04 sep 2012

Artikel: Milton Friedman en de jaren 1930

0 Reacties

Schulden zijn meer dan ooit het probleem van de overheid

(Artikel door Pieter Cleppe)

In zijn commentaar (“De spreiding van de fiscale lasten is totaal scheefgeslagen in dit land”, De Morgen, 31/08/2012) bekritiseert hoofdredacteur Wouter Verschelden de manier waarop de overheid zichzelf financiert. Hij stelt dat die “ziekmakend” is, waar hij natuurlijk een punt heeft, maar stelt dat er een probleem is “omdat de spreiding van de fiscale lasten totaal scheefgeslagen is” en “niet omdat de staat leent en een berg schulden heeft, dat is behalve voor losgeslagen adepten van Milton Friedman die blijkbaar de gevolgen van fout financieel beleid in de jaren dertig vergeten zijn een begrijpelijke zaak.”

Milton Friedman was nochtans geen voorstander van de beleidsreactie in de jaren ’30. Hij wilde dat centrale banken toen net meer geld hadden bijgedrukt, en vond dat de Amerikaanse Federal Reserve verantwoordelijk was voor de zware crisis doordat ze de geldhoeveelheid te veel had laten zakken. Dat is ook de reden waarom Ben Bernanke, de huidige voorzitter van de Fed, ooit op een galadiner voor de 90ste verjaardag van Friedman in 2002 stelde dat de Fed meer geld had moeten bijdrukken in de jaren ’30. Bernanke richtte zich toen tot Friedman, en zei: “je had gelijk. We hebben het gedaan. Dat spijt ons erg. Maar dankzij jou zullen we het niet meer doen”. Bernanke heeft de laatste jaren via het zogenaamde “Quantitative Easing” dan ook gigantische sommen geld in de economie gepompt.

Friedman had het echter verkeerd voor, althans volgens de aanhangers van de Oostenrijkse economische school met als meest bekende vertegenwoordigers Friedrich von Hayek, Ludwig Von Mises en Murray Rothbard. Die stelt dat de geldhoeveelheid in de jaren ’20 op gigantische manier was gegroeid, onder meer als gevolg van het opzetten van de Fed in 1913, wat tot een investeringsluchtbel leidde die uiteindelijk moest uiteenspatten. Het is juist dat het uitzweten van zo’n kater zeer pijnlijk is, maar het alternatief – hogere overheidsuitgaven en bijdrukken van geld – maken het enkel erger. In Duitsland leidde het tot de opgang van het nazisme.

De toenmalige Amerikaanse president, die vaak onterecht wordt voorgesteld als een aanhanger van het “laissez-faire” denken, Herbert Hoover, verdubbelde tussen 1929 en 1933 de overheidsuitgaven van de V.S. als je die bekijkt ten opzichte van de grootte van de economie. Die laatste kromp sterk als gevolg van gigantische belastingsverhogingen van Hoover. Zijn opvolger, Franklin Roosevelt, was echter nog erger. Hij liet de overheidsuitgaven nog meer stijgen, en de verliet de goudstandaard, die in de hele 19de eeuw voor een enorme economische groei had gezorgd. Zijn Minister van Financiën, Henry Morgenthau, zei in mei 1939:

“We hebben geprobeerd om geld uit te geven. We geven meer uit dan ooit en het werkt niet. (…) Geen enkele van onze beloftes zijn gerealiseerd (…) Onder 8 jaar met deze regering is er net zoveel werkloosheid als toen we begonnen (…) En daarbovenop nog eens een enorme schuld die we moeten dragen”.

Wat doet dit ertoe? Ook vandaag hebben we af te rekenen met de gevolgen van een enorme investeringsluchtbel. Bernanke en de centrale bankiers elders hebben geprobeerd om de kater op te lossen met het nog meer bijdrukken van geld, op aangeven van Milton Friedman.

De welvaartstaat wordt al jaren in grote mate op monetaire wijze gefinancierd. Politici stimuleren centrale banken om te veel geld aan de banken te lenen, waardoor de prijs van dit geld (de interestvoeten) artificieel laag komt te staan. Dit heeft als voordeel voor de overheid dat ze zichzelf op te goedkope wijze kan herfinancieren.

Dit heeft een kost. Zij die sparen verliezen aan koopkracht. Dit is relatief gezien erger voor de lagere inkomens dan voor de hogere. 5 procent verliezen van 10.000 euro is veel erger dan 5 procent verliezen van 1 miljoen euro. Bovendien kunnen enkel de rijken zich echt beschermen tegen geldontwaarding, via het aankopen van vastgoed, aandelen, of goud. Dat is ironisch, want sociale voorzieningen zijn net bedoeld voor de zwakkeren. Ook daarom zijn overheidsschulden en de manier waarop ze worden geherfinancierd een groot probleem.

[begin]