26 jun 2015

Lezing: Inleiding Prijs voor de Vrijheid 2015

0 Reacties

Boudewijn BouckaertOp vrijdag 26 juni 2015 reikte Libera! in het casino van Middelkerke haar jaarlijkse Prijs voor de Vrijheid uit. Laureaat van 2015 was ere-senator Jean-Marie Dedecker. Libera!-voorzitter Boudewijn Bouckaert verzorgde dit inleidend woord.

Dames en heren,
Beste vrienden,
Lieve Christine en Jean-Marie,

Als voorzitter van Libera! heet ik u hartelijk welkom op de uitreiking van de dertiende- we zijn niet bijgelovig- Prijs van de Vrijheid. Namens het bestuur van Libera! hoop ik dat ge deze avond met volle teugen geniet van het feest, een feest van het verstand, een feest van het hart, het feest van het culinaire genot. Na de afloop mag u daar ,nog andere vormen van genot aan toevoegen maar daar kan Libera! niet voor zorgen.

Zoals u niet in de pers hebt kunnen lezen- maar ondanks de omerta van de officiële pers weet iedereen het toch- gaat de Prijs dit jaar naar Jean-Marie Dedecker, ere-volksvertegenwoordiger, ere-senator, ere-Vlaams-Parlementslid, voormalig coach van het Gold and Silver judoka-team, voormalig bankdirecteur, maar bovenal Vlaanderens libertair gezicht, de smoel van het ‘parler vrai’, de schrik van het establishment, de ontmaskeraar van de politieke leugen en hypocrisie.

Dames en heren, alle verdiensten en gebreken van onze laureaat hier bespreken… ik begin er niet aan. Voor zijn gebreken heb ik minstens een uur nodig. Maar voor zijn verdiensten heb ik minstens de ganse weekend nodig en dat zou u te kostelijk uitvallen gezien de hoge hotelprijzen hier.

Maar ik wil wel kort de figuur van onze laureaat typeren en meteen ook motiveren waarom de prijs aan hem toekwam.

En ik begin met een geleerde referentie zoals het een professor past. De Duits-Italiaans socioloog Robert Michels schreef in 1911 een boek met als titel ‘Zur Soziologie des Parteiwesen in der Moderne Demokratie. Untersuchungen über die oligarchischen Tendenzen des Gruppenlebens’. Michels was een socialist die achteraf overgelopen is naar het fascisme. Het onderscheid tussen socialisme en het fascisme is niet zo groot. De mensen die in Oostende wonen beseffen dat maar al te goed.

Maar Michels heeft wel een interessant idee ontwikkeld, namelijk de ijzeren wet van de oligarchie. In grote organisaties zoals vakbonden en partijen ontstaat er een onvermijdelijke trend bij de leiders om zich te organiseren en de eigen belangen te behartigen, tot grote dankbaarheid van de geleide groep en dank zij de passiviteit van de massa. Dit leidt ertoe dat de democratie, een systeem waar z de macht zogezegd toekomt aan het volk, ontaardt in een competitie tussen een aantal partijelites. Om het op het Belgïe van de jaren 2000 toe te passen, een 20-tal tsjeven, een 20-tal sossen en een 20-tal libero’s hadden het voor het zeggen. De verkiezingen zorgden er wel voor dat één van die elites voor een paar jaartjes op de reservebank moest gaan zitten, met de zekerheid echter dat in ze in de volgende match weer in de selectie zouden staan.

Wie in die jaren niets moest hebben van het oranje-rood-blauwe trio van oligarchenclubjes had maar één uitlaatklep, het Vlaams Blok, nu Vlaams Belang, dat in 2004, na een politiek proces- een democratie onwaardig- zo maar eventjes 24 % van de stemmen binnen haalde. Gerolf Annemans noemde zijn partij ‘ een uit de hand gelopen studentengrap’, waarmee hij wou zeggen dat het gesloten Blok-kliekje zelf nooit had verwacht zulk een massale aanhang te verwerven. Die aanhang, zo zou later blijken, was echter meer het gevolg van onvrede met het oligarchisch trio dan van vrede met het nogal gepeperde, xenofobe- om maar geen lelijker woorden te gebruiken- programma van onze studentengrap.

Een goede tien jaar nadien is het politieke landschap in Vlaanderen totaal omgewoeld. Het oranje-rode-blauwe oligarchentrio, dat vroeger tot 80 % van de Vlaamse stemmen binnenhaalde, haalt nu zelfs geen meerderheid meer. De uitlaatklep, de studentengrap, is blijkbaar overbodig want leeggelopen zoals een ballon.

Hoe is dat gekomen dames en heren? Wie is de trigger geweest van deze Vlaamse politieke revolutie? Wie heeft de ijzeren wet van de oligarchie van Robert Michels doorbroken?

Ook hier is sprake van een uit de hand gelopen stunt. De blauwe elite wou graag zijn marktaandeel verhogen en trok daarvoor iemand aan die niet tot de elite behoorde. Iemand die zich in de kijker had gewerkt, niet in het halfrond van kamer of senaat, maar op het vierkant van de tatami, door de Belgische judoploeg medaille na medaille te bezorgen. Een omhooggevochten volksjongen- niet omhoog gevallen want op de tatami valt ge meestal naar beneden- op de lijst zetten, dat staat altijd goed in Vlaanderen. Het was natuurlijk niet de bedoeling dat die volksjongen verkozen zou raken, maar dat hij veel voorkeurstemmen zou binnen brengen tot eer en glorie van de blauwe elite. Maar kijk, men kan niet alles voorzien en onze volksjongen werd verkozen en de blauwe elite zat opgescheept met ‘a pain in the ass’, zoals de Amerikanen het graag zeggen.

Jean-Marie, onze volksjongen in kwestie, heeft geprobeerd de VLD te verlossen uit zijn steriele elite-status en uit de dodelijke omarming van di Rupo en consoorten. Dat is niet gelukt. In oktober 2006 stonden Jean-Marie, Hugo Coveliers en ikzelf voor de blauwe tuchtcommissie. Ik zie ze nog voor mij zitten, de leden ervan, allemaal met de kop, naar de grond gericht beschaamd omdat ze meespeelden in deze beschamende en anti-liberale defenestratie. De krant De Morgen beschreef met intens plezier het gebeuren: de drie musketiers die voor het VLD-gebouw stonden: een korte uitleg en hop, weg waren ze….’hopelijk voorgoed’, dacht de redacteur erbij.

Maar we kwamen terug. Niet via coöptatie door een of ander elite maar omhooggestuwd door de wil van duizenden hardwerkende en overbelaste Vlamingen, die zowel de drie elites als de uitlaatklep beu waren en kozen voor een fris en vrank centrum-rechts breekijzer, de LDD van Jean-Marie Dedecker.

De partijgeschiedenis ga ik hier niet reciteren. Dat laat ik over aan een of andere doctorandus uit de stal van Carl Devos, de volgende spreker. Maar we mogen als LDD-ers fier zijn op wat we tussen 2007-2014 voor elkaar hebben gekregen. LDD is gedurende zeven jaar een vinnig ideeënfabriekje geweest en uit dat vaatje wordt nog steeds gretig getapt. Gisteren luisterde ik naar de Groep van Tien op VRT 1 en daarin werd de vlaktaks met een ruime belastingsvrijstelling voor de laagste inkomens gretig geciteerd door sommige deelnemers en mevrouw Gwendolyn Rutten schaarde zich voluit achter het idee. In plaats van de groezelige taxshift – vroeger noemde men dat belastingsverhoging aldus rector Rik Torfs- zou dit LDD- idee de fiscale administratie met een slag vereenvoudigen, de kansarmen vooruithelpen en de arbeidskosten naar beneden halen. Ooit komt dit ervan, Jean-Marie ik hoop dat je dit nog mag meemaken voor je in het rusthuis belandt.

Beste Jean-Marie, in 2010 en 2014 hebben we pijnlijke nederlagen moeten doorslikken en moeten toezien hoe andere partijen dank zij onze inzichten met de eer zijn gaan lopen. Nu, in 2015 leven we nog wat in de schaduw van deze tegenslagen. Maar met de loop der jaren, wanneer men alles in een wat breder tijdsperspectief zal kunnen plaatsen, zal men beseffen dat gij met uw geïmproviseerd LDD-groepje een echt breekijzer zijt geweest in de Vlaamse politiek. Gij hebt de Ijzeren wet van Robert Michels althans voor een tijdje doorbroken. Een goede democratie heeft zulke breekijzers nodig. Of sterker gezegd, als er geen Jean-Maries meer mogelijk zijn dan is het afgelopen met de democratie.

En ik wil eindigen, dames en heren met een streekgerecht. Een kleine 700 jaar geleden stond deze streek, het Vlaamse kustgebied en de Brugse vrije op stelten omdat de boeren en de ambachtslieden het beu waren gebukt te gaan onder de belastingdruk van de Franse koning. Onder leiding van Nicoklaas Zannekin trok men ten strijde tegen de Fransen maar jammer genoeg werden de Kerels, zo werden de opstandelingen genoemd, in 1328 in de slag van Kassel verslagen.

De flamingant Julius DeGeyter maakte een bewerking van het Kerelslied dat luidt als volgt (het is in het Westvlaams maar dat was toen de taal van heel het graafschap-de geschiedenis is niet noodzakelijk vooruitgang-)

Ic wil van de keerle singhen
Al met sinen langen baert
Hine laet ghenen ruter hem dwingen
Ontembaer so es hi van aert
Ende of sine cleeder ontnait sijn
Sin hooft met een hoetkin gecapt
Ende mach sin caproen ooc verdraait sijn
Sin scoen ende cousen ghelapt
At eti maer wroughelen, caes ende broot,
Al slaept i up stro ende cruut,
Vri als e veulen en kent i geen noot
Ende lacht I die ruters uut

Wel Jean-Marie, dat lied zou voor jou kunnen geschreven zijn. Een echte kerel van Vlaanderen en lacht de ‘ruters’ , de oligarchen van Vlaanderen, maar verder uit tot uw laatste snik.

Ik dank u voor uw aandacht.

[begin]