26 jun 2015

Lezing: Laudatio Prijs voor de Vrijheid 2015

0 Reacties

Carl DevosOp vrijdag 26 juni 2015 reikte Libera! in het casino van Middelkerke haar jaarlijkse Prijs voor de Vrijheid uit. Laureaat van 2015 was Jean-Marie Dedecker. Carl Devos, professor politicologie aan de UGent, nam de laudatio voor zijn rekening.

Geachte dames en heren,

Het is een ware eer en genoegen enkele woorden aan u te mogen richten. Een uitnodiging van Baudewijn durf ik trouwens zelden weigeren. Hij heeft me getoond, in mijn eerste kandidatuur lang geleden, hoezeer vakkennis en charisma elkaar kunnen vinden in het doceren voor grote groepen. Ik probeer hem sindsdien nog steeds hopeloos te evenaren.

Ik weet dat hic et nunc in uw kringen een welhaast sacraal moment vormt. Ik ben er niet op uit om uw feestvreugde te bederven of gastvrijheid te misbruiken, maar alvorens mij over het geval JMD te buigen wil ik u gaarne vervelen met enkele losse, aanlopende gedachten over de ceremoniële reden van ons samenzijn. Ik weet dat u, aanhanger van het vrije woord, mij dat niet zeer kwalijk zal nemen. Bovendien is 20 minuten onafgebroken lang Jean-Marie eren van het goede te veel, het dreigt bovendien als een verplicht format over te komen waarin een mens na verloop van tijd zich moet uitputten in synonieme superlatieven. Terwijl ik over Jean-Marie enkel wil zeggen wat ik meen.

Als sociale wetenschapper hou ik van prijzen, al was het maar omdat ze over veel meer iets zeggen dan enkel over de ontvanger of uitreiker ervan. Als we de lijst der strijders van het vrije woord bekijken die u sinds 2003 ridderde, dan valt op dat die vrijheidsstrijders grotendeels op dezelfde flank actief zijn. Wat is dat toch met die zo teer beminde vrijheid, dat we vooral gelijkgezinden loven voor hun gedurfd gebruik en de verdediging ervan? Waarom is die bewondering, als het dan toch om vrijheid gaat – u noemt het ‘de prijs voor de vrijheid’, niet de ‘prijs voor het klassiek liberalisme’ – niet even groot voor wie strijdend voor diezelfde vrijheid en passant waarden of waarheden aanbrengt die u misschien minder welgevallen?

Let wel, de concurrerende ridderorde, leveranciers van de Arkprijs voor het vrije woord, getuigt evenmin van een diasporische invulling van vrijheid. Het gaat ook daar om mensen die zich actief inzetten voor de vrijheid van denken binnen een zekere, eigen bandbreedte van die vrijheid. Mij lijkt dat, op een subtiele en ingetogen wijze, eigenlijk een licht amendement op het genre zelf, de vrijheid van denken. Waarom overweegt u niet een strijder voor de vrijheid te eren die met die vrijheid heel andere dingen zegt dan wat u hier doorgaans hoort?

Persoonlijk ben ik, ook als wetenschapper, een fundamentalistisch aanhanger van die vrijheid van denken. En vind ik het recht op vrije meningsuiting, hoewel zoals geen enkel ander recht absoluut, een van de meest kostbare fundamenten van een open en vrije samenleving. Maar hoe cruciaal en existentieel ook, soms wordt het intensief gebruik ervan overroepen. Alsof zeer hard ook zeer vrij zou zijn. Want het radicale gebruik van die vrijheid wordt dan als de meest oprechte uiting ervan gezien. Soms doen bedienaars van het vrije woord, die we aldus omschrijven omdat ze dat recht opvallend hevig benutten, me denken aan snelheidsduivels op een rechte lijn.

Daar is niet zoveel aan, behalve de rechtervoet diep drukken. Daarin zit geen echte rijkunst, geen echte controle, maar vooral vermogen. Rijkunst en controle zitten doorgaans in de manier waarop bochten aangesneden worden. Ik heb meer bewondering voor chauffeurs die met meticuleuze behendigheid langs obstakels passeren dan voor chauffeurs die er dankzij hun snelheid doorheen rammen. Ik heb meer bewondering voor argumenten dan voor de decibels waarmee ze verdedigd worden. Het komt mij voor dat bij vrijheidsprijzen het risico aanwezig is dat het vermogen waarmee de spreekwoordelijke waarheid gezegd wordt, én inhoudelijke instemming als criteria overwegen. Moed mag geprezen worden, maar dat hoeft niet per se een prijs voor de vrijheid te zijn.

Maar m.i. Jean-Marie verdient die. Hij schuwt de tegenwind niet, meer nog, als kustbewoner zoekt hij die op. Hij wil de boeien van de vrije meningsuiting dieper in zee sleuren, en hij verdedigt de waarden van het klassiek liberalisme. Mocht ik in uw comité zitten, met uw criteria, ik had hem die prijs ook toegekend. Over Jean-Marie kan veel gezegd worden, ook dat hij zinvolle en noodzakelijke dingen heeft gezegd en aan de kaak gesteld. En dat een democratie Jean-Marie’s nodig heeft, bij voorkeur in beperkte mate. Hij heeft geprobeerd om de samenleving te bevrijden van een soort politiek die hij wou bestrijden, door er een ander voor in de plaats te stellen. Aan de einder beschouwd, niet met verpletterend succes. Maar soms zit verdienste gewoon in de poging.

Jean-Marie werd bekend als judocoach, als politicus was hij meer een bokser. Als ik hem bezig zag, nu nog altijd in zijn geschriften, dan zie ik iemand die mokerslagen en uppercuts uitdeelt. Zonder stoppen. Ik sta als broodschrijver soms te kijken van zijn bedrevenheid in bombarie, blijkbaar gesmaakt want Jean-Marie is auteur van een politiek succesboek. Maar meer dan een literair genre lijkt het me te vaak preken voor eigen kerk. Dat boksen is niets voor Jean-Marie. Een fatale vergissing zelfs, want daar vocht hij boven zijn gewicht. In tegenstelling tot boksen komt het er in judo vooral op aan om de kracht en beweging van de tegenstrever te gebruiken. Ik hou niet van sportmetaforen, maar soms zijn ze te accuraat om te laten liggen.

U zal het misschien niet geloven, maar ooit was ik zelf beoefenaar van de judosport. Dat stelde niet veel voor. Veel stelde dat niet voor. Het hoogste wat ik ooit bereikte was wurgkoning worden van mijn lokale ploeg: wurgen en gewurgd worden en zo om het langst overeind blijven. Mijn techniek was simpel: met mijn gestalte de zwaartekracht de helft van het werk laten doen en weten dat je nooit, nooit naar de sterren zelf mag kijken bij zuurstoftekort, maar precies ertussen moet gluren, in de oneindige leegte. De leegte is dan je beste vriend.

Jean-Marie heeft in zijn politieke loopbaan die kapitale fout gemaakt: hij keek teveel naar de sterren en werd te groot om nog gebruik te maken van de zwaartekracht. Hij is dan ook politiek gestikt. Niet zonder iets te betekenen.

Ik koester, niet uit medelijden of inhoudelijke overeenkomst, enige persoonlijke sympathie voor de breekbare mens Jean-Marie. Een euvel dat me zelden overvalt bij professionele bezigheden. Ik herinner mij een vakantie in Nederland, ook omdat ik er sindsdien daar geen meer heb genomen, waarin Jean-Marie mij belde. Gebroken. Ik herinnerde mij hoe ik voor de opnames van Terzake 09, op vraag van de eindredacteur, Jean-Marie naar het toilet volgde om hem moed in te spreken. Want hij stond er op het dakterras van het restaurant van het Vlaams Parlement met het vermoeden dat hij in Terzake 09 politiek afgemaakt zou worden.

Jean-Marie heeft veel te verduren gekregen. Dat is u bekend en hoeft hier niet herhaald te worden. Maar hij is zelf geen doetje. Over hem zijn ook heel wat onaangename en zelfs lelijke zaken verteld. Maar dat hoeft hier nog minder herhaald te worden. Ik dank Jean-Marie vooral voor twee boeiende politicologische lessen, één over de hardnekkigheid van ons politiek systeem en twee over het failliet van forza flandria.

LDD – eerst als Lijst Dedecker, vanaf 2011 iets wat ongeveer niemand zich nog herinnerd, ‘Libertair, Direct, Democratisch’ – werd gesticht in januari 2007 en werd zeven jaar later, n.a.v. de samenvallende verkiezingen van 25 mei 2014, alvast tijdelijk en wellicht definitief naar de politieke irrelevantie verwezen. De aangekondigde terugkeer van Jean-Marie, om het verlies van N-VA op te rapen, klinkt voor mij momenteel teveel als therapeutische hardnekkigheid.

Op 19 mei 2007 hield LDD een grote verkiezingsmeeting met ruim 6000 aanwezigen, in de aanloop naar haar eerste verkiezingsdeelname die met 6,5% voor de federale verkiezingen van 10 juni 2007 een waar succes waren. Jean-Marie toonde daarmee dat de kiesdrempel niet in staat is om nieuwkomers buiten te houden, zoals de anti-versnipperaars der politieke kartels expliciet hadden voorzien. Wie dat kan betekent iets.

Eind 2008, zo kwam in april 2009 naar boven, betrok Jean-Marie een privédetective in een politieke zaak tegen zijn rivaal Karel De Gucht, wat hem niet enkel zijn parlementaire onschendbaarheid en een proces kostte maar misschien een overwinningsnederlaag tijdens de Vlaamse verkiezingen van 2009. LDD haalde toen 7,62% voor het Vlaams Parlement.

Om de sfeer van die dagen wat op te roepen. LDD haalde in het najaar van 2008 ruim 16% in de peilingen (en was toen marktleider op rechts), in mei 2009 en dus een maand voor de verkiezingen nog dik 10%. Ik werd toen op de trein aangesproken door mensen die het systeem een lesje wilden leren door op LDD te stemmen: ‘Dat moet hier veranderen, ik stem op Jean-Marie’ (in Lichtervelde). Ik werd gebeld door partijvoorzitters met de vraag wie volgens mij in LDD in godsnaam ministeriabel was. Wie dat kan betekent iets.

In 2009 brak de veer. Ondertussen was duidelijk dat een nieuwe spelbreker op de kaart stond, een andere uitdager van het politieke systeem, N-VA. De verkiezingen van 2010 vormden een pijnlijke nederlaag voor LDD. Het werd een jarenlange afscheidsrit van een éénmansfractie, die in de media vaak boven veel andere speelde. In oktober 2012 ging ook de organisatorische aftakeling verder, in mei 2014 volgde de exit.

Neen, LDD heeft het systeem niet kunnen breken. Maar dat kan, zo wordt elke dag duidelijker, ook N-VA niet, zelfs niet zoveel sterker dan LDD ooit is geweest. Ondertussen leert het verhaal over kartels en gebroken woorden, over de nijdige strijd onder oud-kartelpartners in de huidige Vlaamse en federale regering, hoezeer die zogenaamde centrumrechtse grondstroom in Vlaanderen zichzelf door onderlinge stammentwisten en opportunisme liet verwateren in een vrij onschuldig verbindingskanaal binnen het bestaande politieke systeem. Uiteindelijk is rechts blijkbaar ook maar een bende jeanetten.

Denk bv. aan de tijden toen ene Guy Verhofstadt begin jaren 1990 aan tafel zat met Lode Claes of Paul Beliën op zoek naar een grote Vlaamse conservatieve partij, die politieke vernieuwing, Vlaamse autonomie en economische liberalisering zou brengen. Een operatie die burgerlijk conservatieven van CVP, PVV, VU en VB moest verzamelen. Maar de VLD werd iets anders, ondanks al die vergaderingen van de 1 oktobergroep in de redactielokalen van Trends, waar later een N-VA ministers zou huizen.

Het verhaal van LDD is een zoveelste illustratie van dat onvermogen om die zogenaamde Vlaamse grondstroom evenredig in politieke macht te vertalen. De saga van LDD is er een van verloren hoop. Hoop dat Belgisch systeem fundamenteel door libertairen bijgestuurd kon worden, hoop dat Forza Flandria die verandering zou leiden.

Jean-Marie is een karakterkop, zelfs het onderwerp van een spraakmakende plagiaatzaak in artistieke kringen. Een slecht karakter volgens velen, een goed volgens de meesten hier aanwezig. Dat interesseert mij persoonlijk minder. Wat mij meer interesseert is dat zelfs zo’n karakterkop als hij niet kon wat hij wou. Jean-Marie verdient appreciatie voor het feit dat hij op zijn manier met zijn boodschap probeerde om veel mensen weer geloof in politiek te geven, door die politiek in zekere zin van politiek te bevrijden. Want ik zag hoop in die onbekende ogen, daar in Lichtervelde. Al lukte dat maar even, en nooit helemaal, wie mensen van vrijheid doet dromen verdient een prijs.

Jean-Marie, gefeliciteerd en denk er aan: leegte kan je beste vriend zijn. Kijk niet langer naar de sterren, maar gebruik je vrijheid om op andere manieren dan partijpolitieke de vrijheid van anderen te verruimen. Doe weer aan judo, laat het boksen aan de touwtjesspringers. Ik dank u.

[begin]