03 aug 2012

Artikel: Red de vrije markt

0 Reacties

Begin juni 2012 verscheen bij “De Bezige Bij” het nieuwste boek van Knack- en Trends-hoofdredacteur Johan Van Overtveldt. “Red de Vrije Markt: de Terugkeer van Milton Friedman” werd officieel in voorpublicatie aan het publiek voorgesteld tijdens de uitreiking van de Prijs voor de Vrijheid aan de auteur door Libera!.

(Recensie door Boudewijn Bouckaert)
Download hier de recensie in PDF

Het boek komt net op tijd. In de economische berichtgeving en opiniëring wordt met de regelmaat van een klok aangekondigd dat Friedman en zijn neoliberaal gevolg hun beste tijd hebben gehad omwille van de huidige crisissen en dat we best terugkeren naar de recepten van grootmeester Keynes om de crisis te lijf te gaan. De lectuur van JVO’s boek toont overtuigend aan dat de polarisatie Keynes-Friedman sterk moet genuanceerd worden en dat een teruggrijpen naar Keynesiaanse recepten voor de oplossing van de huidige crisissituatie allerminst evident is.

De auteur laat de intellectuele erfenis van Friedman tot haar recht komen door deze binnen de context te plaatsen van de ontwikkeling van het neoklassieke economisch denken, meer bepaald binnen de geschiedenis van de fameuze universiteit van Chicago. Dank zij een broeierig en hypercompetitief intellectueel klimaat wist deze school talrijke, soms met Nobelprijzen bekroonde, economische denkers voort te brengen (Frank Knight, Jacob Viner, Gary Becker, George Stigler, Aaron Director). De Chicago-school werd ook steeds meer synoniem van een economische denkrichting (neoklassieke economie) en een inspiratiebron voor een grootscheepse omslag in het economische beleid sinds het einde van de jaren zeventig (‘supply-side-economics’, monetarisme, neoliberalisme.

In deze ontwikkeling neemt Friedman een pivotale rol in. Enerzijds is hij de intellectuele vader van het monetarisme, nl. de positief-economische stelling dat verkeerd monetair beleid aan de bron ligt van algemene economische crisissen, meer bepaald de ‘Great depression’ van de jaren dertig, en de normatief-economische stelling dat het monetair beleid prijsstabiliteit moet waarborgen door een strikte monetaire groeinorm. Anderzijds is Friedman ongetwijfeld ‘the great communicator’ van de vrijemarktgedachte geweest in de jaren tachtig. De popularisering van de vrije marktgedachte realiseerde Friedman via zijn boek ‘Freedom and Capitalism’ en via de onvergetelijke televisieserie ‘Free to Choose’. Ook in Vlaanderen vond ‘Free to Choose’ via de toen nog zeer liberale omroepvereniging Librado. In hoofdstuk 3 ‘De Lange Mars’ brengt JVO Milton Friedman tot leven in een zeer leesbare mix van economische ideeëngeschiedenis en biografische gegevens.

De auteur, is zich natuurlijk bewust van het feit dat een groot deel van de publieke opinie Friedman nu verkettert als de intellectuele bron van alle crisisonheil en daarom het keynesianisme terug op het schild heeft geheven. In een volgend hoofdstuk gaat de auteur dan ook uitvoerig in op de confrontatie van de ideeën van Friedman en Keynes. Dit hoofdstuk is intellectueel zeer prikkelend en zou normaal veel commentaar moeten losweken in academische kringen. De auteur probeert hier immers Keynes als individuele denker los te maken van de intellectueel-economische stroming die zijn naam in haar vaandel heeft geschreven. De adepten van Keynes hebben hun zogezegde leermeester geijkt als een icoon van centrumlinks interventionisme. Volgens JVO doet deze ijking onrecht aan de ware Keynes die hij omschrijft als een conservatief en expliciet antisocialistisch denker.

Keynes was zwaar onder de indruk van de ‘Great Depression’ en was er ook van overtuigd dat in deze uitzonderlijke omstandigheden de klassieke recepten (besparen, loonmatiging, wachten tot de investeringen zich hernemen) niet werkten. Om het kapitalisme te redden greep Keynes naar de noodrem van een expansieve begrotingspolitiek en overheidsinvesteringen. Dit goot hij later in een algemeen theoretisch kader, een ‘General Theory’. De auteur is er, op basis van een aantal uitlatingen van de late Keynes, ervan overtuigd dat Keynes zware kritiek zou gehad hebben op wat zijn adepten van zijn theorieën hebben gemaakt. Ook blijkt uit een aantal uitlatingen van Keynes over Friedman en zelfs over Hayek dat de intellectuele kloof tussen deze denkers zelf niet zo groot was als er later werd van gemaakt. De auteur wijst in deze context op de zeer nefaste invloed van de oppervlakkige Philips-curve die door politici werd gebruikt en misbruikt als Keynesiaanse toverformule in het beleid.

Het laatste hoofdstuk (Miltons veronachtzaming) omvat een paar kritische bedenkingen over Friedmans visie en een aantal beschouwingen over de oorzaken van de huidige crisissen. Zo wijst JVO terecht op de asymmetrie in het monetair beleid tussen een politiek van renteverlaging en renteverhoging. Normaal moeten de twee bewegingen ingegeven zijn door zuivere economische motieven (stimuleren, oververhitting tegengaan). In de praktijk is dit niet het geval. Overheden en centrale bankiers kondigen graag met een glimlach renteverlagingen aan stellen noodzakelijke renteverhogingen zo lang mogelijk uit om electorale redenen. Het monetair beleid werkt dus, om ‘public choice’-redenen, niet zoals het op Friedmans papier werd beschreven.

Tenslotte weidt de auteur nog uit over de verschillende vormen van overheidsfalen die aan de bron liggen van de huidige crisissen waardoor hij ingaat tegen de populistische kreet dat dit alles aan hebzucht en neoliberaal beleid te wijten zou zijn. ‘The Age of Friedman’ tussen 1980 en 2005 was een periode van ongekende welvaart in de wereldgeschiedenis en een nooit gezien reductie van armoede in grote delen van de wereld. Een correct economisch beleid, dat ons terug op dat spoor brengt, zal niet mogelijk zijn zonder de recepten van Friedman er nog eens op na te lezen.

[begin]