensen die nuchter blijven waar anderen gaan zweven.

Beste Fernand,

Ik weet: Het surrealisme heeft nog veel terrein. Maar ik blijf je optimisme delen: “De wijsheid zal overleven.”

Ik dank u

[begin]