22 apr 2015

Essay: Eigendomsrechten zijn er voor iedereen

0 Reacties

Boudewijn BouckaertLibera!-voorzitter Boudewijn Bouckaert nam in april 2015 deel aan de Regional Meeting van de Mont Pelerin Society in Lima, Peru. Hij was daar discussant (klik hier voor zijn presentatie) en ontmoette er o.a. de vermaarde Peruviaanse econoom Hernando de Soto. Naar aanleiding daarvan schreef hij dit essay.

(Essay door Boudewijn Bouckaert)
Download hier de PDF

‘Piketty ziet niet in dat deze conflicten geen revolte van de armen tegen het kapitaal betekenen, maar wel een revolte om kapitaal’.
(Hernando de Soto in Neue Zürcher Zeitung, 5 april 2015)

Boudewijn Bouckaert Hernando De SotoPeru is uitzonderlijk in Latijns-Amerika. Niet alleen op toeristisch vlak –iedereen kent wel Machu Picchu- maar ook op intellectueel vlak. De twee top-intellectuelen van Peru, Maria Vargas Llosa en Hernando de Soto, zijn beide fervente en creatieve liberale denkers. Dit is ongewoon in een continent waar het intellectuele leven beheerst wordt door een mengeling van marxisme en populisme. Jammer genoeg leven beide liberale toppers op voet van onmin. In 1990 stelde Maria Vargas Llosa zich kandidaat voor de presidentsverkiezingen. Hernando de Soto koos echter de zijde van tegenkandidaat Fujimoro. Alhoewel het programma van beiden grotendeels gelijklopend was wist Fujimoro dit programma beter te verkopen en versloeg hij met ruime cijfers Vargas Llosa. Deze politieke twist is nog niet verteerd. Op de Mont Pèlerin Society in Lima van einde maart was Hernando de Soto dan ook niet uitgenodigd. Omdat zijn onderzoek en zijn ‘policy’-werk goed aansluit bij mijn interesse ging ik hem, trouwens op aanraden van Dirk Verhofstadt, opzoeken in de marge van de conferentie. Vier uur sprak ik met hem. Een waterval van liberale inzichten en liberaal beleidswerk voor het gros van de wereldbevolking.

Rule of law en eigendomsrecht.

Hernando de Soto is als liberaal economist sterk overtuigd van de superioriteit van het vrije marktsysteem gebaseerd op individuele eigendomsrechten. Dit op zichzelf is niet bijster origineel. Wel origineel is zijn analyse van de armoede in de ontwikkelingslanden en zijn strategie om aan die armoede te verhelpen. De Soto wijst er immers op dat het welvaart genererend impact van de vrije markt niet uit de lucht komt vallen. De welvaart van het gros van de bevolking kan slechts duurzaam groeien wanneer de ondernemingszin van de mensen gekanaliseerd wordt binnen een formeel systeem van regelen en instellingen, dat de ondernemingszin van individuen inschakelt in een breed netwerk van uitwisseling en coöperatie. Om even een ‘wat als’ te doen: stel dat in ons land het burgerlijk wetboek niet bestond, er geen registratie van eigendommen was, er geen notarissen of advocaten waren, er geen rechtbanken waren om eigendommen te beschermen of om contractuele verplichtingen af te dwingen. Het resultaat zou desastreus zijn. Men zou zijn huizen en bedrijfsgebouwen niet kunnen achterlaten, want ze zouden kunnen ingepalmd worden door anderen; men zou zijn vastgoed maar moeilijk aan niet-bekenden kunnen verkopen of verhuren, want die zijn niet zeker of ze deze panden kunnen behouden; hypotheken nemen op deze huizen of bedrijfsgebouwen om leningen aan te gaan zou onmogelijk worden; contractuele banden aangaan met mensen die men niet persoonlijk kent zou een groot risico inhouden, zodat het contractueel verkeer dramatisch zou inkrimpen. Kortom, dank zij deze instellingen worden onze individuele capaciteiten en goederen ‘zichtbaar’ voor een groot en anoniem publiek wat meteen de gebruiks- en investeringsmogelijkheden ervan aanzienlijk uitbreidt. Hernando de Soto heeft deze inzichten op theoretisch en historisch vlak op een briljante wijze uitgewerkt in zijn boek ‘ The Mystery of Capital. Why Capitalism Triumphs in the West and fails everywhere else?’. Culturele antropologen beweren graag dat de kapitalisme en vrije markt cultureel niet passen bij niet-Westerse volkeren en dat bijgevolg alle pogingen om deze systemen in de Derde Wereld te laten werken tot mislukking zijn gedoemd. Volgens de Soto is dit klinkklare onzin. Het aantal ondernemers in Derde Wereldlanden is wellicht veel groter dan in Westerse economieën, waarin de meerderheid in loonverband of voor overheidsbureaucratieën werkt. Alleen gaat het in de Derde Wereld om zeer, zeer kleine ondernemers die gedoemd zijn om in een informele bedrijfsomgeving te werken. De Soto heeft het hier over een ‘extra-legale’-economie. Het woord ‘illegaal’ weigert hij te gebruiken omdat deze mensen in se niets verkeerd doen. Anders dan de kleine formele sector in deze landen zijn deze ondernemers in hun eigendomsrechten en bedrijfsactiviteiten niet beschermd door rechtsbanken en politie en zijn zij veroordeeld om in hun kleine informele kringetje te blijven ronddraaien en via omkoperij de eventuele repressie van de overheid af te kopen. De Soto bleef niet in theoretische analyses steken maar trok hieruit een aantal beleidsconclusies en ging met deze conclusies de boer op bij allerlei beleidsmakers en internationale fora. In 2001 was hij overigens op uitnodiging van eerste minister Guy Verhofstadt te gast op een colloquium over globalisering in Gent.

Het Andere Pad

In de tachtiger jaren van vorige eeuw zat Peru in de greep van de terreur van de marxistische beweging ‘Het Lichtend Pad’ (‘Sendero Luminoso’). In de strijd tussen deze beweging en het regeringsleger kwamen ongeveer 70 000 mensen om. Door de armoede op het platteland en de quasi-rechteloosheid van de inheemse boeren vond Sendero Luminoso hier een gemakkelijk rekruteringsveld. In reactie op deze uitzichtloze situatie van burgeroorlog richtte de Soto het ILD op (Institute for Liberty and Democracy) en schreef hij het boek ‘ Het Andere Pad (‘ El Altero Sendero’). In dit boek bekritiseerde hij scherp het oligarchisch karakter van de Peruaanse samenleving en de discriminatie van de inheemse bevolking. In plaats van de collectivistische utopie van Het Lichtend Pad bood de Soto aan de bevolking een ander alternatief, nl. dat van een open, inclusieve liberale samenleving waarbij de eigendomsrechten van de bevolking beschermd en geformaliseerd zouden worden zodat de grote massa’s geleidelijk aansluiting zouden kunnen vinden bij de globaliserende economie. Dit programma sloeg aan bij de arme bevolking. De marxisten werden dit gewaar en probeerden met bomaanslagen op de ILD-kantoren de Soto te vermoorden. Na de overwinning van Fujimoro in 1990 kreeg de Soto de kans zijn inzichten in beleid om te zetten. Hij schatte de waarde van de goederen die in de informele economie betrokken waren op 80 miljard dollar. Het kwam erop aan deze waarden een formele bescherming te geven en ze in te schakelen in de officiële economie. Daartoe moest er op wettelijke vlak echter heel wat veranderen. Studenten van de Soto testten uit hoe lang het duurde vooral een shop kon gelegaliseerd worden. Het duurde gemiddeld 299 dagen! In Lima leefden miljoenen mensen op gronden die niet van hen waren maar formeel aan de staat behoorden. De investeringen in deze huizen bleven relatief laag want er was het gevaar van uitdrijving. Hypothecaire leningen aangaan met deze huizen als onderpand was onmogelijk want de huizen waren illegaal. Vanaf 1992 begon een grootscheeps legaliseringsprogramma gebaseerd op 416 nieuwe wetten. Het legaliseringsprogramma had een impact op het leven van bijna elk Peruaan. De informele sector werd quasi volledig gelegaliseerd, de eigendommen werden legaal, de investeringen namen fors toe en de kredietmarkt, gebaseerd op de nieuwe gelegaliseerde onderpanden, explodeerde. Dit droeg sterk bij aan de economische groei van Peru, de snelst groeiende economie in Zuid-Amerika;

Je suis Mohammed Bouazizi

In december 2010 stak de Tunesische fruitverkoper Mohammed Bouazizi zichzelf in brand omdat hem een vergunning voor zijn stalletje was geweigerd. Dit was de trigger voor de Arabische lente. In de pers werd deze revolutionaire golf exclusief geduid als een strijd van democratie tegen dictatuur. Volgens de Soto was er echter meer aan de hand en hij trok op onderzoek in de betrokken landen. De ILD-onderzoekers kwamen te weten dat Mohammed Bouazizi niet de enige was die tot zelfmoord overging. Niet minder dan 66 anderen pleegden zelfmoord of ondernamen pogingen daartoe omwille van gelijkaardige omstandigheden. Telkens ging het om ‘extralegale’ ondernemers die door corrupte overheden belet werden hun activiteit verder te zetten. Zoals vroeger in Peru zit ook in de Arabische wereld het gros van de ondernemersactiviteit in de ‘extra-legaliteit’. Amper 8 % van de landeigendom is geregistreerd en komt in aanmerking als onderpand voor leningen. Amper 15% van de ondernemingen kunnen op normale rechtsbescherming rekenen. Een gemiddelde Arabische onderneming heeft 57 documenten nodig voor zijn opstart, heeft hiervoor gemiddeld 2 jaar nodig, moet hiervoor gemiddeld aan de loketten van 29 overheidsinstellingen passeren en moet met 215 wetgevingen rekening houden. Ongeveer 380 miljoen Arabieren ontwikkelen hun economische activiteiten in de ‘extra-legaliteit’. Voor Arabische politieke elites is dit een comfortabele situatie. Zij genieten van oligopolische bedrijfswinsten en ontvangen rijkelijk omkopingssommen van de Mohamed Bouazizis die hun handeltje willen verderzetten. Dit is dan ook de kern van de Arabische stagnatie. Jammer genoeg voor de bevolking in deze landen blijft het wachten op diepgaande economische hervormingen zoals in Peru.

In naam van al de mijnen

Dit jaar werd de Soto in Peru geconfronteerd met een nieuwe uitdaging. In de Andes-hooglanden en in de Amazonegebieden werd de laatste jaren de aanwezigheid van talrijke kostbare mineralen ontdekt. De kwestie stelt zich wie deze mag uitbaten en wie de opbrengst ervan mag opstrijken. In Zuid-Amerika wordt een dergelijk probleem meestal als volgt opgelost. De regering spreekt een of meerdere grote ontginningsmaatschappijen aan die een ontginningsrecht krijgen in de betrokken gebieden. Vervolgens onderhandelt de regering met de ‘chefs’ van de inheemse gemeenschappen in wiens leefgebied de mineralen zich bevinden en belooft hen allerhande voordelen zoals schoolgebouwen, hospitalen, wegen, enz. Dit proces wordt uiteraard rijkelijk ‘gesmeerd’ met omkoopsommen. Tegen dit werkwijze ontstaan dan meestal marxistisch geïnspireerde tegenbewegingen met bloedige incidenten voor gevolg. In Peru kregen de eigenaars van gronden, waaronder zich mineralen bevinden het recht om een mijnvergunning aan te vragen. Van de 300 000 families, die potentiële mijnrechten bezitten, hebben er 70 000 een poging ondernomen om een formeel mijnrecht te bekomen. Amper 5 ervan haalden de deadline hiervoor van 5 april 2014. De ILD berekende dat om een mijnvergunning te bekomen er gemiddeld 1260 dagen nodig waren en een som van 87 849 dollar. De formalisering van de mijnrechten was dus eerder fictie dan werkelijkheid. De ILD startte een grote volksbeweging op om de formalisering van mijnrechten toegankelijk te maken voor elke grondeigenaar. Waar ‘normaal’ een dergelijke volksbeweging gedragen wordt door marxistische agitatoren, krijgt zij hier een brede volksliberale dimensie. Dit is tamelijk uniek in de wereld.

Back to the roots

De inzichten en acties van de Soto moeten ook ons, westerse liberalen, aan het denken zetten. Omdat bescherming van iedereens eigendomsrechten en de rule of law bij ons zo evident geworden is, zijn we geneigd het immense belang ervan voor de volkswelvaart te vergeten. De achttiende eeuwse verlichtingsfilosofen in Engeland en Frankrijk hadden hierop nochtans een klare kijk. Volkswelvaart, vrijheid en bescherming tegen overheidstirannie zijn alleen maar mogelijk door het sociaal leven te onderwerpen aan een stelsel van algemene regelen zonder privileges noch discriminaties waarin iedereen in zijn door eigendomsrechten beschermde sfeer zijn creativiteit, zijn werklust en zijn ‘pursuit of happiness’ kan ontwikkelen. In de meeste landen is deze liberale revolutie amper begonnen. Hernando de Soto heeft alvast het startsein gegeven.

[begin]