30 apr 2012

Gastbijdrage: Het einde van de Euro

0 Reacties

In oktober 2011 publiceerde Johan Van Overtveldt het boek “Het Einde van de Euro” dat bij Acco in Leuven werd uitgegeven. Kort daarop kwam de auteur zijn boek ook voor onze Europese partner New Direction in het Europees Parlement voorstellen. Een verslag daarvan vindt u hier.

Het boek is reeds in verschillende talen vertaald en mag gerust een bestseller genoemd worden. Daarom vond Thomas Marckx het hoog tijd om het boek eens van nabij te bekijken. De politiek secretaris van LVSV Leuven recenseerde het voor het magazine Blauwdruk en de website van Libera!.

(Recensie door Thomas Marckx)
Download hier de recensie in PDF

In volle Eurocrisis is het normaal dat er veel aandacht gaat naar een boek met zulk een titel (weliswaar zonder vraagteken), net op een moment dat het voortbestaan van de euro effectief in vraag wordt gesteld.

Men kan beginnen door te zeggen dat dit geen typisch economisch boek is – misschien is dat wel de sleutel van het succes ervan. Het valt eerder te bestempelen als een geschiedenisboek door de ogen van een econoom. Het boek is verdeeld in vier delen. De geschiedenis van vóór de invoering van de euro, de eerste jaren van de eenheidsmunt, de eurocrisis en tot slot de onzekere toekomst van de euro.

In het eerste deel wordt dus de totstandkoming van het europroject besproken. Hij haalt eerst kort de lotgevallen aan van enkele landen die ooit een munt hebben gedeeld zonder tegelijkertijd een politieke unie te hebben gerealiseerd. Deze experimenten dateren al van de 19de eeuw – zo was er de Latijnse Monetaire Unie in 1966 tussen Frankrijk, België, Italië, Zwitserland en Griekenland en in 1872 de Scandinavisch Monetaire Unie tussen Zweden, Denemarken en Noorwegen. Telkens vertoonden zij dezelfde tekortkomingen als deze die we vandaag ook terug vinden. Hoewel deze muntunies nog gesteund waren op een dubbele goud- en zilverstandaard, was het niet mogelijk om op een evenwichtige en blijvende wijze de waarde van de verschillende nationale munten op elkaar af te stemmen. Aangezien zelfs het idee van een politieke unie nog onmogelijk was, verdwenen deze muntunies bij het uitbreken van de eerste wereldoorlog, wat meteen aantoont dat een muntunie niet per se voor stabiliteit zorgde op het continent.

Verder verklaart Van Overtveldt in dit deel ook de motivatie achter het streven naar de huidige Europese eenheidsmunt. Dit had veeleer met politieke dan met economische belangen te maken. Zo bleek dat Frankrijk – dat al jaren niet meer kon tippen aan de Duitse groeiende economische macht – een monetaire unie vooral wou gebruiken om greep te krijgen op dit nieuwe Duitsland. Mitterrand en Thatcher speelden politiek hoog spel door de Duitse kanselier Kohl met dreigementen over het tegenhouden van de Duitse eenmaking te “overtuigen” om toe te treden tot een ééngemaakte muntzone. Met als enige toegift dat de nieuwe centrale bank op Duitse bundesbank leest geschoeid moest zijn.

In het tweede deel van het boek toetst Van Overtveldt de nieuwe muntunie aan te theorie van de “Optimal Currency Area” – de optimale muntzone. Zo zijn er enkele vereisten waaraan voldaan moet zijn om van een succesvolle, duurzame muntunie te kunnen of mogen spreken: een sterke mobiliteit van de productiefactoren, prijs- en loonflexibiliteit, vergelijkbare inflatiepercentages, een hoge graad van openheid tussen de individuele landen, een hoge mate van diversificatie van de individuele economieën, financiële integratie, fiscale integratie en politieke integratie. Aangezien de euro van bij het begin een politiek project was, is het duidelijk dat de politieke wensdromen en drijfveren belangrijker bleken te zijn dan de economische realiteit. De mislukking van de Europese Monetaire Unie blijkt dus in de sterren geschreven te staan.

Het derde deel van het boek behandelt het ontstaan en verloop van de huidige euro-crisis. Het beschrijft de periode van begin 2008, toen de eurozone nog als succesvol werd geprezen, het begin van de Griekse crisis vanaf eind 2009 en de aanslepende budgettaire perikelen van diverse lidstaten tot op heden. In dit deel worden er heel wat cijfers en grafieken boven gehaald om de argumenten te staven. Als je de cijfers omtrent de lopende rekening, overheidstekort, schuldgraad en internationaal concurrentievermogen van de huidige probleemlanden van de voorbije tien jaar bekijkt, is het niet zo verbazingwekkend wat er zich de voorbije maanden in deze landen heeft afgespeeld. Zo hebben landen als Griekenland zich door de europaraplu bijna gratis kunnen financieren, waardoor de balansen van zowel overheid als privé letterlijk zijn opgeblazen als ballonnen. Verder worden de talrijke reddingsplannen en bail-outs van de verschillende Europese toppen besproken. Bij het bespreken van deze ‘tijdelijke’ oplossingen valt in het boek geregeld het woordje ‘surrealistisch’. Veelzeggend…

In het vierde en laatste deel van het boek beschrijft Van Overtveldt de drie verschillende uitwegen die volgens hem in de nabije toekomst mogelijk zijn. Zo is er de ‘more-of-the-same’ oplossing. Het blijven aanmodderen en doorworstelen van de ene Europese top naar de andere, in de hoop genoeg tijd te kunnen winnen opdat de verschillende overheden uiteindelijk toch de noodzakelijke hervormingen zouden doorvoeren. De tweede optie is ‘throwing-out-the-system’, wat inhoudt dat een aantal landen ofwel vrijwillig ofwel onder dwang de eurozone verlaten. In dit verband wordt voornamelijk Griekenland bedoeld, maar door te wijzen op het geval van IJsland, dat geen lid van de eurozone is, blijkt dit niet zo desastreus te zijn als wordt gevreesd. Hoewel IJsland op een heel korte periode een enorme verarming heeft gekend door de forse devaluatie van zijn munt, kent het land nu opnieuw een economische groei. De derde optie houdt in dat, in plaats van dat één of meer probleemlanden uit de monetaire unie zouden stappen, het nu een sterk land zoals Duitsland is dat de muntunie zou verlaten. De kosten om uit de eurozone te stappen, zouden ook voor een land als Duitsland zeer hoog zijn, maar op lange termijn zouden de kosten om er in te blijven deze uitstapkosten zelfs kunnen overstijgen. De kans bestaat dus dat Duitsland kiest voor de relatief ‘korte’ pijn en de muntunie de rug toekeert. Men kan enkel gissen wat dit voor het Europese project zou betekenen, maar Van Overtveldt meent dat deze derde optie tegenwoordig meer is dan slechts ‘een idee’.

Met dit boek verschaft Johan Van Overtveldt een duidelijk analysekader en beter begrip van de eurocrisis voor een niet gespecialiseerde lezer. Hij zet de puntjes op de i, doorprikt de wensdromen van de politieke wensdromen en zegt waar het op staat: ofwel voeren alle Europese landen met spoed grondige sociaal-economische hervormingen door, ofwel valt het Europese éénmakingsproject als een kaartenhuisje uit elkaar.

[begin]