27 aug 2013

Lezing: De Laatste Vrijheid

0 Reacties

Frank Van DunOp dinsdag 23 juni 2013 kreeg Prof. Dr. Frank van Dun van de Universiteit Gent en de Universiteit Maastricht in de Grote Aula in Gent de jaarlijkse ‘Prijs voor de Vrijheid’ van de denktank Libera! overhandigd.

Na laudatio’s door Prof. Dr. Boudewijn Bouckaert en Prof. Dr. Paul Cliteur nam de laureaat zelf het woord en gaf hij de traditionele ‘Gustave de Molinari-lezing’. Een uitgeschreven versie daarvan vindt u hieronder. Frank van Dun gaf zijn lezing de titel “De Laatste Vrijheid” mee.

(Lezing door Frank van Dun)
Download hier de lezing in PDF

Ik neem deze gelegenheid graag te baat om terug te blikken op twee momenten in de ontstaansgeschiedenis van het filosofische libertarisme, het inzicht dat precies de menselijke vrijheid van denken, wil en geweten maakt dat het zinvol is te spreken over de mensheid en over algemeen menselijke waarden en normen. Na een verduidelijking van het begrip “filosofisch libertarisme” zal ik het hebben 1) over de ontdekking, in de Oudheid, van het onderscheid tussen werkelijkheid en realiteit, en daarmee samenhangend, het onderscheid tussen mening en waarheid, subjectieve beleving en objectieve kennis; en 2) over de middeleeuwse ontwikkeling van de begrippen “menselijke persoon” en “mensheid”. Daarna volgen nog enige opmerkingen over de prijs die wij betalen voor de verwaarlozing van dat inzicht.

Ik noem de vrijheid van denken, wil en geweten onze laatste of ultieme vrijheid omdat zij iedere menselijke persoon, dus ieder van ons, eigen is. Over die vrijheid kunt u zeggen, “Ik ben mijn vrijheid.” Niemand kan haar u ontnemen zonder u als persoon te vernietigen, ook wanneer hij erin slaagt uw natuurlijke vrijheid van handelen en meningsuiting aan banden te leggen of zelfs te vernietigen. Onze natuurlijke vrijheid van handelen en meningsuiting bestaat erin dat anderen onze natuurlijke persoonsrechten respecteren — maar dat hebben wij meestal zelf niet in de hand (als zelfverdediging van onze rechten al niet als misdrijf of fraude wordt bestraft). Omgekeerd, veel van wat wij vandaag ‘onze vrijheid’ noemen, bestaat erin dat wij straffeloos, op wettige wijze, de natuurlijke persoonrechten van anderen kunnen negeren. Wij zijn geneigd de anderen niet langer door de bril van het recht te zien maar nog enkel door de bril van de wet die ons door het politieke establishment wordt voorgeschreven en door toedoen van zijn onmisbare hefbomen, de ambtenarij, het onderwijs en de media van kindsbeen af dagelijks op de neus wordt gedrukt. Die zogeheten vrijheid is een symptoom van onze maatschappelijke heteronomie. Wat wij met onze vrijheid van denken, wil en geweten doen, is daarentegen alleen een kwestie van zelfrespect en zelfcontrole, een uiting van persoonlijke autonomie of zelfbeschikking.

Spreken over onze rechten is pas zinvol in het licht van onze vrijheid van denken, wil en geweten. Zij kenmerkt ons als “ethische subjecten” en meteen ook als “rechtssubjecten”. Zij maakt dat wij überhaupt rechten hebt. Zij maakt dat wij met recht en rede aanspraak kunnen maken op respect voor onze persoon en op vrijheid van handelen en spreken. Zij is wat ons onderscheidt van dieren en robotten. Het heeft geen zin over andere menselijke vrijheden te praten of daar voor te pleiten, indien men die essentiële vrijheid ontkent of buiten beschouwing laat. Wie dat toch doet heeft geen reden om mensen te onderscheiden van en anders te behandelen dan dieren en robotten.

De integrale tekst kan u via deze link lezen.

[begin]