30 jun 2014

Lezing: Leve de Vrije Markt!

0 Reacties

Peter De KeyzerGeachte Baron, Geachte Minister, Geachte leden van de raad van Bestuur van Libera, Lieve Karen en Familie, Beste collega’s en vrienden. Het doet me veel plezier jullie hier allemaal samen te zien ter gelegenheid van de uitreiking van de Prijs voor de Vrijheid 2014. Het is me dan ook een bijzonder voorrecht en een grote eer dat Libera besloten heeft deze prijs te mogen ontvangen. Ik dank Libera dan ook voor deze blijk van waardering.

(Lezing door Peter De Keyzer)
Download hier de lezing in PDF

Ik zou deze Gustave de Molinari-lezing willen opdragen aan de vrije markt en meer bepaald op de fantastische welvaart die ze heeft mogelijk gemaakt. De afgelopen twee eeuwen hebben vrijheid en vrije markt een wereldwijde welvaartsexplosie mogelijk gemaakt die ongezien is in de geschiedenis van de mensheid.

Het is dan ook paradoxaal dat we het uitgerekend in deze meest rijke en meest vrije regio ter wereld vaak zo moeilijk hebben om die vrijheid te waarderen. Binnen politiek, media en bevolking zien we dan ook steeds vaker een vijandigheid tegenover een vrije markt waaraan we die welvaart en voorspoed te danken hebben. Precies daarom zou ik graag wat dieper willen ingaan op het belang van de vrije markt. In de eerste plaats de cruciale rol die ze heeft gespeeld en nog altijd speelt in het realiseren van onze huidige welvaart, levensstandaard en rijkdom. In de tweede plaats wil ik een antwoord bieden aan de critici van de vrije markt. Ik zal aantonen dat hun bezwaren tegen de vrije markt maar een dun laagje vernis zijn waaronder tegelijk een misprijzen voor individuele vrijheid en een voorliefde voor dirigisme schuilgaat. Tenslotte zal ik aantonen dat we vandaag meer dan ooit een vrije markt nodig hebben. Voor heel wat van onze huidige economische, financiële en maatschappelijke problemen zouden meer vrijheid en meer vrije markt ons al een flink stuk op weg van de oplossing zetten.

Leve de vrije markt !

De vrije markt is geen financieel gegeven. De vrije markt is zelfs niet noodzakelijk een economisch gegeven. In haar meest gedistilleerde vorm is de vrije markt een transactie uit vrije wil tussen twee vrije individuen. Die heeft op dat moment zelfs niets te maken met een economie of met financiën. Het is een ritueel dat even oud is als de mensheid. Waar mensen mekaar ontmoeten, ontstaat een markt. Waar markten ontstaan, ontstaat meer menselijke interactie en beschaving. Is het toeval dat de belangrijkste, rijkste en meest verfijnde steden ter wereld allemaal ontstonden uit markten en uit handel? Doorheen de hele geschiedenis staat “de markt” symbool voor de handelende mens. De handelende mens die door welbegrepen eigenbelang, vraag, aanbod, concurrentie en innovatie niet alleen zichzelf maar ook de mensheid als geheel heeft vooruitgeholpen.

Niemand vatte beter de essentie van de vrije markt samen dan Adam Smith. Hij zei dan ook “It’s not for the benevolence of the butcher, the brewer or the baker that we can expect our dinner, bur from their regard to their self-interest.” Kweekt een boer groenten omdat hij bekommerd is om het lot van de mensheid? Herstelt een garagist auto’s uit medeleven met de met autopech gestrande medemens? Staat een kok voor dag en dauw op de vroegmarkt uit naastenliefde voor zijn hongerige klanten later op de dag? Drie keer neen. En daar is niets oneerbaars aan. Precies door hun welbegrepen eigenbelang na te streven, zorgen boer, garagist en kok voor de grootst mogelijke welvaart voor iedereen. Dat is de boodschap van Adam Smith: de beste manier om de samenleving vooruit te helpen, is niet om een centrale planner uit welbegrepen naastenliefde keuzes te laten maken in de plaats van elk individu. De beste manier is om iedereen zijn eigen leven te laten invullen, zijn eigen keuzes te laten maken en zelf zijn welbegrepen eigenbelang te laten nastreven…. 

Waarom gaat onze neiging tot handeldrijven al millennia mee en waarom is die markt altijd onuitroeibaar gebleken? Waarom zijn experimenten met het aan banden leggen van de markt in het verleden altijd al mislukt? Waarom ontstond zelfs in de meest repressieve planeconomieën altijd een zwarte – lees: vrije – markt. Omdat niemand er beter in slaagt om te beantwoorden aan al die volkomen verschillende, unieke en individuele behoeften van al die ontelbare individuen dan de vrije markt zelf. Het belang van vrije markten kan dan ook nauwelijks worden overschat. Haar diepe betekenis is immers dat ze mensen in staat stelt op zoek te gaan naar een verbetering van hun eigen lot. Zonder dwang van wie dan ook, uit eigen beweging en heel vaak tegen de wil van religieuze, morele of politieke leiders van het moment in. De vrije markt legt de beslissingsvrijheid bij waar ze hoort te liggen: bij individuele burgers. En dus niet bij politieke overheden, drukkingsgroepen, religieuze autoriteiten of andere groepen die  hun wil opleggen aan individuele burgers omdat ze hun eigen waardeoordelen waardevoller en belangrijker vinden dan die van individuele burgers. 

De vaak wanhopige manier waarop sommige regimes proberen om de individuele keuzes van burgers of consumenten in te perken, illustreert de macht van vrijheid en van de vrije markt. De regelmatige censuurpogingen van het internet en sociale media door de Chinese, Iraanse of Turkse overheid tonen heel goed aan dat een vrije consument, en bij uitbreiding een vrije burger, een bedreiging is voor elke overheid die zelf wil kunnen bepalen wat goed is voor haar eigen bevolking. Wie de vrije markt beknot, beknot de vrijheid. Dat is dan ook waarom in zowat geen enkel dictatoriaal regime een vrije markt bestaat. Of het nu gaat over Noord-Korea, Cuba of het voormalige Oost-Duitsland. Een regime dat zijn bevolking al niet vertrouwt met om de paar jaar een individuele keuzevrijheid in het stemhokje, zal die bevolking al zeker geen vrijheid gunnen om op dagelijkse basis keuzes te maken op de vrije markt. Een echt vrije markt geeft burgers dan ook de vrijheid om te gaan en staan waar ze willen, te kopen en te verkopen wat ze willen en op die manier hun behoeftes, wensen en verlangens te proberen vervullen. Heel terecht vrezen heel wat dictatoriale regimes dan ook de vrije markt en economische vrijheid als breekijzers voor meer politieke vrijheid.

Er wordt ook vaak vergeten dat de vrije markt vaak een erg goede zaak is voor de allerarmsten – vaak mensen zonder rechten. Niet alleen biedt de vrije markt hen de mogelijkheid hun arbeid, diensten of producten aan te bieden aan een veel ruimer publiek, als consumenten hebben ze zelf ook een veel ruimere en goedkopere toegang tot goederen en diensten. Dankzij de vrije markt en concurrentie besteden arme mensen wereldwijd vandaag al veel minder van hun inkomen aan voeding dan honderd, vijftig of zelfs twintig jaar geleden. Daar waar ontwikkelingslanden kozen voor de vrije markt en hun grenzen openden voor ingevoerde goederen, konden de bevolking door een grotere keuze aan producten tegen lagere prijzen haar levensstandaard verbeteren.

Waarom is de vrije markt controversieel?

Toch is die vrije markt niet zonder controverse en heeft ze vele tegenstanders. Vooral in Europa is het vaak bon ton om de vrije markt te verwerpen als een amorele of zelfs immorele instelling. Wie de vrije markt of vrijhandel verdedigt, wordt in het beste geval naïef genoemd. In het slechtste geval iemand die uit is op de wereldwijde uitbuiting en onderdrukking van arme burgers uit ontwikkelingslanden. De snelste en beste om te worden beschouwd als een echte intellectueel is te spreken over “de dictatuur van de vrije markt”.

Die uitdrukking gaat ervan uit dat de vrije markt zorgt voor een verknechting van de allerarmsten op deze planeet en hun lot nog zou verslechteren. Die bewering ligt bijzonder ver van de werkelijkheid. Inwoners – en dan vooral arme inwoners – van ontwikkelingslanden zijn vaker dan wie ook het slachtoffer van een absoluut gebrek aan vrije markt. De allerarmsten ter wereld leven meestal in een omgeving waar ze allesbehalve de vrijheid hebben om te gaan en staan waar ze willen, noch om te kopen of te verkopen wat ze willen. Eigendomsrechten – dat fundamentele grondrecht en de hoeksteen van vrijheid en vrije markt – bestaan vaker niet dan wel voor de allerarmsten op deze wereld.
Toch bestaat in het Westen vaak groot verzet tegen de vrije markt op wereldschaal – beter bekend als globalisering. Critici van globalisering zien het als een bedreiging zowel voor rijke Westerlingen als voor armen uit het Zuiden. Enerzijds zien ze globalisering als een bedreiging voor onze Westerse levensstandaard omdat die zou leiden tot een globale race to the bottom. Hierbij zouden onze jobs massaal verdwijnen naar het buitenland en zouden we onze arbeidsvoorwaarden moeten verlagen om concurrentieel te blijven. Hoewel globalisering winnaars én verliezers heeft, gaan we er collectief wel degelijk op vooruit.

De Westerse verliezers van globalisering zijn heel zichtbaar, vaak heel kwetsbaar en duidelijk identificeerbaar – denk maar aan de bouwvakker, staalarbeider of werknemer uit de textielsector. De Westerse winnaars van globalisering zijn een veel grotere groep. Het zijn de burgers die vandaag nog nooit zo weinig van hun huishoudbudget aan kleding of voeding hebben moeten uitgeven, het zijn de burgers die vandaag veel meer auto krijgen voor minder geld en op die manier hun levensstandaard en hun welvaart konden opkrikken. Het zijn de Westerse bedrijven en werknemers die nu de wereld als afzetmarkt in plaats van alleen hun eigen land. Op dat gebied is een fenomeen als de globalisering vergelijkbaar met technologische innovatie. De mechanisering van de landbouw heeft in Europa de afgelopen anderhalve eeuw ettelijke miljoenen en miljoenen jobs gekost maar heeft ons tegelijk rijker, gezonder en welvarender dan ooit gemaakt. De tijdelijke achteruitgang is voor een beperkte groep, de permanente vooruitgang is voor iedereen. 

Toch zien de critici globalisering vaak als een fenomeen dat heeft geleid tot de verknechting van de allerarmsten op deze planeet. Er is nauwelijks een bewering die verder van de waarheid ligt! De wereldwijde vrijhandel en globalisering heeft een turbo gezet op de ontwikkeling van de voormalige ontwikkelingslanden. Uitgerekend omdat de armste landen ter wereld toegang kregen tot de rijkste consumenten ter wereld, hebben zij hun levensstandaard de afgelopen decennia spectaculair kunnen opdrijven. Meer zelfs: dankzij meer vrije markt, meer vrijheid en meer globalisering is zelfs de wereldwijde ongelijkheid afgenomen. Het inkomen van een gemiddelde Chinees is de afgelopen twee decennia véél sneller gestegen dan dat van een gemiddelde Belg. Tussen 1972 en 2010 – ofwel 38 jaar – verdubbelde het Belgische inkomen per hoofd van de bevolking. China deed hetzelfde tussen 2002 en 2010. Of met andere woorden: de kloof tussen inkomens uit ontluikende landen en die van ons neemt af. Ook op het vlak van gezondheid verkleint de ongelijkheid. In het Bangladesh van eind jaren 90 stierven er van elke 1000 pasgeborenen maar liefst 150 voor hun vijfde verjaardag. In België waren er dat op dat moment nauwelijks 11. Dat is een verschil van maar liefst 139 sterftes per 1000 geboortes. Vandaag is dat verschil teruggevallen tot nauwelijks 38. Noch ontwikkelingshulp, noch centrale planners hebben kunnen bereiken wat de vrije markt op dit vlak heeft gerealiseerd. De globalisering heeft gezorgd voor een spectaculaire herverdeling van kansen en rijkdom op planetaire schaal: inkomens, rijkdom, levensverwachting, kindersterfte, onderwijs, alfabetisering…Allemaal gaan ze in arme landen veel sneller de goede richting uit dan in het Westen.

Rond die objectieve vaststellingen kunnen de critici van de vrije markt steeds moeilijker rond. Het is pas bij het debat over cultuur dat hun bezwaren tegen de vrije markt pas echt ontmaskerd worden. Meer bepaald als een misprijzen voor individuele keuzes en een voorliefde voor bevoogding en het opleggen van hun eigen mening.

Volgens velen hoort elke rechtgeaarde intellectueel de vrije markt in cultuur te verwerpen. Die zou toch alleen maar leiden tot een volkomen verschraling van het culturele aanbod. Er wordt gevreesd voor een algehele nivellering van het aanbod waarbij de commercie het zou halen van de goede smaak. De vraag die zich dan stelt: wie bepaalt wat goede smaak is? De ene leest graag Hugo Claus en de andere Pieter Aspe. De ene houdt van Klara en de andere van Radio Minerva. De ene is een fan van Daan en de andere van Dana Winner. Niemand heeft het monopolie op goede smaak. Toch worden subsidies toegekend door commissies die menen dat zijzelf die goede smaak in pacht hebben en bijgevolg kunnen bepalen wat mensen goed horen te vinden. Het is een raadsel waarop zij zich zouden baseren om het onderscheid te maken tussen goede smaak en wansmaak. In ieder geval zijn ze ervan overtuigd dat de burger zelf niet in staat is om dat onderscheid te maken. Als dat wel het geval zou zijn, dan zouden de subsidies uiteraard overbodig zijn.

Een tweede argument is dat cultuursubsidies nodig zijn om drempels te verlagen en de mensen de weg te laten vinden naar muziek, theater of musea. Ook dat argument houdt niet echt steek. Mensen vinden wel degelijk hun weg naar cultuur: kijk naar het succes van Pieter Aspe, Hugo Claus, Alex Agnew, Rock Werchter of Graspop, maar ook naar heel lokale en vaak kleinschalige evenementen. Bovendien richten de gesubsidieerde kunstvormen als opera, ballet of theater zich in de praktijk hoe dan ook al op de meer welgestelde burgers. De vraag is of subsidies voor hen echt wel nodig zijn. 

Waarom zijn er subsidies voorzien voor een Wagner-liefhebber in de opera en niet voor een Metallica-liefhebber op Werchter? Waarom wel subsidies voor het Toneelhuis en niet voor het Echt Antwaarps Theater? Mensen zijn echt wel in staat om zelf hun eigen culturele keuzes te maken en daar dan ook voor te betalen. Maar dan moeten die keuzes ook gerespecteerd worden. Waarom moet de samenleving als geheel de individuele keuzes van een kleine groep subsidiëren omdat die wel aan de zogenaamde goede smaak zouden beantwoorden? 

Het laatste argument om subsidies te geven aan kunstvormen “omdat die zonder subsidies niet zouden overleven” slaat ook al nergens op. Er zijn ontelbaar veel activiteiten te bedenken die alleen maar kunnen overleven als we ze zouden subsidiëren. Dat op zich is ruim onvoldoende als reden om op steun of subsidies aanspraak te kunnen maken. 

Het alternatief voor subsidies is individuele keuze en mecenaat. Wie een bepaalde kunstvorm wil zien, lezen, vasthouden, ervaren of kopen, kan daar zelf voor betalen. Via een ticket, via de aankoop van een kunstwerk of via het financieel ondersteunen van de artiest. Zonder dat een censor of elitaire commissie bepaalt wat geschikt is en wat niet. In de Verenigde Staten bestaan cultuursubsidies bijvoorbeeld niet of nauwelijks. Het is niet alsof dat heeft geleid heeft tot een verschraling van het aanbod. Denk aan zowat eender welke Amerikaanse film, tv-serie, artiest of beeldend kunstenaar: zonder subsidies. Wie ooit al de musea, musicals of opera in New York bezocht heeft, kan niet anders dan onder de indruk zijn van enerzijds de rijkdom van het aanbod en anderzijds het feit dat er geen dollar subsidie aan te pas is gekomen. 

Het is niet alsof zoiets in Vlaanderen onmogelijk zou zijn. Ook hier zijn er voldoende families en ondernemers die van cultuur houden en dat bewijzen met hun grote kunstcollecties, mecenaat of engagement in de culturele sector. Ook de gemiddelde burger is zelf perfect in staat om zijn eigen culturele keuzes te maken. Of de comités van de goede smaak zich in zijn keuze kunnen vinden, is een andere zaak. 

Waarom hebben we vandaag meer vrije markt nodig?

Hierboven hebben we bekeken welke grote voordelen de vrije markt biedt en hoe de critici van de vrije markt zich vergissen. Rest mij nu nog te benadrukken waarom we de vrije markt op dit moment meer dan ooit nodig hebben.

We staan vandaag op een historisch scharniermoment voor deze regio, dit land en dit continent. Gedurende het grootste deel van de afgelopen eeuw waren innovatie en bevolkingsgroei de twee belangrijkste pijlers van economische groei. Zonder er veel voor te hoeven doen, kwam de groei na de Tweede Wereldoorlog decennialang schijnbaar uit de lucht gevallen. Op die snel groeiende welvaartsbasis hebben we de afgelopen decennia zowel een bijzonder ruime herverdeling en een overheidsapparaat gebouwd. Maar we gingen zelfs nog veel verder dan dat. Het verlangen van de collectiviteit om structureel meer uit te kunnen geven dan er door individuele inspanningen kon worden verdiend, kon alleen maar worden ingelost door schulden te maken. In vergelijking met een paar decennia geleden heeft het Westen netto schulden gemaakt. In plaats van de tering naar de nering te zetten, hebben we de nering doorgeschoven naar de volgende generatie. 

Vandaag komen we tot het besef dat onze twee grote bronnen van economische groei: -bevolkingsgroei en productiviteitsgroei – steeds meer beginnen te sputteren. Tot onze grote ontzetting stellen we vast dat de schulden die we hebben opgebouwd in hoogconjunctuur zullen moeten worden terugbetaald met de opbrengsten van laagconjunctuur. Als een Pavloviaanse reflex lijken sommigen er vanuit te gaan dat alleen de overheid in staat is om die groei tevoorschijn te toveren. Dezelfde overheid overigens die door de opbouw van schulden een afnemend groeipotentieel heeft proberen maskeren. 

We lijken echter te zijn vergeten dat alleen een vrije markt, vrijheid en individuele verantwoordelijkheid voor duurzame groei op lange termijn kan zorgen. Een vrije markt betekent het afschaffen van subsidies die afhankelijkheid in de hand werken en innovatie afremmen. Een vrije markt betekent het aanpakken van belangengroepen, uitzonderingsmaatregelen en andere hinderpalen voor concurrentie. Een vrije markt betekent het beperken van monopolies die concurrentie haten en innovatie afremmen. Een vrije markt betekent een einde aan protectionisme dat beschermde sectoren helpt en de rekening doorschuift naar consumenten. De enige manier om opnieuw met groei, ambitie en innovatie aan te knopen, is de vrije markt opnieuw meer kansen te geven.

Het volstaat te kijken naar de rest van de wereld om te beseffen voor welke veranderingen meer vrijheid en meer vrije markt hebben gezorgd. Is het toeval dat de meest vrije landen ter wereld tegelijk de meest rijke landen ter wereld zijn? Is het toeval dat de toegenomen vrijheid in Azië heeft geleid tot een spectaculaire verbetering van de welvaart, daling van de kindersterfte en stijging van de levensverwachting. Is het toeval dat de landen waar de vrijheid wordt onderdrukt door corruptie, monopolisten en protectionisme er vandaag nog altijd slechter aan toe zijn? Is het toeval dat de Arabische Lente ontstond als een roep naar vrijheid in zowat de meest corrupte en meest onvrije regimes te wereld? 

Ook dichter bij huis zien we welke geweldige dingen een vrije markt kan bewerkstelligen. Denken we aan Apple, Uber, Amazon of Google. Die zijn er niet gekomen omdat de overheid fantastische ideeën had over een revolutionaire nieuwe telefoon, een nieuw systeem van taxidelen, een andere manier om boeken aan de man te brengen of om gegevens op heel grote schaal te verwerken of te vermarkten. Die innovaties – die onze welvaart hebben verhoogd – kwamen er dankzij het allerbeste systeem om bedrijven scherp te houden, ambitie te cultiveren en innovatie te stimuleren. Een systeem genaamd vrije markt.

Dames en heren, geachte genodigden. Dat brengt mij bij mijn conclusie. 

We zitten vandaag met veel schulden en een verminderd potentieel om die schulden nog terug te betalen. Toch moeten we ons daar niet bij neerleggen. Het hoeft voor deze regio, België of het Westen niet slecht af te lopen. Het is bijzonder makkelijk en vooral intellectueel lui om de ondergang te voorspellen als onvermijdelijk. Voorspellingen van een vadsig Europa dat zich wentelt in herverdeling, de ogen sluit voor alle uitdagingen en niet meer in staat is tot ambitie, groei, vooruitgang of innovatie zijn makkelijk te maken. Ze vereisen geen enkele verbeelding en zijn niet meer dan een vorm van goedkoop effectbejag. Toch is het even goedkoop om te beweren dat een goede afloop voor onze huidige problemen zomaar gegarandeerd zou zijn. Daarvoor zullen we heel wat inspanningen moeten leveren. Als we niet willen inbinden op de sociale beloftes die we onszelf hebben gedaan de afgelopen decennia zullen we de volgende jaren opnieuw met meer groei en welvaart moeten aanknopen. 

Meer welvaart zal er niet komen door een goedmenende en alwetende planner die de succesvolle sectoren, technologieën en industrieën van de toekomst selecteert en op die manier het maatschappelijk geluk maximaliseert. Meer welvaart zal er niet komen door meer schulden te laden op de volgende generaties. Meer welvaart zal er niet komen door het afkondigen van hogere lonen en lagere prijzen. Meer welvaart zal er niet komen door het vervangen van individuele verantwoordelijkheid door overheidsingrijpen. Meer welvaart zal er niet komen door ingrepen in de vrije markt waardoor laaggeschoolden en ouderen artificieel uit de markt worden geprijsd. 

Alleen meer vrije markt kan zorgen voor meer welvaart. Een vrije markt die ambitie, innovatie en eigen initiatief naar waarde schat. Een vrije markt die burgers en bedrijven voor hun eigen verantwoordelijkheid plaatst. Wie goederen produceert waar geen vraag naar is, moet innoveren in plaats van te rekenen op subsidies. Wie vindt dat hij te weinig verdient, moet zich bijscholen in plaats van te rekenen op automatische loonsverhogingen. Dat vereist een overheid die privaat initiatief en private keuzes als het hoogste goed beschouwt in plaats van zelf haar eigen keuzes te willen opleggen. Dat vereist een overheid die verantwoordelijkheid waardeert in plaats van afhankelijkheid. Dat vereist een overheid die innovatie beschouwt als een voordeel voor de hele maatschappij in plaats van een bedreiging voor bestaande belangengroepen. Dat vereist een overheid die concurrentie beschouwt als een zegen voor consumenten in plaats van als een bedreiging voor een klein aantal bedrijven.

Dames en heren, geachte genodigden. Dat is de onvoorstelbare kracht van vrije markten. Niet alleen hebben ze  de afgelopen decennia wereldwijd gezorgd voor een ongekende stijging van onze welvaart. Door innovatie, ambitie en individuele verantwoordelijkheid te belonen, zaaien ze ook nog eens de kiemen van toekomstige welvaart. Bovendien zijn ze in grote delen van deze planeet een gevreesd breekijzer voor meer politieke rechten. Wie de vrije markt toelaat, krijgt er vrije burgers gratis bij. Tot slot geef ik jullie dan ook mijn kernboodschap mee…

Besef dat vrije markten de beste garantie zijn op een zo groot mogelijke welvaart voor zo veel mogelijk mensen. En besef dat groei en welvaart niet kunnen worden gedecreteerd. Ze ontstaan waar vrijheid is. Vrijheid om te innoveren, vrijheid om te concurreren, vrijheid om te creëren.

[begin]